Archeologie Magazine 2 van 2026

Carnac

De megalieten van Carnac

Over de nog steeds alsmaar uitdijende werelderfgoedlijst van Unesco valt te twisten. Want hoeveel werelderfgoed kan een mens hebben? Maar afgelopen zomer kwam een archeologische vindplaats op de lijst waarvan velen zullen hebben gedacht dat hij er al lang op stond. Het gaat om de megalieten van Carnac en omgeving in het zuidwesten van Bretagne. Die zijn wereldberoemd, maar toch zijn ze minder onderzocht dan je zou denken. En ook de bescherming laat soms te wensen over. Aangezien de plek een beetje in een uithoek van Frankrijk ligt, dus niet op de doorgaande routes naar het zuiden, komen er minder bezoekers dan je vanwege zijn bekendheid zou verwachten. Jaarlijks tellen ze hier ongeveer 300.000 bezoekers, die vooral in de zomer komen. Achter de stenen gaan echter meer verhalen schuil dan je op het eerste gezicht zou denken.

Segusium (Susa, It), welvarende Romeinse stad in de Cottische Alpen

De Noord-Italiaanse stad Susa in de regio Piëmont was de hoofdstad van de Romeinse provincie Alpes Cottiae. Wanneer Segusium, zoals de stad in de oudheid werd genoemd, is gesticht is niet bekend. Wel wordt aangenomen dat hier rond 500 v.Chr. een Keltisch-Ligurisch volk leefde dat door druïden werd geleid. In de 1e eeuw v.Chr. was Marcus Julius Donnus heerser over de Cottische stammen in deze regio. Hij en zijn zoon onderhielden vriendschappelijke relaties met de Romeinen. In 15 of 14 v.Chr. werd hun gebied tijdens het bestuur van keizer Augustus (63 v.Chr.-14 n.Chr.) opgenomen in het Romeinse Rijk. Na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 n.Chr. verloor Segusium zijn rol van betekenis. Pas in de 8e eeuw, onder Frankische heerschappij, leefde de stad weer op. Talrijke monumenten herinneren aan een roemrijk Romeins verleden.

Twee erfgoed-eilandjes in de Baai van Kotor (Montenegro)

Twee buureilandjes vol erfgoed, waar de overleveringen zich aan elkaar rijgen en die ook gelegen zijn in een spectaculair panorama. Dat is het ‘lot’ van Onze Lieve Vrouw van de Rotsen (Gospa od Škrpjela) en Sint-Joris (Sveti Đorđe) in de Baai van Kotor in Montenegro. De Vlaamse ‘grote reiziger’ Joost van Ghistele beschreef deze baai rond 1500 al als ‘zeer crom ende slom’ met het naamgevende Kotor als een ‘zeer schoone stede’.  In de tijd van Van Ghistele was één van de eilandjes voor de kust van het stadje Perast net voltooid. Onze Lieve Vrouw van de Rotsen is in tegenstelling tot Sint-Joris namelijk door mensen aangelegd door het laten zinken van oude schepen, volgeladen met stukken rotsen. De baai is tegenwoordig een van de belangrijkste trekpleisters van Montenegro. Beide eilandjes zijn gehuld in traditie en legenden.