Molens bij kinderdijk
Daan Couwenbergh

De geschiedenis van de windmolen in Nederland

Op het hoogtepunt stonden er negenduizend windmolens in Nederland. In de pre-industriële tijden waren hun functies uiteenlopend. Ze maalden graan, zaagden hout, maakten papier, persten olie en legden zelfs hele polders droog. Maar wanneer dook de eerste Nederlandse windmolen eigenlijk op? En wanneer snelde de moderne elektriciteitsopwekkende windturbine dit noeste Oud-Hollandse werktuig voorbij? Dat lees je in deze korte geschiedenis van de windmolen in Nederland.

De eerste windmolens

Ongeveer duizend jaar voor Christus verschenen de eerste windmolens in China. Deze “panemoon” had een verticale as en rieten zeilen. In het oude Perzië, op de grens met het huidige Iran en Afghanistan, pompten landbouwers vanaf de zesde eeuw met windmolens water op voor de irrigatie van hun landerijen. Vanaf de tiende eeuw vermelden bronnen voor het eerst windkracht voor het malen van graan.

In onze contreien

Lange tijd dachten historici dat de kruisvaarders de oosterse techniek meenamen op hun terugreis naar Europa. Tegenwoordig geloven geschiedkundigen dat West-Europeanen gaandeweg en onafhankelijk van het Oosten hun eigen windmolentype met een horizontale as ontwikkelden.

In het Franstalige Opzullik (België) stond in 1040 al een windmolen. Onze Nederlandstalige zuiderburen beschreven in 1180 het eerste Vlaamse exemplaar. Nederland volgde in 1221: het voormalige Zeeuws-Vlaamse dorpje Willemskerke vermeldt in dat jaar met zekerheid het bestaan van een windmolen.

Van standerdmolen naar bovenkruier

De eerste West-Europese windmolens waren houten standerdmolens die voornamelijk graan tot meel maalden. Kijkend naar hun technisch vernuft suggereren onderzoekers dat onze streken mogelijk al decennia of zelfs eeuwen vroeger minder geavanceerde prototypes gebruikten.

Het staat in elk geval vast dat het aantal Nederlandse windmolens vanaf de veertiende eeuw een hoge vlucht nam. De standerdmolen kreeg in de vijftiende eeuw een verbeterde opvolger met een draaibare kap. Bij deze bovenkruier lag de kap los op de romp waardoor het kruiwerk voortaan 360 graden kon draaien.

Poldermolens

In het begin van de vijftiende eeuw ontstonden de eerste poldermolens. Windmolens maalden meertjes en plassen leeg en creëerden zo nieuwe bewoonbare cultuurlandschappen. Deze prille experimenten groeiden uit tot grootschalige droogmakerijen. Vooral in Noord-Nederland kreeg de windmolen een belangrijke nieuwe functie als poldermolen en droogmolen.

Denk maar aan de Beemster die in 1612 droogviel en sinds 1999 op UNESCO-Werelderfgoedlijst prijkt. Wel vijftig molens legden én hielden deze polder driehonderd jaar droog. Met de komst van de stoommachine verloren windmolens vanaf 1850 hun betekenis als bemalingstuig. Modernere stoomgemalen namen hun taak over.

Voorbijgestreefd maar niet vergeten

Na de Tweede Wereldoorlog stopten ook vele windmolens voorgoed met draaien. Door nieuwe economische en technologische ontwikkelingen raakte hun ooit zo gewaardeerde windkracht in onbruik. Tegelijkertijd groeide het besef dat molens een belangrijke historische waarde hebben als nationaal erfgoed.

De Vereniging De Hollandsche Molen zet zich sinds 1923 in voor het voortbestaan van de Nederlandse wind- en watermolens. In Nederland kan je nog altijd ruim twaalfhonderd molens bewonderen. Meer dan negenhonderd molens stellen zich op de Nationale Molendag in het tweede weekend van mei voor je open.

Windturbines

Windturbines zijn moderne windmolens die elektriciteit opwekken. Charles F. Brush bouwde in 1888 in zijn achtertuin een achttien meter hoge volautomatische windturbine met 144 wieken. De Amerikaanse uitvinder verlichtte met deze nieuwe duurzame energiebron moeiteloos zijn hele huis in Cleveland. Denemarken toonde zich al snel als pionier: het land telde in 1900 al honderden windturbines.

Windmolenparken in de Noordzee

Dankzij de stijgende masthoogtes en omvangrijke schroefbladen leveren windturbines almaar meer kilowattuur aan elektriciteit. In Nederland maakten deze moderne windmolens rond de eeuwwisseling een stevige opmars. De statistieken zeggen genoeg. In 1990 telde ons land slechts 323 windturbines, in 2016 stonden er al 2014.

Het merendeel van de grote windturbines vind je voor de Nederlandse kust. In 2006 was NoordzeeWind het eerste grote offshore windmolenpark in de Noordzee. Het Prinses Amaliapark en Eneco Luchterduinen volgden in 2008 en 2015.

Windenergie voor eigen gebruik

Met een kleine windmolen of windturbine op je dak kun je zelf groene stroom opwekken. Veel elektriciteit levert dat helaas niet op. Wil je efficiënt investeren in windenergie? Neem dan deel in een groot windmolenpark of kies voor een groene energieleverancier die windstroom levert. Sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2004 kies je als consument zelf je energieleverancier. Vooraf nauwkeurig energie vergelijken helpt je met je zoektocht naar een duurzame energieleverancier.

 

Meer lezen