De steentijd: een overzicht

Hunebed

Pixabay

De steentijd: een overzicht

Chayah Visser

De steentijd is het oudste en langste tijdvak van de menselijke geschiedenis. Deze periode begon toen de eerste mensen stenen gereedschap in gebruik namen en eindigt met de introductie van metalen voorwerpen. Maar tijdens de steentijd werden gebruiksvoorwerpen en wapens niet alleen van steen gemaakt. Onder andere leer, stof, been en hout werden gebruikt, maar van deze organische materialen is nauwelijks iets bewaard gebleven. Klei daarentegen werd gebruikt voor pottenbakkerij en doorstond de tand des tijds vaak wel, net als de stenen voorwerpen.

Deze periode wordt onderverdeeld in 3 tijdvakken: de oude steentijd (2,5 miljoen-10.000 v.Chr.), de middensteentijd (10.000-5.300) en de jonge steentijd (5.300-2.000v.Chr.).

Oude steentijd of paleolithicum

De oude steentijd loopt van ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden tot en met de laatste ijstijd, in Nederland ongeveer 10.000 v.Chr. In deze periode leefden de mensen als jager-verzamelaars. Hierbij maakten ze gebruik van ongeslepen stenen gereedschap, zoals vuistbijlen. Tijdens dit tijdvak vond er relatief weinig technische ontwikkeling plaats.

De oudste in Nederland gevonden menselijke sporen zijn van nomaden, de neanderthalers, waarvan er fossiele botresten bewaard zijn gebleven. De stenen gebruiksvoorwerpen werden in de oude steentijd geleidelijk complexer. De neanderthalers hadden bijvoorbeeld vrij eenvoudige bijlen, maar de latere jagers gaven de voorwerpen meer symmetrische vormen en scherp geslepen randen. Zo zijn er in Nederland vuurstenen bijlen en pijlspitsen gevonden van deze eerste moderne mensen. De jagers leefden van rendieren en verbleven in de zomer in kampen in Duitsland. In de winter trokken ze met de rendierkuddes mee naar ons gebied, zoals te zien aan gevonden werktuigen bij de Maas. Aan het eind van de oud steentijd ontwikkelde zich ook de eerste kunstvormen. Mensen begonnen zelfgemaakte versieringen te dragen en ook de grottekeningen kwamen op.


Archeologie Online is van de makers van Archeologie Magazine, meer weten over dit prachtige magazine? Klik hier!


Middensteentijd of mesolithicum

De middensteentijd begon in Nederland aan het eind van de laatste ijstijd, ongeveer 10.000 v.Chr. Deze periode loopt tot het begin van de landbouw, maar die ontwikkelde zich per locatie op een ander moment. In Nederland was dit rond 5.300 v.Chr.

Tijdens de middensteentijd veranderde grote delen van onze planeet drastisch. Na de ijstijd werd het klimaat warmer, de ijskappen smolten en het zeeniveau steeg. Hierdoor kwamen de lage landsdelen onder water te staan en ontstonden er eilanden. Zo werden bijvoorbeeld de Britse eilanden gescheiden van het Europese continent. Rond 5.000 v.Chr. hadden de continenten ongeveer de vorm die ze nu nog hebben.

Deze warmere periode had bovendien invloed op de jacht, wat ook terug te zien is in de archeologische vondsten uit deze periode. In Friesland is een jachtkamp uit ongeveer 8.000 v.Chr. bewaard gebleven. Het jachtgebied van de jagers werd verkleind. In plaats van met rendierkuddes mee te trekken, vonden ze hun voedsel nu in het water dat door de opwarming steeds hoger steeg. De jagers en verzamelaars waren daarmee de eersten die zich in Nederland vestigden, in plaats van rond te blijven trekken. Een groot deel van Nederland werd (veen)moeras. Daarin leefden vissen en watervogels, waarvan de jagers en verzamelaars konden leven. In Pesse bij Hoogeveen is de oudste ontdekte boot ter wereld gevonden, de kano van Pesse (8.200-7.600 v.Chr.).

Jonge steentijd of neolithicum

De jonge steentijd start met de opkomst van de landbouw, rond 5.300 v.Chr. en loopt tot de ontwikkeling van metaalbewerking, rond 2.000v.Chr. Agricultuur zorgde voor een grote verandering in de organisatie van samenlevingen en hoe de mens van de aarde gebruikmaakte. Door de ontwikkeling van landbouwtechnieken kwam er meer voedsel beschikbaar, waardoor een groter aantal mensen gevoed kon worden. Waar de mensen vroeger als jagers en verzamelaars rondtrokken, vestigden ze zich in deze periode in toenemende mate in permanente nederzettingen, waar men van akkerbouw en veeteelt leefde.

Rond 5.300 v.Chr. trokken de eerste landbouwers naar Zuid-Limburg en namen onder andere graan, linzen en erwten mee. Van deze Bandkeramiek-cultuur zijn sporen van boerderijen en graven gevonden. Zij konden niet verder naar het noorden trekken, omdat ze nog geen gereedschap hadden om de kleigronden te bewerken. Toch ontstonden en later verschillende culturen in meerdere gebieden. Zo bestond tussen 4.100 en 3.900 v.Chr. in Drenthe de trechterbekercultuur die we tegenwoordig vooral van de hunebedden kennen.

De laatste fase van de jonge steentijd noemen we de kopertijd. De klokbekercultuur (2.500 v.Chr.), een volk dat door Centraal- en West-Europa trok, bouwde ook hier nederzettingen. Zij waren de eersten in Europa die koper gebruikten. Aan het einde van de jonge steentijd begon de metaalbewerking zich dan ook te ontwikkelen. Hiervan zijn op de Veluwe koperen dolkjes en stenen aambeelden gevonden. Deze ontwikkeling luidde het begin van de bronstijd in.

Bronnen:

https://www.ancient.eu/Stone_Age/

britannica.com


Archeologie Online is van de makers van Archeologie Magazine, meer weten over dit prachtige magazine? Klik hier!


 

Meer lezen