Ingang van grot 2, met het anker en de mudbrick duidelijk zichtbaar

De prachtige dingen van Punt

Redactie

Ingang van grot 2, met het anker en de mudbrick duidelijk zichtbaarIn Mersa Gawasis, een oud Egyptische haven aan de Rode Zee in Egypte, zijn verschillende afbeeldingen bewaard gebleven van ceremoniële schepen maar ook van rivier- en zeeschepen. Daarnaast zijn er teksten overgeleverd die aangeven dat het land Punt, voorheen geïdentificeerd aan de kust van Somalië, maar tegenwoordig eerder in het zuiden van Soedan of Eritrea gesitueerd, al in het Oude Rijk (2686-2181 v. Chr.) door de Egyptenaren werd opgezocht.

Het land Punt was voor de Egyptenaren van groot belang vanwege luxe, maar onmisbare producten zoals goud, ivoor, ebbenhout, wierook, huiden (o.a. giraffe en panter) en vele andere producten. De beste bron van informatie over Punt-expedities is zonder twijfel de groep afbeeldingen in Deir el-Bahari, de dodentempel van Hatsjepsut, een beroemde koningin uit de 18e dynastie (1550-1295 v. Chr.). Deze behoren tot de beste afbeeldingen van schepen uit het Nieuwe Rijk (1550-1069 v. Chr.) en laten 10 schepen zien, waarvan vijf de haven in komen en vijf worden beladen en vertrekken. Naast deze iconografische en tekstuele informatie zijn de resten van verschillende schepen bewaard gebleven: rivierschepen en ceremoniële schepen. Archeologisch bewijs voor zeeschepen ontbrak tot op heden.

Ontdekking

Het was in de jaren ’70 dat Abdel Monem Sayed de overblijfselen van een haven uit het Midden Rijk (2055-1650 v. Chr.) vond, in het oude Egypte bekend als S3ww, aan de kust van de Rode Zee in Mersa Gawasis, zo’n 22 km ten zuiden van het huidige Safaga. Sayed vond inscripties uit de 12e dynastie (1985-1795 v. Chr.) in een schrijn van een ambtenaar onder farao Senusret I genaamd Ankhu en een stèle van Intefiker, vizier van de farao. Deze laatste tekst beschrijft schepen die in Coptos gebouwd waren voor een expeditie met 3700 man naar ‘Bia-Punt’. De schepen moeten zijn gedemonteerd om door de Oostelijke Woestijn te transporteren en vervolgens in de haven weer in elkaar zijn gezet. In 2001 begon de Universiteit van Napels ‘L’Orientale’ en het Italiaanse Instituut voor Afrika en de Orient, in samenwerking met de Universiteit van Boston met een systematisch onderzoek van de vindplaats met als doel tot een beter begrip te komen van de organisatie van de zeevaart in het oude Egypte in faraonische tijden.

Tijdelijke bewoning

In tegenstelling tot Beneden- Nubië, waar de Egyptenaren grote mudbrick forten bouwden, was er geen fort bij S3ww, maar tijdelijke kampementen. Mersa Gawasis ligt op een fossiel koraal terras aan het noordeinde van Wadi Gawasis. Archeologische resten, overblijfselen van tijdelijke bouwsels bestaande uit cirkels van stenen en koraalblokken waarboven eens een lichtgebouwde bovenstructuur - tenten - stonden, zijn gevonden bovenop het terras. Opslagkamers werden in de rots aangetroffen en aan de voet van het terras, ongeveer 700 m van de huidige kustlijn, is een industrieel gebied blootgelegd waar onder andere metaalbewerking heeft plaatsgevonden. Langs de kustlijn werd een serie ceremoniële bouwsels gevonden.

Offerkapel

Eén van de belangrijkste vondsten aan de kust is een structuur, ruwweg cirkelvormig, gemaakt van blokken steen en koraal. Sayed heeft in 1976 een testsleuf gegraven en in 2005 werd het gebouw opnieuw onderzocht. Honderden schelpen (Pteroceras) zijn er achtergelaten, voornamelijk bovenop een platform van steen, bedekt met zand en grint dat duidelijk was samengeperst, en zijn waarschijnlijk door de zeelieden geofferd.

Stelae

In december 2004 werden, meer landinwaarts, de ingangen van twee in het koraalterras uitgehouwen grotten ontdekt. Aan de buitenkant van de grotere grot (Grot 2) werden 14 smalle niches gevonden, waarin in sommige de kalkstenen stelae nog aanwezig waren. Deze zijn vergelijkbaar met de votieve stelae uit het Midden Rijk. De best bewaarde stèle was uit de niche gevallen en lag met de tekst in de grond. De cartouche van farao Amenemhat III (12e dynastie) stond boven een offerscène aan de god Min. De tekst hieronder gaat over twee expedities die werden geleid door Nebsu en Amenhotep naar Punt en Bia- Punt, waarvan de locatie, zoals reeds vermeld, tot op heden onzeker is. Deze stèle bevat nieuwe historische informatie over deze koning, want het was tot dan toe niet bekend dat deze farao opdracht tot expedities naar dit gebied had gegeven. Een andere stèle bevatte de vijf koninklijke namen van farao Amenemhat III.

Grot 2

Grot 2 is waarschijnlijk een vergrote, natuurlijke holte in de rots. Beide zijkanten van de ingang waren nauwkeurig verstevigd met behulp van hergebruikte stenen ankers, twee grote balken van cederhout, kleine blokken steen en mudbrick. Zeven planken van cederhout lagen horizontaal in de ingang en vormden waarschijnlijk een soort helling. Binnenin de grot en bovenop een grote berg naar binnen gewaaid zand lagen twee bladen van stuurriemen gemaakt van cederhout. Deze zijn de eerste complete onderdelen van zeeschepen die in Egypte zijn ontdekt en zijn hetzelfde als die in modellen en reliëfs uit het Midden en Nieuwe Rijk te zien zijn. Ze zijn ruwweg twee meter lang en 40 cm breed. De gaten in het blad zijn waarschijnlijk gebruikt om de riemen aan de scheepsromp vast te maken. Het aardewerk, dat bij deze scheepsresten gevonden werd, dateert tot de 17e en vroege 18e dynastie. Daarnaast werd een oblong gevormde houten kom gevonden, een kleine tas gemaakt van touw en twee houten labels.

De ‘touwgrot’

Nader onderzoek van Grot 2 brachten nog vier andere door mensen gemaakte grotten aan het licht, die parallel aan de grot waren uitgehakt. Deze, in totaal vijf grotten, zijn gebruikt als een soort scheepsarsenaal. Wellicht de meest opzienbarende vondst werd gedaan in Grot 5 (c. 19x4 m in oppervlak). Deze grot bevat ongeveer 30-40 bundels scheepstouw, gemaakt van gras. Sommige bundels bestaan uit zo’n 30 m touw. De kleinste diameter van het touw is zo’n 24 mm; de grootste diameter bijna 40. Gezien de dikte en het gewicht van het touw, maar ook vanwege het materiaal, lijkt het uitgesloten dat het hier om tuigage gaat. Eerder zal dit het touw zijn dat werd gebruikt om de schepen verder de lagune in te trekken of de ankers te kunnen neerlaten in het water. Een andere functie zou het vastbinden van de boeg en steven kunnen zijn, zoals zeeschepen maar ook grote schepen geconstrueerd werden in het Midden en Nieuwe Rijk. Niet onwaarschijnlijk is dat er nogal wat extra touw aan boord werd meegenomen om gebroken touw te kunnen vervangen. Buiten de vijf grotten werd nog meer scheepshout, waaronder dekplanken gemaakt van ceder opgegraven; één was een complete dekplant van 3.29 m lang waarvan de uiteinden bewerkt zijn waardoor ze doen denken aan de vorm van een scheepsromp. Daarnaast werden kortere planken met schuin afgewerkte uiteinden en planken die met touw waren verbonden opgegraven. Een mesvormige plank was vastgemaakt aan andere planken, met behulp van diepe pen-gat verbindingen. De verbinding was nog eens extra verzekerd door smalle koperen banden door de pen heen. Dit suggereert dat schepen uit elkaar werden gehaald voor de grotten en in de grotten. Daar is veel afval van houtbewerking opgegraven, vermoedelijk afkomstig van de stukken hout die waren aangetast door scheepsworm (het gevolg van lange periodes in zeewater) en die door scheepsmakers of ‘timmerlieden’ zijn afgehakt.

Lading

Eén van de kisten in situMaar naast deze delen van schepen zijn buiten de grotten de goed bewaarde resten gevonden van meer dan 20 houten kisten, allemaal bedekt met een dunne laag pleister. Deze zijn allemaal in elkaar gezet door middel van hoeken die onder verstek gezaagd zijn en met kleine pennen zijn vastgezet. Verschillende van deze kisten waren gemaakt van bomen die in de Nijlvallei groeien. De tekst op één kist bevat de cartouche van een farao, waarschijnlijk Amenemhat III, het achtste jaar van zijn regering tezamen met een beschrijving van de inhoud van de kist: ‘...de prachtige dingen uit Punt’. Het lijkt erop dat de inhoud van de kisten op ezels werd geladen en naar de Nijlvallei werd gebracht, waarbij de kisten zijn achtergelaten. Kleizegels die qua stijl gedateerd kunnen worden uit het late Midden Rijk werden bij deze kisten gevonden. De paar geïmporteerde artefacten die op de site gevonden zijn wijzen op contacten ten zuiden van de Rode Zee. Onder deze artefacten waren aardewerk fragmenten van de Rode Zeekust in Noord- Yemen, de kustregionen van Eden, Eritrea, en de regio Kassala in Oost-Soedan. Een paar splinters obsidiaan, waarschijnlijk afkomstig uit Eritrea of Yemen, en ebbenhout zijn ook aangetroffen.

Industriële gebied

De complexe stratigrafie in het industriële gebied is nu beter begrepen: er zijn verschillende types vuurhaarden, honderden Middel Egyptische broodmallen en grote open borden, de laatste gevonden tezamen met mogelijke aanwijzingen van brood bakken en bier brouwen. Daarnaast zijn er lagen die wijzen op verschillende fasen van kopersmelt-activiteiten, die hoofdzakelijk in andere delen van de site plaatsvonden. Tevens werden grote hoeveelheden blaaspijpen (tuyères) gevonden van verschillende vorm en afmeting. Het zogenaamde Nubische aardewerk, vergelijkbaar met de Middel Nubische voorbeelden van de inheemse C-groep, Kerma en Pan-Grave assemblages, zijn ook gevonden. Dit aardewerk duidt erop dat Nubische bevolkingsgroepen, waarschijnlijk uit de Oostelijke Woestijn, de plaats in het midden van de tweede millennium voor Christus bezocht hebben. De aanwezigheid van Nubische bevolkingsgroepen is aangetoond in een groot deel van Egypte, waaronder
Hierakonpolis.

Datering

Het aardewerk van Mersa Gawasis duidt er vermoedelijk op dat de site in gebruik is geweest van het late Oude Rijk en/of Eerste Tussenperiode (2181-2055 v. Chr.) tot in het Nieuwe Rijk, maar voornamelijk in het Midden Rijk. Het aardewerk is zowel van Nijl-klei als van zogenaamde Marl-klei, beide uit de Nijlvallei geïmporteerd. Maar er werd ook aardewerk gemaakt van de lokale klei; deze zijn getemperd met grof organisch materiaal.

Belangrijk

In Mersa Gawasis is dus een stevig bewijs voor een belangrijke faraonische zeehaven, inclusief de delen van de schepen, tuigage, stenen ankers, en kisten die werden gebruikt voor het transporteren van de waar naar Egypte. Teksten op stèles die op de site zijn achtergelaten beschrijven de koninklijke expedities en de vondsten van obsidiaan en aardewerk van de zuid-Rode Zee regio bewijzen de verre handelscontacten van deze expedities.

Tekst: K. Bard, R. Fattovich en A.J. Veldmeijer 

Foto’s: Universiteit van Napels ‘L’Orientale’, Italiaanse Instituut voor Afrika en de Oriënt, Universiteit van Boston.

Dit artikel is afkomstig uit Archeologie Magazine, Nr.1 2008

Meer weten over archeologie? Lees Archeologie Magazine.

Meer lezen

Tijdvakken

Thema's