De grafkuil

De grafkuil

Cambridge Archaeological Unit/David Matzliach

Studenten stuitten op gruwelijke vondst nabij Cambridge: 9e-eeuwse grafkuil ontdekt

Tijdens een trainingsopgraving van de Universiteit van Cambridge hebben archeologen en studenten een duister overblijfsel uit de vroege middeleeuwen blootgelegd. In een grafkuil aan de rand van de stad zijn de resten gevonden van minstens tien jonge mannen. Een mengeling van complete skeletten, losse schedels en een 'stapel benen' wijst op een gewelddadige gebeurtenis, zoals een executie of de nasleep van een veldslag.

Een strategische ontmoetingsplaats

De opgraving vond plaats in het Wandlebury Country Park, een locatie die bekendstaat om zijn 'ringwork': een ijzertijdfort met wallen en grachten die al duizend jaar oud waren toen de lichamen in de negende eeuw na Christus in de kuil belandden. Hoewel de verdedigingswerken uit de ijzertijd stammen, bleef Wandlebury in de vroege middeleeuwen een belangrijke en bekende ontmoetingsplaats.

De kuil bevat de resten van minstens tien individuen. De vondst is uitzonderlijk vanwege de chaotische en respectloze manier waarop de lichamen zijn begraven. Naast vier volledige skeletten, waarvan sommige in een houding liggen die suggereert dat de mannen vastgebonden waren, troffen de archeologen losse lichaamsdelen aan. Zo lag er een cluster schedels zonder bijbehorende lichamen en elders een zorgvuldig opgestapelde hoop afgehakte benen.

De reus met een gat in zijn schedel

Een van de meest opvallende individuen in het graf is een jonge man van tussen de 17 en 24 jaar oud. Met een lengte van ongeveer 1,95 meter (6 foot 5) was hij een reus voor zijn tijd; de gemiddelde mannelijke lengte lag destijds rond de 1,68 meter. Onderzoekers vermoeden dat de man leed aan een groeistoornis, mogelijk veroorzaakt door een tumor aan de hypofyse.

Schedel van reus

De schedel van de reus

Cambridge Archaeological Unit/David Matzliach

Opvallend is dat deze man een gat van drie centimeter in zijn schedel had, een resultaat van trepanatie. Deze chirurgische ingreep, waarbij een gat in de schedel werd geboord of geschraapt, werd in de oudheid vaak uitgevoerd om druk te verlichten of aandoeningen zoals migraine en epilepsie te behandelen. Omdat het bot rondom het gat tekenen van heling vertoont, is duidelijk dat de man de ingreep heeft overleefd, lang voordat hij uiteindelijk in de grafkuil eindigde.

Grensconflict tussen Saksen en Vikingen

De datering van de botten plaatst de gebeurtenis in de negende eeuw, een roerige periode waarin de regio rond Cambridge een grensgebied vormde. Het Angelsaksische koninkrijk Mercia en het koninkrijk East Anglia voerden hier een voortdurende strijd om territorium. In 870 n.Chr. werd East Anglia veroverd door de Vikingen, die kort daarna ook Cambridge innamen.

Archeologen vermoeden dat de mannen in de kuil slachtoffers zijn van dit conflict. De aanwezigheid van afgehakte hoofden en ledematen suggereert dat sommige lichaamsdelen mogelijk eerst als trofeeën zijn tentoongesteld voordat ze in de kuil werden geworpen. Volgens dr. Oscar Aldred, leider van de opgraving, wijzen de sporen op zware lijfstraffen of een massa-executie op een plek die destijds als heilig of publiekelijk bekend stond.

Toekomstig onderzoek

Hoewel de eerste resultaten wijzen op een gewelddadig einde voor deze jonge mannen, is nog niet vastgesteld of de slachtoffers Saksen of Vikingen waren. Er zijn namelijk geen grafgiften of kledingstukken gevonden die uitsluitsel geven. Toekomstig DNA-onderzoek en isotopenanalyse moeten meer duidelijkheid scheppen over hun herkomst, gezondheid en mogelijke onderlinge verwantschap. Ook wordt geprobeerd om de losse lichaamsdelen weer aan de juiste skeletten te koppelen om een completer beeld van de slachtoffers te krijgen.
 

Meer lezen