De zwartste bladzijden uit Warschau’s historie

Herinneringen aan twee opstanden en verwoestingen

Tekst en foto’s: Lou LichtenbergHet Monument voor de Kleine Opstandeling bij de herbouwde muur van de oude stad.

Het wordt vaak als het ‘Wonder van Warschau’ aangeduid dat de stad, na volledig verwoest te zijn geweest gedurende de Tweede Wereldoorlog, in de decennia daarna zo prachtig in oude stijl herrees. Dat mag inderdaad een wonder heten, zeker wanneer je je realiseert hoe drastisch die verwoesting werd voltrokken. Tot tweemaal toe werd de stad getroffen: allereerst in 1943 toen het joodse getto na de joodse opstand verwoest werd en een jaar later werd wat er van de stad nog resteerde met de grond gelijk gemaakt na de opstand die door het Poolse verzet georganiseerd was om de bevrijding van de stad te bespoedigen. We gaan op zoek naar wat er nog aan die oorlogsellende in de hedendaagse Poolse hoofdstad herinnert.

Na in de Eerste Wereldoorlog al een bezetting te hebben moeten ondergaan van een Duits leger, was het nagenoeg meteen aan het begin van de Tweede op 1 september 1939 opnieuw raak. Hitler en zijn troepen vielen Warschau en de rest van Polen binnen en na een heftige en tevens ongelijke strijd werden stad en land op 27 september 1939 tot capitulatie gedwongen. Jaren van een ongekende onderdrukking en verwoesting volgden en deze vormen zonder twijfel de zwarte pagina’s in het geschiedenisboek van de stad. Stadsbestuurders werden gevangen gezet of gedeporteerd, onderwijsinstellingen gesloten, de joden werden bijeengedreven in een getto, zij en andere burgers moesten de grootst mogelijke ontberingen ondergaan waarbij tallozen het leven lieten, om maar eens wat ellendige feiten te noemen.

Opstand in het getto
In de loop van 1941 groeide het aantal joden in het getto uit tot ver boven de 400.000 op een oppervlakte van minder dan vier vierkante kilometer, hermetisch afgesloten van de buitenwereld door een ruim drie meter hoge muur met prikkeldraad. Vele joden bezweken door ondervoeding en besmettelijke ziekten. Na de Duitse invasie in Rusland in juni 1941werd de behandeling van de gettobewoners door de nazi’s nog meedogenlozer. Martelingen en andere onmenselijkheden werden meer regelmaat dan uitzondering. In de zomer van 1942 werd binnen 52 dagen ruim driekwart van de getto-bevolking op de ‘Umslagplatz’ bijeengedreven en in veewagens gedeporteerd. Een resterende groep van circa 70.000 joden werd samengebracht in het noordoosten van het getto.

Toen in januaHet Monument voor de Helden van het Getto op het Bohaterów Getta-plein.ri 1943 een tweede golf van deportaties begon, kwamen de joden in opstand. Hevig verzet werd geboden, waardoor de deportaties na vier dagen stopten en joodse gevechtsorganisaties de controle in het getto overnamen. Tijdens de drie daaropvolgende maanden bereidden joodse strijders zich volop voor op een finale confrontatie met de Duitsers. Honderden ondergrondse bunkers werden gebouwd onder de huizen, vaak met elkaar verbonden via het riolenstelsel, en met uitgangen naar plaatsen buiten het getto. Intussen voerden de Duitsers buiten het getto versterkingen aan.

Op 19 april 1943 volgde de grote klap: de Duitsers trokken met zwaar materieel het getto binnen en een hevig gevecht brak los, waarbij de joden maar liefst bijna vier weken stand wisten te houden. Maar tegen het systematisch platbranden van elke woning in het getto was uiteindelijk maar weinig bestand. Toen op 8 mei de leider van de opstand, Mordechai Anielewicz, en zijn medestrijders in een der laatste bunkers (op het adres Mila 18, waarover hierna meer), zelfmoord pleegden om Duitse gevangenneming te ontlopen, werd het verzet de gevoeligste klap toegebracht. Op 16 mei 1943 kon de SSBrigadeführer Stroop zijn beroemde woorden ‘Das ehemalige jüdische Wohnviertel Warschau besteht nicht mehr’ aan de buitenwereld melden. Wat er nog van het getto resteerde werd vervolgens nog met de grond gelijk gemaakt, met als gevolg dat een groot deel van de binnenstad van Warschau reeds hiermee verdween. Enkele tienduizenden joden wisten in de ondergrondse bunkers en riolen te overleven, maar werden uiteindelijk ook naar Treblinka afgevoerd. Slechts een klein aantal van hen overleefde de oorlog.

Opstand van Warschau
Deze opstand in het getto van 1943 wordt vaak verward met de opstand die in 1944 zou volgen. Bij de nadering van het Sovjetleger besloot het Poolse verzetsleger tot een opstand om de bevrijding van Polen te bespoedigen. De opstand van Warschau begon als onderdeel van een landelijke opstand op 1 augustus 1944. Gedurende 63 dagen, tot 2 oktober 1944, wisten de Poolse opstandelingen tegen het Duitse leger stand te houden, maar zij hadden buiten de waard gerekend: het Sovjetleger kwam hen niet of nauwelijks te hulp. De opstand werd bloedig neergeslagen, waarbij meer dan 200.000 Poolse slachtoffers vielen. Hitler besloot tevens tot wraak: wat nog van Warschau restte werd systematisch tot de grond toe vernietigd. Historische gebouwen en monumenten kregen daarbij een extra beurt. Met als gevolg dat van de hele stad bij de verovering door het Rode Leger op 17 januari 1945 nagenoeg slechts puin resteerde: volgens schattingen was zo’n 70% van de hoofdstad met de grond gelijk gemaakt. Bovendien telde de stad teg monument ter herinnering aan Mordechai Anielewicz.en die tijd 850.000 dodelijke of vermiste slachtoffers als gevolg van al deze oorlogsellende. Na de oorlog werd de opbouw van Warschau met voortvarendheid ter hand genomen. Haar oude, vooroorlogse karakter kreeg de stad weer grotendeels terug na de val van het communistische regime aan het einde van de jaren tachtig in de vorige eeuw. Een wonderbaarlijke wedergeboorte, die grote bewondering verdient.

Wandeling langs resten
Een wandeling langs het weinige dat nog aan deze trieste periode herinnert is beslist indrukwekkend. Niet alleen door wat je ter plekke kunt zien, maar misschien wel vooral door wat je thans niet feitelijk aan resten ziet, maar wat al dan niet gereconstrueerde beelden en geluiden uit die tijd oproepen. Foto’s van het getto gaan pas echt leven bij een wandeling op de plaats waar dat ooit stond. Voorbeelden daarvan zijn foto’s van Wehrmachtsoldaat Joe Heydecker die in 1941 meerdere malen door een gat in de muur van het getto klom om met een fototoestel de ellende van de joodse bevolking vast te leggen. Maar ook film-documentaires over het getto en boeken als ‘Mila 18’ en ‘De Pianist’ – die ook treffend werden verfilmd – brengen de nodige indrukken teweeg.

We beginnen onze wandeling op het Bohaterów Getta-plein, waar het Monument voor de Helden van het Getto staat. Het monument is ook bekend van de knieval van de toenmalige Duitse bondskanselier Willy Brandt na zijn kranslegging bij dit monument op 7 december 1970. Deze historische daad, die op miljoenen mensen een onuitwisbare indruk maakte, werd ook vereeuwigd op een bronzen plaquette op het plein. De kale ruimte van dit plein en de naoorlogse grauwe woonblokken die er in de directe omgeving daarvan werden opgetrokken versterken een gevoel van treurnis en eenzaamheid. Bij het monument begint tevens een route ter herdenking aan het martelaarschap en de strijd van de joden, aangegeven door 19 granietblokken met inscripties in het Pools en Hebreeuws, die de belangrijkste gebeurtenissen en personen van het getto vermelden. De route voert onder meer langs de straat Mila waar een heuveltje opgetrokken van brokstukken herinnert aan de bunker die hier bij nummer 18 stond en waar de leider en zijn medestrijders van de getto-opstand hun einde vonden. De gedachte aan wat er zich hier toen ondergronds en bovengronds heeft afgespeeld beneemt je bijna de adem.

Datzelfde gevoel treft ons ook bij een bezoek aan de verderop gelegen ‘Umslagplatz’, van waaruit de joden van het getto werden weggevoerd naar Treblinka. Het witte marmeren monument in de vorm van een veewagon maakt vooral indruk door de 400 joodse voornamen die op de muren aangebracht zijn. Aan de overkant van de straat is nog een gebouw gelegen dat het getto overleefde en dat toebehoorde aan de SS officier die belast was met het toezicht op de Umslagplatz. De vrolijkheid van de psychologiestudenten die nu in dat gebouw college lopen staat haaks op het gevoel dat een herdenkingstocht langs deze trieste oorlogsherinneringen oproept. Maar de onbezorgdheid van een naoorlogse generatie geeft tegelijk reden tot optimisme.

Meer sporen
De joodse begraafplaats met zijn circa 250.000 graven bleef merkwaardigerwijs nagenoeg onbeschadigd gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ten zuiden daarvan staat ook nog het weeshuis Janusz Korczak, waar een standbeeld en gedenkplaat nog herinneren aan de in Treblinka omgekomen arts met zijn joodse weeskinderen. Bij het archeologisch museum in het park Ogród Krasinskich stuiten we op resten van de bestrating en tramrails van de vroegere Nalewki straat. Overblijfselen van bestrating en tramrails van het getto komen we ook tegen in de Chlodna straat bij de gelijknamige kerk.

En dan de getto-muur. DeOverblijfselen van bestrating en tramrails in de Chlodna-straat. grondige verwoesting van het getto door de Duitsers heeft eveneens wat dit betreft haar tol geëist. Op twee plaatsen komen we nog wat resten daarvan tegen, in de omgeving van het Grzybowski-plein. Allereerst zijn delen ervan zichtbaar in de muur van een vroegere brouwerij in de Waliców straat. Aan de overkant daarvan zien we tevens nog etagewoningen met een binnenplaats zoals we die herkennen van films over het getto. Een alleszins pakkende omgeving, waarin de sfeer van vroeger herleeft. Dichterbij het cultuurpaleis ontdekken we op een binnenplaats een duidelijker restant van de gettomuur, voorzien van een gedenksteen, waarop vermeld staat dat twee stenen van de muur een plaats in het Holocaustmuseum in Washington en in Yad Vashem in Jeruzalem hebben gekregen. Ook vlakbij deze plaats zijn nog voorbeelden te zien van rode bakstenen huizen, die het vooroorlogse Warschau zozeer karakteriseerden. Uit de restauratiewerkzaamheden die de huizen thans ondergaan leiden we af dat ze binnen niet al te lange tijd een andere, meer economische bestemming gaan krijgen. Niet ver van het Centraal Station bevinden zich bovendien restanten van een oude muur die de executieplaats aangeeft van 102 Poolse burgers door de Duitsers op 28 januari 1944.

Op diverse plaatsen in de stad zijn nog andere herinneringen aan die vreselijke tijd vooral in de vorm van pakkende monumenten te zien. Een willekeurige greep daaruit: bij de herbouwde muur van de oude stad stuiten we op het ontroerende Monument voor de Kleine Opstandeling, een bronzen beeld van een jongetje compleet met een te grote hoed en een geweer, als eerbetoon aan de bij de opstand van Warschau omgekomen kinderen. Naast het Gerechtshof nabij het Krasinski-plein bevindt zich het welbekende Monument van de Opstand van Warschau, naar verluid precies neergezet op de plaats van waaruit de opstandelingen op 1 augustus 1944 hun strijd tegen de Duitsers begonnen. De bronzen beeldengroep toont de gewapende opstandelingen in hun aanvalspositie klimmend over de barricaden.

Aanraders zijn eveneens verschillende musea waarin herinneringen lRestant van de gettomuur.evend worden gehouden. Het Historisch Museum op het Marktplein geeft niet alleen een beeld van de hele geschiedenis van de stad, maar staat ook uitvoerig stil bij de ellende van de Tweede Wereldoorlog, onder meer in de vorm van een boeiende film over de vernietiging door de Duitsers in 1944. Nog andere zaken uit deze tijd worden geëxposeerd in het Verzets- en Martelarenmuseum in het Ujazdowskipark, gehuisvest in het voormalige hoofdkwartier van de Gestapo. En niet te vergeten het Museum van de Opstand van Warschau in de Przyokopowa straat, waarvan de realistisch nagebootste taferelen je lang bijblijven. Om van de andere sporen nog maar te zwijgen.

Dit artikel is eerder verschenen in Archeologie Magazine nummer 6 van 2008. Klik hier om dit nummer na te bestellen of klik hier om direct een abonnement te nemen en geen enkel nummer meer te missen.