Skelet in put

Een van de gevonden Romeinse soldaten, begraven in een ondiepe kuil

ArÚ SAS – M. Ruttkay, M. Vojteček, M. Cheben, MH Invest

Zeldzaam Romeins legerkamp ontdekt in Slowakije: gesneuvelde soldaten gedumpt in putten

Tijdens opgravingen nabij de Slowaakse stad Šurany zijn archeologen op de resten van een reusachtig Romeins legerkamp gestuit. De vondst geldt nu al als een van de zeldzaamste Romeinse ontdekkingen in Centraal-Europa van de afgelopen decennia. In het kamp troffen de onderzoekers tientallen haastig begraven soldaten aan. Hun lichamen lagen in ondiepe graven, voorraadkuilen en zelfs op de bodem van waterputten.

Het kamp beslaat een oppervlakte van ruim zeven hectare en lag ver buiten de officiële grenzen van het Romeinse Rijk. Volgens het Archeologisch Instituut van de Slowaakse Academie van Wetenschappen (SAS) gaat het om een zogeheten marskamp: een versterkte basis die door legionairs in vijandelijk gebied werd opgetrokken.
Het complex beschikte over vijf toegangspoorten en een stelsel van grachten en wallen. Alles wijst erop dat de locatie overhaast werd opgegeven direct na een hevig militair conflict met de streekbewoners.

De bloedige Marcomannenoorlogen

De datering van de vondsten wijst naar een van de meest chaotische periodes uit de Romeinse geschiedenis: de Marcomannenoorlogen (166 tot 180 na Chr.). Keizer Marcus Aurelius trok in deze periode persoonlijk naar het noorden om de buitengrenzen van het rijk te beschermen tegen invallende Germaanse stammen, waaronder de Marcomannen.

Het gebied boven de Donau, in het huidige Slowakije en Tsjechië, veranderde jarenlang in een grimmig strijdtoneel. De gevechten kwamen pas abrupt tot een einde toen Marcus Aurelius in 180 na Chr. overleed en zijn zoon Commodus een haastige vrede sloot met de Germanen.

Ongebruikelijke graven en onaangeroerde uitrusting

Wat de archeologen in Šurany vooral verraste, was de manier waarop de doden waren achtergelaten. In plaats van georganiseerde militaire begrafenissen of crematies vonden de onderzoekers skeletten en losse lichaamsdelen die haastig in de grond waren gestopt.

Bij de menselijke resten troffen de archeologen een schat aan militaire uitrusting aan: speerpunten, pijlpunten, delen van helmconstructies, schubbenpantsers, gespen en munten. Dat de kostbare wapens en uitrusting niet zijn geplunderd voordat de lichamen in putten en greppels werden gedumpt, stelt de onderzoekers voor een raadsel. Het suggereert dat de overlevenden de lichamen in alle haast moesten wegwerken, of dat het kamp onder extreme druk werd ontruimd.

Schoenmaten uit de oudheid

Met behulp van röntgenanalyses op uitgehakte blokken klei deden de onderzoekers nog een zeldzaam gedetailleerde vondst: de afdrukken en ijzeren noppen van de caligae, de kenmerkende Romeinse militairsandalen. De ijzeren spijkers op de zolen zijn zo goed bewaard gebleven dat wetenschappers in het laboratorium exact kunnen bepalen welke schoenmaat de gesneuvelde legionairs hadden.

Aanvullend DNA-onderzoek, chemische analyses van de tanden en koolstofdatering moeten de komende jaren uitwijzen waar de soldaten precies vandaan kwamen, waaraan ze zijn gestorven (gevechtsverwondingen of ziekte) en waarom hun kameraden hen op zo'n ongebruikelijke manier hebben achtergelaten.

Meer lezen