Maya urn

De Maya urn

The Walters Art Museum; (CC0 1.0 Universal)

Schedels, jaguars en de onderwereld: de duistere én hoopvolle symboliek van een 1.400 jaar oude Maya-urn

Met de herfst in volle gang en Halloween op de loer kijken we in het Westen vaak met een rilling naar afbeeldingen van schedels en de onderwereld. Voor de klassieke Maya’s lag dat heel anders. Een 1.400 jaar oude urn uit Guatemala, overladen met doornen, onderwereldgoden en een heerser in een jaguarkostuum, laat zien dat de dood voor de Maya’s geen grimmig eindpunt was, maar het begin van een magische transformatie.

De keramieken urn, die rond 600–900 na Chr. werd vervaardigd door de K’iche’-Maya’s in het huidige Guatemala, bevindt zich in de collectie van The Walters Art Museum in Baltimore. Het bijna vijftig centimeter hoge potwerk diende oorspronkelijk als een bewaarplaats (ossuarium) voor de beenderen van een belangrijke voorouder. Aan de bovenzijde bevinden zich lussen waarmee waarschijnlijk een rijk gedecoreerde deksel met touw werd vastgebonden.

Wat het object zo fascinerend maakt, is de uitbundige en symbolische voorstelling op de voorzijde. Centraal staat een menselijke figuur die recht uit de urn kijkt. De figuur draagt een met bloed besprenkeld jaguarkostuum, inclusief ontblote tanden en klauwen. Rondom hem zijn twee paar menselijke schedels zichtbaar, geflankeerd door de donkere gestalten van twee Maya-goden van de onderwereld.

De jaguar als reiziger tussen werelden

Voor de westerse kijker roept het beeld van schedels en bloedsporen wellicht een Halloween-achtige associatie op, maar binnen de Maya-cosmologie bevatte elk element een diepe, beschermende betekenis.

De overledene, vermoedelijk een lokale heerser, is gehuld in het vel van een jaguar. Voor de Maya’s was de jaguar een van de machtigste spirituele wezens. Omdat jaguars zowel op het land jagen, uitstekend zwemmen én in bomen klimmen, geloofden de Maya’s dat het roofdier zich als enige vloeiend kon verplaatsen tussen de drie kosmische werelden: de hemel, de aarde en de waterige onderwereld (Xibalba).

Door de overleden heerser als jaguar af te beelden, lieten zijn nabestaanden zien dat hij de fysieke kracht en spirituele capaciteit bezat om de gevaarlijke reis door de onderwereld te volbrengen. Eenmaal aangekomen kon hij optreden als bemiddelaar tussen de goden en de levende gemeenschap op aarde.

De heilige kapokboom

Achter de onderwereldgoden zijn opvallende, uitstekende noppen of doornen op de urn aangebracht. Deze verwijzen rechtstreeks naar de stam van de Ceiba pentandra, de tropische kapokboom.

De kapokboom was voor de Maya's de Yaxche: de heilige 'wereldboom' die het heelal overeind hield. De diepe wortels van de boom reikten tot in het rijk van de doden, terwijl de stam de muren van de menselijke wereld vormde en de kruin de hemel droeg. De boom op de urn fungeert als het ware als een spirituele lift die het dodenrijk met de bovenwereld verbindt.

Geen einde, maar een eeuwige beschermer

De urn herinnert eraan dat de dood in het precolumbiaanse Meso-Amerika geen duister of definitief afscheid was. Het oplossen van het fysieke lichaam werd gezien als een noodzakelijke overgang. Door het botmateriaal zorgvuldig in een rijk gedecoreerde urn te bewaren en te vereren, transformeerde de overledene tot een geëerde geest. Vanaf zijn nieuwe plek in het hiernamaals bleef hij zijn nageslacht voor eeuwig adviseren en beschermen.

Meer lezen