1.300 jaar oude beschilderde kaakbeenderen als juwelen gebruikt

19-05-2016 - Karim Saad

Archeologen in Mexico hebben bij een oude ceremoniële locatie beschilderde kaakbeenderen gevonden die waarschijnlijk gedragen werden als ketting hangers. In hetzelfde gebied vonden ze ook verscheidene fluitjes een beeldjes gemaakt van keramiek. Opvallend detail: al deze objecten zijn in kleine stukjes kapot geslagen en er is geen enkel intact exemplaar gevonden. De kaakbeenderen en objecten zijn zo’n 1.300 jaar oud.

400 jaar lang bewoond

De archeologen denken dat de beschilderde botten niet afkomstig zijn van mensenoffers, maar eerder van de voorouders van de mensen die in het complex woonden waar de ontdekkingen zijn gedaan. Dit is in zekere zin opvallend, want een aantal van de gevonden beeldjes waren uitgehouwen beeltenissen van Xipe Totec, een Midden-Amerikaanse ‘god van de mensenoffers’. Tijdens de opgraving van het complex kwamen de archeologen erachter dat het minstens 400 jaar lang bewoond is geweest: “We denken dat deze woningen bewoond werden door een aantal families die aanverwant waren tijdens deze 400 jaar”, aldus Jeremias Pink, een afgestudeerde student van de Oregon State University die de opgraving leidde.

Voorouderverering

Waarom werden kaakbeenderen dan gebruikt als kettinghangers door deze mensen? Volgens de archeologen heeft dit maken met de cultuur in de regio. Mensen gingen waarschijnlijk de tombes van hun voorouders in en namen de restanten die er lagen mee naar buiten. Daar werden ze vervolgens geverfd en bewerkt om ze mooi te maken, zodat ze als juwelen gebruikt konden worden. Deze mensen gebruikten de botten van hun voorouders op een rituele manier om de banden tussen zichzelf en hun voorouders te benadrukken, dit om de eigen posities binnen hun samenleving te legitimeren.  Het complex waar de kaakbeenderen lagen werd in de zomer van 2015 gevonden in de Oaxaca Valley in zuid-Mexico, maar nu pas komt een gedeelte van het onderzoek erover naar buiten.

Zapotecs leefgebied

Deze locatie werd door het Zapotecs volk gebruikt om te wonen. Volgens de geschiedenisboeken wonen de Zapotecs al sinds de pre-klassieke periode tot de klassieke periode in Midden-Amerika (500-900 n. Chr.). In eerste instantie was hun hoofdstad gevestigd in Monte Albán en daarna in Mitla. Het volk kwam op door de agrarische samenleving in de valleien in en rond Oaxaca, maar ze dreven ook handel met andere beschavingen zoals de Maya’s, Olmec en Teotihuacan. Waarom de Zapotec beschaving rond het jaar 900 verviel is niet echt duidelijk, behalve dan dat er geen sporen gevonden zijn van gewelddadige verwoestingen van de hoofdsteden en gebouwen.

Kapot geslagen objecten

Wat nog meer onduidelijk is, is het feit dat alle objecten die gevonden zijn in duizenden kleine stukjes kapot geslagen zijn. De archeologen vonden ruim 3.000 fragmenten van beeldjes en 1.600 fragmenten van fluitjes. Hoewel sommige beeldjes dus duidelijk Xipe Totec lieten zien, is van de meesten de identiteit onduidelijk. Het lijkt volgens Pink erop dat alle objecten bewust kapot zijn geslagen. Waarom dit gebeurd is voor Pink nog een raadsel: “Ik zou alleen maar aan het speculeren zijn. Er is wel een duidelijk patroon zichtbaar van het breken van de beeldjes bij de nek.” Onderzoek en analyse van de gevonden voorwerpen is nog gaande. De archeologen vonden daarnaast ook 30 mallen van beeldjes, wat min of meer suggereert dat in ieder geval een aantal van de voorwerpen ook op de rituele locatie zelf werden gemaakt.

Bronnen:

www.mic.com

www.ancient.eu

www.livescience.com

Afbeelding:

Zapotecs beeldje, via Wikipedia, door Madman2001