De langste paal is met forse kracht door een machine uit de oude rivierbedding van de Maas getrokken, waarbij de paal in stukken is gebroken. Het onderste deel zit nog in de bodem.
Provincie Gelderland
Romeinse brug ontdekt in Maas bij Dreumel
Bij een zandwinningsproject in de buurt van Dreumel zijn eikenhouten palen uit de vierde eeuw n.Chr. gevonden. Onderzoek wijst uit dat deze palen afkomstig zijn van een Romeinse brug. De ontdekking laat zien dat de Romeinen in de Laat-Romeinse tijd fors investeerden in de infrastructuur van het Rivierenland, om zo een betrouwbare route tussen de Maas en de Waal te garanderen.
Sinds 2010 zijn bij het project 'Over de Maas' al meer dan 400.000 voorwerpen naar boven gehaald, variërend van mammoetkiezen tot Romeinse zwaarden. De nu onderzochte eikenhouten palen vallen echter in een categorie apart. De langste paal is minimaal 11,5 meter lang, maar was in zijn geheel waarschijnlijk meer dan 13 meter. Dendrochronologisch onderzoek – het dateren van hout aan de hand van jaarringen – wijst uit dat het hout uit het jaar 363 na Christus stamt.
Een brug op de juiste plek
Archeoloog Wouter Vos heeft in opdracht van de provincie Gelderland de betekenis van deze palen onderzocht. De palen zijn aan de zijkanten recht gekapt en vertonen sporen van houtwormen, wat aantoont dat de constructie niet volledig onder water stond. Gezien de positie in de rivier en de vergelijking met soortgelijke brugconstructies bij Cuijk, is de conclusie gerechtvaardigd dat het hier gaat om een brugoversteek.
De locatie is strategisch gekozen: de palen liggen op een punt waar de rivier in de Romeinse tijd op zijn smalst was. Deze bevinding sluit naadloos aan bij ander archeologisch bewijs in de regio. Zo zijn aan de noordoever resten van een Romeins wegdek gevonden en is de route tussen Alem en Lith al langer bekend als een oude landweg die teruggaat tot voor de middeleeuwen.
Logistieke noodzaak
Waarom bouwden de Romeinen hier een brug? In de vierde eeuw stroomde er periodiek zoveel water door de Waal en de Maas dat de gebruikelijke landroutes richting het westen onbegaanbaar waren. Een vaste oeververbinding op deze plek vormde een logische omleiding voor het verkeer tussen Nijmegen en het westen van het huidige Nederland.
Het versterkt het beeld dat het Rivierenland in de Laat-Romeinse tijd geen afgelegen uithoek was, maar een economisch en strategisch belangrijk gebied waar voortdurend werd geïnvesteerd in de logistieke verbindingen.
Dendrochronologie
Met dendrochronologie kijken archeologen naar de dikte van de jaarringen in een stuk hout. Omdat bomen reageren op het klimaat (droge jaren geven dunne ringen, natte jaren dikke), ontstaat een uniek patroon. Door dit patroon te vergelijken met referentielijsten van gekende bomen uit dezelfde regio, kunnen wetenschappers exact bepalen in welk jaar een boom is gekapt. Zo weten we dus tot op het jaar nauwkeurig wanneer de Romeinen hun werkzaamheden in de Maas uitvoerden.
