Het altaar in het National Museum Edinburgh
National Museums Collection Centre, Edinburgh. Photo © Duncan McGlynn
Uniek Romeins altaar met ‘gloeiende ogen’ ontdekt
Archeologen hebben in Inveresk, nabij de Schotse grens, een spectaculair 1.900 jaar oud altaar geïdentificeerd dat gewijd is aan de Romeinse zonnegod Sol. Het zandstenen monument, dat deel uitmaakte van een geheimzinnig heiligdom, bevat een zeldzame techniek: de ogen en de kroon van de godheid zijn volledig doorboord om van achteren verlicht te worden.
Het altaar werd ontdekt tijdens opgravingen bij het Romeinse fort van Inveresk. Hoewel het object al langer bekend was, heeft recent conservatieonderzoek door National Museums Scotland de volle omvang van de unieke constructie blootgelegd. Het altaar is gewijd aan Gaius Cassius Flavianus, vermoedelijk de commandant van het garnizoen rond 142 n.Chr.
Een goddelijke blik in de duisternis
Wat dit altaar uniek maakt binnen de Romeinse archeologie, is de doelbewuste manipulatie van licht. Het centrale gezicht van de god Sol is omringd door een stralenkrans, waarbij de ogen, de mond en de stralen volledig door de zandsteen heen zijn geboord. Archeologen concluderen dat het altaar in een donkere, ondergrondse ruimte stond en van achteren werd verlicht met olielampen of kaarsen.

Curator Dr Fraser Hunter
Duncan McGlynn
In de duisternis van de tempel moet dit een mystiek effect hebben gehad: de ogen van de godheid leken licht uit te stralen naar de gelovigen. "De kwaliteit van het snijwerk en de dramatische lichteffecten tonen aan dat dit een kostbaar en indrukwekkend monument was," stelt curator dr. Fraser Hunter. Daarnaast zijn er sporen van rode verf op de steen aangetroffen, wat suggereert dat het altaar oorspronkelijk in felle kleuren was beschilderd.
Naast de afbeelding van Sol is het monument versierd met bustes van de vier seizoenen, die de eeuwige cyclus van tijd symboliseren, een centraal thema in de religieuze beleving van die tijd. In hetzelfde heiligdom werd ook een tweede altaar gevonden, gewijd aan de god Mithras, versierd met afbeeldingen van raven en een lier.
Het leven aan de rand van het Rijk
De vondst van deze altaren vormt het hart van de nieuwe tentoonstelling 'Roman Scotland: Life on the Edge of Empire', die op 14 november 2026 opent in Edinburgh. De expositie tracht de misvatting te corrigeren dat de Romeinse invloed in Brittannië ophield bij de Muur van Hadrianus. De Romeinen trokken tot drie keer toe aanzienlijk verder naar het noorden, tot aan de zogenaamde 'central belt' van Schotland, waar de Muur van Antoninus werd opgetrokken.
Inveresk was in deze periode geen geïsoleerde grenspost, maar groeide uit tot een bruisende gemeenschap. Rondom het fort ontstond een diverse stad waar soldaten met hun families leefden en handel dreven met de lokale bevolking. De aanwezigheid van de Mithras-cultus – een geheime, uitsluitend voor mannen toegankelijke religie die populair was onder militairen – laat zien hoe soldaten aan de uiterste grens van het rijk houvast zochten in gedeelde rituelen en de belofte van een leven na de dood.
Het noordelijkste Mithraeum
Het heiligdom in Inveresk is de meest noordelijke tempel voor de god Mithras die ooit in het gehele Romeinse Rijk is aangetroffen. Hoewel de meeste sporen van deze cultus in Brittannië dateren uit de derde eeuw, bewijzen deze altaren dat de verering van de zonnegod al in het midden van de tweede eeuw volop bloeide aan de Schotse grens.
