In Groningen stad hebben archeologen een granaat uit de zestiende of zeventiende eeuw opgegraven. De mortiergranaat is waarschijnlijk afgeschoten door de troepen van Bommen Berend maar nooit afgegaan.
In Berlicum in Noord-Brabant is een Romeinse muntenschat gevonden. Twee broers deden de vondst in 2017 met hun metaaldetector. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de vondst verder onderzocht.
In Doetinchem hebben archeologen een stuk van de stadsmuur opgegraven. Het gaat om een deel van de vestingwerken die tot 1860 de stad omringden.
Gedroogd veen, ook wel turf genoemd, is uiterst geschikt als brandstof Eeuwenlang was turf zelfs de belangrijkste brandstof in Nederland.
Nederlandse duikers hebben voor de kust van Texel het wrak van een Deens vrachtschip uit de negentiende eeuw gevonden.
In Krommenie hebben archeologen resten van een Romeinse wachttoren uit de eerste eeuw gevonden. Zo noordelijk werden op het vasteland nog nooit resten van Romeinse bebouwing gevonden.  
Een van de belangrijkste boeken uit de middeleeuwse Noordelijke Nederlanden is het gebedenboek van Maria van Gelre. Wat maakt dit boek zo’n bijzonder werk?
Het gebedenboek van Maria van Gelre is een hoogtepunt uit de Nederlandse middeleeuwse boekkunst. Maar wie was Maria van Gelre?
De tentoonstelling ‘Ik, Maria van Gelre’ duikt in het leven van Maria van Gelre. Aan de hand van de stukken in de tentoonstelling, krijg je een indruk van hoe het hoofse leven van Maria er uitzag. Deze vijf objecten brengen de wereld van deze bijzondere vrouw heel dichtbij, en maken haar leven haast tastbaar.  
Naar het gebedenboek van Maria van Gelre is jarenlang onderzoek gedaan. Professor Johan Oosterman van de Radboud Universiteit kon jarenlang onderzoek doen naar het gebedenboek én naar de vrouw die het boek liet maken.
In 1799, tijdens de Tweede Coalitieoorlog, streed bij Castricum een coalitie van Britse en Russische troepen tegen Bataafse en Franse troepen. Een van de soldaten die in de strijd sneuvelde, heeft nu een gezicht gekregen.
Bij Vlaardingen is een mand uit 300 voor Christus opgegeraven. Het gaat om een zogeheten 'wan', een mand die werd gebruikt om het kaf van het koren te scheiden.