Faraonische dierenliefde

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Zoals, bijvoorbeeld, een der lieflijkste vondsten ooit.

In het Egyptisch Museum te Caïro staat, tussen vele, vele andere schatten, een heel bijzondere sarcofaag. Gemaakt van kalksteen, opvallend hoog en met het hoofd- en voeteneind nóg wat hoger opgetrokken, alsof het een soort kapelgebouwtje moet voorstellen. Op alle vlakken staan banden met hiërogliefen, horizontaal en verticaal, en op de beide langste zijdes staat de overledene afgebeeld, gezeten voor een royaal gevulde offertafel. De godinnen Isis en Nephtys zijn van de partij, zoals wel vaker op sarcofagen, en op de hoeken staan spreuken voor de vier beschermgoden van de organen van de mummie. Tot zover allemaal vrij doorsnee, zou je zeggen, met karakteristieken die niet bepaald heel afwijkend van de norm zijn, maar met zijn lengte van 66, breedte van 45 en hoogte van 64 centimeter kan dat doorsnee met één pennenstreek wel worden weggestreept. Het betreft namelijk nadrukkelijk géén kinderkistje, maar gezien de maten kan ie al evenmin voor een volwassene zijn geweest, dus voor wie, zo vraag je je af, was ie dan wel bedoeld?

Dierenvriend pur sang

Zoals gezegd staat de overledene, tezamen met een tafel vol lekkers, afgebeeld op de zijkanten van het sarcofaagje. Zittend op een kussentje en met een sjaal-achtige band om de nek lijdt het geen enkele twijfel om wie het gaat, om wie er ooit in het kistje is bijgezet: een kat. Ze heette Ta-mioe, zo staat maar liefst elf keer in het kalksteen gebeiteld, en was zeker niet zomaar een katje, want volgens een inscriptie op het deksel was de sarcofaag vervaardigd "onder leiding van Thoetmosis, de oudste geliefde zoon des konings". Ta-mioe was het huisdier van kroonprins Thoetmosis V, de oudste zoon van de rijke en machtige farao Amenhotep III. Tot koning heeft ie het uiteindelijk nooit geschopt, daar hij overleed nog vóór z'n vader, maar het sarcofaagje van zijn kat leert ons dat deze verder vergeten prins waarschijnlijk een grote dierenvriend was. In de woorden van egyptologe Joann Fletcher was hij "verslingerd" aan Ta-mioe en volgens de grote Duitse egyptoloog Dietrich Wildung was het katje zelfs "het speciale lievelingsdier van de kroonprins". Waar Ta-mioe exact werd begraven is niet bekend, maar archeologen vonden het kistje in het ooit bewoonde deel van een oud-Egyptische stad, dus dikke kans dat Thoetmosis haar in zijn tuin had begraven – precies zoals veel huisdierbezitters dat ook vandaag de dag prefereren als hun vriendje is overleden.

Telg uit een gigantengeslacht

De directe voorouders van de dierenliefhebbende kroonprins hadden om en om dezelfde namen: Thoetmosis' vader heette Amenhotep, diens vader was Thoetmosis IV en deze op zijn beurt was weer een zoon van Amenhotep II (wiens vader onder de naam Thoetmosis III in de boeken staat). Het zijn stuk voor stuk leden van een roemrijke koningsfamilie, telgen uit misschien wel de succesvolste dynastie die het land van de farao's ooit heeft gekend. Thoetmosis III was een groot veroveraar, die van Egypte de sterkste speler in het oude Nabije Oosten maakte, zijn beide opvolgers bouwden vervolgens gestaag verder aan het land en haar glorie en onder Amenhotep III schitterde Egypte als nooit tevoren. Er werd volop gehandeld, de kunst bloeide, er was grote belangstelling voor wetenschap en qua tempel- en beeldenbouw werd er gedacht én gewerkt in superlatieven. De farao's in dit tijdvak werden daarentegen niet meer in kolossale piramides begraven, daar die dingen veel te zichtbaar waren gebleken voor grafrovers, maar in beschilderde onderaardse graftombes in een gezamenlijke afgelegen vallei: het Dal der Koningen.

Drie lieflijke graven

Een van de graven in het Koningsdal is dat van Amenhotep II, door egyptologen genummerd tot graf KV35. De grafkamer, waarin zich ten tijde van de ontdekking in 1898 de sarcofaag én mummie van Amenhotep bevonden (overdekt met bloemen, zo wordt gezegd), heeft een met sterretjes beschilderd plafond, muren vol mythologische scènes en zuilen met daarop afbeeldingen van de koning. In de zijkamertjes werden, naast restanten van de grafschat, ook een aantal andere koningsmummies aangetroffen (hier ooit herbegraven nadat hun eigen tombes waren geplunderd) en buiten het graf, zo'n 50 meter ten zuidoosten ervan, deed men in 1906 een van de lieflijkste vondsten die ooit in het Dal der Koningen zijn gedaan. Drie kleine graven, met KV50, KV51 en KV52 als nummers, en allen bestaande uit een korte verticale schacht omlaag en daaropvolgend een klein rechthoekig kamertje. In de mini-tombes, alledrie ontdekt door egyptoloog Edward Ayrton, werden geen schilderingen gevonden, maar wat er wel lagen, en hiermee zijn we terug bij het puntje dierenliefde, waren dieren, meerdere dieren.

Faraonische dierenliefde

In KV50 werden een aap en een hond gevonden, in KV52 lag enkel één aap en in KV51, qua afmetingen overigens de kleinste van de drie, lagen maar liefst vier apen, drie eenden én een ibis. Over de exacte gedachte erachter is het gissen, maar, zo schrijven egyptologen Reeves en Wilkinson in hun Koningsvallei-encyclopedie, het tombedrietal "lijkt het dierenkerkhof te zijn van één enkele, dierenliefhebbende farao – misschien Amenhotep II, aangezien de dierengraven dicht in de buurt liggen van diens graf, KV35". Hoe dan ook, de dieren lijken oorspronkelijk gemummificeerd te zijn geweest, droegen soms zelfs juwelen, hadden meestal ook een kistje en over de hond wordt gezegd dat hij bij leven "stierlijk [werd] verwend met lekkere hapjes". Ene Joseph Smith, die de graven kort na hun ontdekking bezocht, omschreef hem (of haar) als zijnde geel en van normale afmetingen, "op zijn poten staand, zijn kleine staart over zijn rug gekruld en met wijd open ogen. Het dier zag eruit alsof hij leefde". De jonggestorven kroonprins Thoetmosis, zo lijkt het, had zijn liefde voor dieren kortom niet van een vreemde. Waar hij Ta-mioe, zijn kat, een kalkstenen kistje schonk, kreeg de veestapel van overgrootvader Amenhotep II zelfs een bijzetting in het heilige Dal der Koningen. Als dat geen dierenliefde is!!

______________________________________________________________
* Dietrich Wildung, Günter Grimm, Goden en farao's, Verlag Philipp von Zabern, jaren '70
* Joann Fletcher, Zonnekoning van Egypte - Amenhotep III, Icob BV, 2000
* Aidan Dodson, Dyan Hilton, The complete royal families of Ancient Egypt, Thames & Hudson Ltd., 2010
* Matthias Seidel, Regine Schulz, Kunst & Architectuur Egypte, Könemann/Tandem Verlag GmbH, 2005
* Nicholas Reeves, Richard H. Wilkinson, Dal der Koningen - graftomben en schatten van de grootste farao's, Bosch & Keuning, 2000
* A.R. Williams, National Geographic Magazine, 'Dieren van de farao', november 2009

Afbeelding: Kattenmummie in het Louvre