Archeologen en wetenschappers van de universiteiten Bristol en Durham onderzoeken het fenomeen van de oude handel in struisvogeleieren. Deze eieren werden als luxe items verhandeld in het Midden-Oosten tijdens de IJzertijd (1200-300 v.Chr.). Sinds de negentiende eeuw zijn de eieren onderdeel van de collectie van het British Museum. Sommige zijn beschilderd en lijken daarom op het huidige fenomeen ‘paaseieren’.
In de Libische Sahara zijn stukken aardewerk gevonden van 10.000 jaar geleden. Volgens archeologen tonen de scherven aan hoe in de prehistorie al gebruik werd gemaakt van koken met potten. Dit zou destijds zijn gebruikt voor het bereiden van planten en wilde granen.
In een Chinese grot zijn 47 tanden gevonden die minstens 80 000 jaar oud zijn. De tanden en kiezen die gevonden zijn, zijn de oudste resten die men van Homo sapiens buiten het Midden-Oosten en Afrika gevonden heeft. Het is niet bekend hoe de resten in de grot beland zijn.
Een onderzoek in de depots van een aantal grote natuurhistorische musea heeft een aantal nieuwe diersoorten opgeleverd. Onderzoekers ontdekten vier nog onbekende soorten boskrekels. Een van die soorten lag al meer dan honderd jaar opgeborgen in een depot.
De ontwikkeling van gereedschap en taal zijn gelijk op gegaan. Hoe beter de taalvaardigheid van onze vroege voorouders werd, hoe beter hun gereedschap werd. Die conclusie publiceerden Britse en Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Nature Communications.
Amerikaanse wetenschappers van de universiteit van Utah hebben onderzoek gedaan naar een voorouder van het mannelijke individu, de Australopithecus boisei. Het onderzoek suggereert dat geweld een belangrijke factor was in de evolutie van deze voorouder van de homo sapiens.
Door een internationaal onderzoeksteam is vastgesteld dat de moderne mens eerder vanuit Afrika naar andere continenten is gereisd dan voorheen werd gedacht. Door analyse van de genetische diversiteit en schedelmetingen van Afrikaanse en Aziatische populaties wordt de komst van mensen van Afrika naar Azië geschat op 130.000 jaar geleden. 
Uit nieuw onderzoek blijkt dat dichtgeslibde aderen niet enkel iets van de vandaag de dag is, maar dat deze kwaal al tenminste 3000 jaar bestaat. In oude Afrikaanse skeletten vond men namelijk tekenen van slagaderverkalking, wat inhoudt dat de aderwand verdikt is door vet en deze verkalking kan zorgen voor cardiovasculaire ziektes.
Spaanse wetenschappers hebben ontdekt dat de jager-verzamelaars die 7.000 jaar geleden in Europa leefden een donkere huidskleur en blauwe ogen hadden. Dit blijkt uit DNA-onderzoek dat verricht is op prehistorische skeletten die zijn gevonden in een grot in het noordwesten van Spanje. De resten zijn goed bewaard gebleven door de koele omstandigheden in de grot.
Uit een recent onderzoek van de Universiteit van Oxford blijkt dat onze voorouders in Oost-Afrika voornamelijk overleefden op een dieet van tijgernoten. Dit zijn de knollen die aan de wortels van de plant Cyperus eccultenus groeien. Het dieet werd verder aangevuld met sprinkhanen en wormen.
In Afrika hebben onderzoekers fossielen gevonden van een reptiel die leefde op Pangea. Het reptiel had een opmerkelijk uiterlijk: zijn lijf was bijna geheel bedekt met bobbels zo groot als de hoorns van een giraffe. De wetenschappers hebben het reptiel de naam Bunostegos gegeven, wat ‘knobbeldak’ betekent.