Archeologie Magazine 4 van 2019

Het volgende nummer van Archeologie Magazine verschijnt omstreeks 23 augustus met daarin:

Omvang van de schade aan het Syrische erfgoed 

Soms lag een tempel gewoon in de vuurlinie, zoals in het plaatsje Dumeir waardoor een kleine Romeinse tempel zware schade opliep, soms werden antieke monumenten moedwillig opgeblazen, zoals de Bel tempel in Palmyra. Veel sites werden, door het ontbreken van centraal gezag, verwoest door illegale opgravingen zoals in Apamea. Maar niet alleen antieke monumenten werden het slachtoffer. Ook kerken en moskeeën werden opgeblazen of in brand geschoten. Sommige musea werden, soms letterlijk op het laatste moment, leeggehaald, anderen werden geplunderd. Kortom het culturele erfgoed van Syrië, een van de rijkste ter wereld, heeft verschrikkelijk geleden onder de zeven jaar durende burgeroorlog die dat land teisterde. Nu de veiligheidssituatie in grote delen van het land sterk is verbeterd verschijnen de eerste berichten over de ware omvang van die verwoestingen en op sommige plekken werden intussen al de eerste bescheiden restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Joost Vermeulen ging samen met kunstenaar en archeoloog Theo de Feyter naar Syrië om met eigen ogen de schade te aanschouwen. Zij spraken daarbij met veel betrokkenen, archeologen, restaurateurs en overheidsfunctionarissen; Theo de Feyter tekende en schilderde ook de verwoestingen in Palmyra en het Crac des Chevalier.

De verdwenen vissersnederzetting Walraversijde

Halverwege Oostende-Middelkerke ligt het Provinciedomein Raversyde. Dit domein omvat 49 hectare en bezit drie uiteenlopende musea die afzonderlijk bezocht kunnen worden. Een daarvan is het museum Walraversijde op een van de belangrijkste archeologische ‘sites’ van Vlaanderen, tevens een van de best bestudeerde middeleeuwse vissersgemeenschappen in Europa. In 1992 werd het vissersdorp Walraversijde als het ware wakker gekust door de Archeologische Dienst van de Vlaamse overheid die hier een langdurig onderzoek begon. Op duizend vierkante meter werden opgravingen gedaan die bijzondere sporen uit het verleden opleverden en die tezamen een goed beeld geven van de leefwijze van de vissers en hun gezinnen. De site werd in 2000 voor het publiek opengesteld en verrijkt met een archeologisch museum.

Op expeditie naar de Tuin van Eden 

Het paradijsverhaal in Genesis wordt traditioneel beschouwd als een puur symbolisch verhaal. Veel archeologen denken aan een Mesopotamische oorsprong, gebaseerd op een mythe die aangeeft hoe de Mesopotamische beschaving is ontstaan in het Tweestromenland tussen Tigris en Eufraat, waarna het is gecombineerd met andere mythische elementen. Veel theologen beschouwen het als een religieuze tekst die puur symbolisch is bedoeld. De speurtocht naar het ware paradijs was aanleiding om op een nieuwe manier naar het paradijsverhaal te kijken. Zo is het denkbaar dat het beeld van de paradijsrivier voortkomt uit een beschrijving van de Nijl, en wel van de bron in Oost- Afrika tot aan de monding bij de Middellandse Zee. De beschrijving in Genesis van de vier paradijsrivieren doet namelijk denken aan de zeer verschillende gebieden waar de Nijl doorheen stroomt.