Shosu-strijders op een Egyptisch tablet
Public Domain
Goliath in een Egyptische brief? De 'reuzen' van de Papyrus Anastasi I
Verhalen over reuzen bevinden zich vaak op het snijvlak van mythologie en archeologie. Een 3.300 jaar oude Egyptische tekst uit het British Museum zorgt momenteel voor hernieuwde discussie over de reuzen uit het Oude Testament. Hoewel de Papyrus Anastasi I concrete maten noemt, is de vraag of we hier te maken hebben met een antropologisch verslag of een knap staaltje Egyptische satire.
Een militaire handleiding vol spot
De Papyrus Anastasi I dateert uit de dertiende eeuw v.Chr., de tijd van het Nieuwe Rijk. De tekst is geschreven als een brief van de schrijver Hori aan zijn collega Amenemope. Het is echter geen vriendelijke correspondentie; Hori bekritiseert de gebrekkige topografische en militaire kennis van zijn collega in het gebied van de Levant.
De tekst fungeert als een soort instructieboek voor Egyptische officieren die op campagne gingen in Kanaän. Hori beschrijft de routes, de steden en de gevaren die daar op de loer liggen. Een van die gevaren is de confrontatie met de Shosu-nomaden, die zich volgens de tekst schuilhielden in de dichte struiken van smalle bergpassen.
De berekening: vier tot vijf el
In een specifieke passage waarschuwt Hori voor Shosu-strijders die een lengte hebben van "vier tot vijf el, van hoofd tot voeten". Wanneer deze maten worden omgezet naar moderne eenheden, ontstaat een opvallend beeld. De koninklijke Egyptische el mat ongeveer 52,3 cm. Dit zou betekenen dat de strijders tussen de 2,10 meter en 2,60 meter lang waren.
Ter vergelijking: de gemiddelde man in de late bronstijd was circa 1,65 meter. Een krijger van meer dan twee meter zou voor een Egyptische soldaat dan ook een angstaanjagende verschijning zijn geweest. Voor voorstanders van de historische kern van Bijbelse verhalen is dit een cruciaal detail; het zou kunnen verwijzen naar de Anakim of de Nephilim, de volkeren die in het Oude Testament als reuzen worden omschreven.
Satire of statistiek?
De meeste egyptologen waarschuwen echter voor een te letterlijke interpretatie. De Papyrus Anastasi I staat bekend als een didactische en satirische tekst. De toon van Hori is sarcastisch en hij maakt veelvuldig gebruik van retorische stijlmiddelen om de incompetentie van Amenemope te onderstrepen. In die context kan de beschrijving van reusachtige vijanden dienen als een literair instrument: hoe groter en gevaarlijker de vijand, hoe groter de schande voor een officier die niet voorbereid is.
Bovendien ontbreekt tot op heden elk fysiek bewijs. Hoewel archeologen tienduizenden skeletten uit de bronstijd hebben onderzocht, zijn er in de Levant geen aanwijzingen gevonden voor een populatie of ras met een dergelijke bovengemiddelde lengte. Individuele gevallen van gigantisme komen voor, maar deze verklaren de schaal van de beschreven groepen niet.
Perceptie langs de Via Tiburtina
Of de Shosu nu werkelijk zo lang waren of dat hun reputatie hen vooruitsnelde, de papyrus blijft een waardevol document. Het toont aan dat de Egyptenaren hun buren in Kanaän associeerden met fysieke kracht en een imponerend postuur. Het document is daarmee een van de vroegste voorbeelden van militaire rapportage, waarbij observatie, ideologie en literaire aandikking door elkaar lopen.
De discussie over de Papyrus Anastasi I laat zien dat archeologische bronnen zelden eenduidig zijn. Ze vertellen ons soms minder over de biologische werkelijkheid van die tijd, en des te meer over hoe oude culturen de wereld om hen heen waarnamen en beschreven.
