Het graf van koningin Elisanda
Culture Institute of Barcelona
Koningsgraf en verborgen geweld: nieuwe onthullingen in het klooster van Pedralbes
Het Reial Monestir de Santa Maria de Pedralbes in Barcelona viert zijn 700-jarig bestaan met een reeks opzienbarende archeologische ontdekkingen. Bij het onderzoek naar 14e-eeuwse graven stuitten wetenschappers niet alleen op de stoffelijke resten van koningin Elisenda, maar ook op onverklaarbare geweldsporen bij andere begraven personen en bewijs voor een koninklijk dubbelleven.
Tekst: Rens van Maasakker
Het onderzoek, dat in totaal 25 individuen uit acht graven analyseerde, vertelt de onderzoekers meer over de eerste decennia van dit machtige klooster. Een multidisciplinair team gebruikte moderne technieken om de geheimen van de grafkelders te ontrafelen, en de resultaten zijn soms schokkend.
Koningin Elisenda: een leven in twee werelden
Koningin Elisenda de Montcada, de stichteres van het klooster, was een van de meest invloedrijke vrouwen van haar tijd. Als vierde echtgenote van koning Jacobus II van Aragón combineerde zij haar politieke invloed aan het hof met een diepe religieuze toewijding. Na het overlijden van de koning in 1327 trok zij zich terug in een paleis direct naast het klooster, waar zij tot haar dood in 1364 als machtige weduwe en beschermvrouwe van de clarissen bleef wonen.
Haar graf fungeerde nu als een cruciaal object voor het onderzoek. Archeologen ontdekten dat haar stoffelijke resten in een houten kist in een dubbelgraf lagen. De inrichting van deze tombe was zeer bewust gekozen: door een lage muur werd de ruimte verdeeld in twee delen. De ene kant bood uitzicht op de kerk, wat symbool stond voor haar rol als vorstin, terwijl de andere kant uitkeek over de kloostergang, een verwijzing naar haar leven als boetelinge. Hoewel Elisenda in een sober kloostergewaad werd begraven, vonden archeologen resten van zijde met gouddraad, wat herinnert aan haar koninklijke status.
Geweld en mysterie achter de kloostermuren
Waar de koningin in relatief goede staat werd aangetroffen, vertellen andere graven in het klooster een aanzienlijk gewelddadiger verhaal. In het graf van Francesca Saportella, de tweede abdis en nicht van de koningin, troffen onderzoekers de resten van minstens negen personen aan. Onder hen bevonden zich vier schedels van mannen die allemaal duidelijke sporen vertoonden van geweld; ze vertoonden allemaal steekwonden. Ook het graf van de eerste abdis, Sobirana Olzet, onthulde een schokkend detail: zij vertoonde een traumatisch letsel in het gezicht dat vlak voor of op het moment van haar overlijden moet zijn toegebracht.
Daarnaast stuitten de archeologen op een medisch mysterie in het graf van de tweede abdis. Daar werd het gemummificeerde torso van een vrouw gevonden, waarbij de resten van een foetus van ongeveer 20 tot 23 weken nog in het geboortekanaal aanwezig waren.
Een archeologische puzzel
De administratie uit de 14e eeuw bleek in de praktijk verre van feilloos. De grafsteen van de ridder Artau de Foces suggereerde bijvoorbeeld een mannelijke bewoner, maar de inhoud vertelde een ander verhaal: het graf bevatte de resten van twee volwassen vrouwen en drie kinderen, zonder dat er ook maar één mannelijk bot werd aangetroffen dat bij de ridder kon horen. Het feit dat er in deze graven ook perkamenten en bladmuziek werden gevonden, duidt erop dat deze plaatsen in de loop der eeuwen vaker zijn geopend, geruimd en opnieuw gebruikt dan voorheen werd aangenomen.
Het onderzoeksteam staat voor een enorme uitdaging om deze puzzel op te lossen. Tot nu toe is slechts een klein deel van het DNA van koningin Elisenda geanalyseerd. De komende maanden worden ingezet om via genetisch onderzoek de exacte familiebanden te bepalen en te onderzoeken of er sprake was van oude ziekteverwekkers. De sporen van geweld op de schedels blijven voorlopig het grootste mysterie: was dit het resultaat van een politiek conflict, een middeleeuws ritueel, of een tragische gebeurtenis binnen de kloostermuren? Het onderzoek loopt door tot 2027 om deze antwoorden te vinden.
