Hannibal Olifant

Een schilderij uit de 16de eeuw met Hannibal en zijn olifanten

Door © José Luiz Bernardes Ribeiro, CC BY-SA 4.0, Koppeling

(Sport)wetenschap onthult de mogelijke route van Hannibals olifanten

Het is een van de meest legendarische militaire operaties uit de oudheid: de Carthaagse generaal Hannibal Barkas die in 218 voor Christus met 40.000 soldaten, 7.000 paarden en 37 strijdolifanten de ijskoude Alpen overstak om Rome te verrassen. Maar wélke bergpas hij precies nam, is al generaties lang voer voor discussies onder historici. Een nieuw onderzoek gooit het over een heel andere boeg: biologen berekenden de oversteek alsof het een fitnesstest was.

Het onderzoek, onlangs gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift PNAS, werd geleid door het Duitse Centrum voor Integratieve Biodiversiteit (iDiv), de Universiteit van Jena en de Universiteit van Oxford. In het stadium van alleen te turen naar oude teksten van Polybius of Livius, pasten de onderzoekers een 'bio-energetische benadering' toe. Ze berekenden simpelweg hoeveel energie (in joules) het de legermacht, en in het bijzonder de reusachtige strijdolifanten, zou kosten om de verschillende Alpenpassen te trotseren.

De winnaar: Col de la Traversette

De resultaten zijn helder. De Col de la Traversette, een smalle en hoge pas op de huidige grens tussen Frankrijk en Italië, rolt uit de bus als de meest energie-efficiënte route. Het kostte het complete leger naar schatting 5,42 terajoule (10 tot de macht 12 joules) om via deze pas de oversteek te maken.

De Col du Clapier, die door veel historici jarenlang als de absolute favoriet werd beschouwd, eindigde pas op de derde plek. Een oversteek via die route had het leger maar liefst 16% meer energie gekost.

Keniaanse olifanten als blauwdruk

Om tot deze nauwkeurige berekeningen te komen, gebruikten de wetenschappers moderne data van levende Afrikaanse olifanten in Kenia. Door te kijken naar hoe de lichaamsmassa van de dikhuiden reageert op de hellingshoek van het terrein, kon het team exact voorspellen hoeveel vetreserves een olifant tijdens de slopende klim zou verliezen. Hetzelfde werd gedaan met volwassen mannen.

De tocht was voor de menselijke soldaten slopend: de mannen verloren tijdens de klim gemiddeld zo'n 19% van hun vetreserves. Dat verklaart waarom zo bizar veel soldaten de oversteek niet overleefden. De strijdolifanten daarentegen bleken veel beter bestand tegen de barre bergtocht. Volgens het model verloren zij slechts 4% van hun reserves. Dit biologische voordeel verklaart waarom het overgrote deel van Hannibals olifanten, ondanks de kou en de hoogte, heelhuids de Povlakte wist te bereiken.

Bewijst efficiëntie de route?

Hoewel de data overtuigend is, zorgt het model direct voor een belangrijke vraag: wie zegt dat Hannibal destijds de meest efficiënte route koos? De generaal beschikte immers niet over satellietkaarten of moderne rekenmodellen. Een inschattingsfout, slechte gidsen of weersomstandigheden kunnen hem evengoed een zwaardere pas op hebben gedreven.

De onderzoekers benadrukken dan ook dat dit model geen onomstotelijk bewijs levert, maar de focus verlegt naar de absolute biologische overlevingsgrens. Als de meest efficiënte route (Traversette) al 19% van de vetreserves eiste, dan had een route die nóg eens 19% zwaarder was (Mont Cenis) waarschijnlijk geleid tot de totale vernietiging van het leger vóórdat ze de Povlakte bereikten. Efficiëntie was voor Hannibal geen luxekeuze, maar een keiharde logistieke noodzaak om te overleven. Zonder bevoorradingslijnen in de ijzige kou telde elke kilo vet en elke verloren dag.

Oude poep, nieuwe twijfels

Met de Col de la Traversette als hoofdverdachte overlapt het onderzoek met een veelbesproken eerdere ontdekking. In 2016 vond een Canadees onderzoeksteam op exact deze pas een dikke bodemlaag vol eeuwenoude dierlijke uitwerpselen. De Britse pers kopte destijds dat het mysterie was opgelost dankzij "poo, lots and lots of poo".

Toch bleek dat fysieke bewijs wankel. Koolstofdatering liet zien dat een deel van de mest pas van ná de geboorte van Christus stamde. Bovendien trokken er in de oudheid wel vaker legers over de Alpen, en werd de pas in de middeleeuwen intensief gebruikt door zouthandelaren met duizenden muildieren. De achtergelaten mest kan dus net zo goed van hen zijn.

Het nieuwe onderzoek wijst dus opnieuw de Col de la Traversette aan, maar het definitieve bewijs zal toch echt uit de grond moeten komen en tastbaarder moeten zijn dan uitwerpselen. Totdat archeologen op de Col de la Traversette  Carthaagse wapens, munten of specifieke uitrustingsstukken van olifanten opgraven, blijft het nieuwe rekenmodel een aardige theorie, maar biedt het geen uitsluitsel. 

 

Meer lezen