Feesten met de farao's

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze keer: leve het leven!

Voor ons, hedendaagse Nederlanders, is december een maand van feest en gezelligheid. Sinterklaas, Kerstmis, oudjaarsavond, Nieuwjaarsdag – het houdt maar niet op. En de rest van het jaar? Feestjes, verjaardagen, muziek, Pasen, Koningsdag, weekenden, vakanties, café's, festivals, evenementen. Het vormt allemaal, zo zal menigeen denken, een fors contrast met het oude Egypte. Zij immers waren het volk van mummies, graven, het Dodenboek en doodsgoden, toch?

Hip speelgoed

Er werd absoluut gemummificeerd en er zijn eindeloos veel graven bewaard gebleven uit de tijd van de farao's, dat klopt. En inderdaad, het Dodenboek bestaat en aan stervensgerelateerde goden had men in het oude Egypte bepaald geen gebrek. Allemaal helemaal waar, alleen wil dit niet zeggen dat men destijds niet van het leven genoot. Integendeel zelfs, want, zoals de Egyptische wijsgeer Ptahhotep ruim 4.000 jaar geleden schreef, “volg je hart zolang je leeft […] en verkort de tijd van het plezier niet”. Een advies dat men als kind al ter harte nam, want gespeeld werd er in het oude Egypte volop. Er waren rammelaars, er werden balspelen beoefend en er zijn poppen en zelfs poppenmeubeltjes teruggevonden. Er waren dierenfiguren met beweegbare onderdelen (het faraonisch equivalent van hedendaags hip speelgoed), er werd gevist en er zijn afbeeldingen gevonden van jongens die oorlogje spelen.

Bierhuizen, danseressen en trommels

Van volwassen oude Egyptenaren zijn talloze liefdesgedichten bewaard gebleven en Egyptische jongeren gaven zich, als de zon na een dag werk of studie was ondergegaan, graag over aan dans en muziek. De Egyptische kalender wemelde van de feestdagen en ook bij heugelijke feiten binnen de familiekring, zoals geboorte en huwelijk, stond men stil. Op een reliëf uit het graf van Nebamon, omstreeks 1425 v.Chr., is rechts een grote verzameling kruiken te zien, wordt er links in de handen geklapt en op een fluit gespeeld en zijn in het midden twee danseressen aan het dansen. Tevens, naast die fluit, kenden de Egyptenaren trompetten, harpen en trommels en was er het sistrum (een rammelaar met kleine ratelende metaaltjes). Er werden vechtsporten beoefend in het oude Egypte, boog geschoten en gezwommen en men kende herbergen en bierhuizen. Mannen en vrouwen zaten er vrijelijk door elkaar, van sluitingstijden had men nog nooit gehoord en zowel dronkenschap als prostitutie waren er bepaald geen onbekende verschijnselen.


Detail van een fresco van de tombe van  Nebamun. Thebes, Egypt, Dynasty XVIII.
Uit de collectie van het British Museum, Londen.

Een deftig bordspelletje

In een graftombe te el-Kab, ten zuiden van Luxor, is een dame te zien die een dienaar beveelt haar achttien (!) bekers wijn te brengen. “Zie je niet dat ik probeer dronken te worden”, zegt ze letterlijk. Op een andere afbeelding, een papyrusrol die in Turijn wordt bewaard, zijn scènes te zien die tegenwoordig alleen ná een bepaald tijdstip op tv mogen worden uitgezonden. Hoewel het in dit geval  een man met vrouw betreft, zijn er ook afbeeldingen bekend waarbij alle twee de karakters mannelijk zijn. Naast dergelijk expliciet materiaal hadden de oude Egyptenaren ook gedichtjes, liedjes en  zelfs iets van literatuur. Voor verder vermaak waren er bordspellen, waarvan het zogeheten senet by far het bekendst en populairst was. Dit  gold niet alleen voor het “gewone” volk, blijkt wel uit het graf van Toetanchamon. Men vond er naast drie kleine spelen van kunstig gesneden ivoor, een groot en deftig zwart houten senet-bord. Staande op een slede met katachtige poten, welke waren bedekt met bladgoud en ivoor.

Eet smakelijk

Het gemiddelde menu van de oude Egyptenaren bestond uit brood, bier, peulvruchten, groente en vis. Fruit echter was ook belangrijk en populair en vooral dadels werden veelvuldig gegeten – variërend van een dadel uit het vuistje tot dadelkoeken en dadelwijn. Daarnaast at men vijgen en granaatappels, werden palmvruchten soms gebruikt om stroop te bereiden en genoot men van zowel verse als gedroogde druiven. Om de maaltijden te verrijken werden kruiden als kaneel, komijn, anijs, mosterd en tijm gebruikt en graanproducten konden worden voorzien van honing, sesam of vruchtjes – heus faraonisch gebak! Vlees was voor de armere Egyptenaren niet erg gemeengoed, maar de rijkeren deden zich er maar al te graag aan tegoed. Vooral rund, maar soms ook hert of antilope. Men at ragout, kende vissoep en dronk melk en maaltijden konden zowel worden gekookt als worden gestoomd, gebakken of geroosterd. Het landbouwareaal was dermate vruchtbaar dat de kans op overgewicht veelal groter was dan de kans op ondergewicht. Ofwel: ondanks hun mummies en ondanks het Dodenboek, genoten de oude Egyptenaren wel degelijk van het leven – bij tijden zelfs met volle teugen. Het waren mensen, gewone mensen, net zoals wij. Men had het leven lief en als Kerstmis destijds had bestaan, dan hadden ze het zeker groots gevierd. Fijne feestdagen!

Bronnen:

Eugen Strouhal, Leven in het oude Egypte, Uitgeverij J.H. Gottmer, H.J.W. Becht b.v., 1993 * Nicholas Reeves, Toetanchamon (de koning, het graf, de schatten), Uitgeverij J.H. Gottmer, H.J.W. Becht b.v., 1991