De opgraafplaats in Saqqara
Egyptisch Ministerie van Toerisme en Oudheden
Zeldzaam graf uit het Oude Rijk met intacte offeruitrusting ontdekt in Saqqara
Archeologen hebben in de bekende necropolis van Saqqara, nabij Caïro, het graf ontdekt van een hoge koninklijke ambtenaar uit het Oude Rijk. In de grafkapel trof het team een schijndeur en een volledige, intacte set van offervoorwerpen aan. Het graf geeft archeologen meer informatie over de administratieve elite en de begrafenisrituelen uit de tijd van de piramidebouwers.
De vondst werd gedaan door een Egyptische archeologische missie in het Bubasteion-sector van Saqqara. De tombe behoorde toe aan een man genaamd Sechentioe-Ptah (Sekhentiu-Ptah).
De hiërogliefen op de schijndeur en op de offerattributen onthullen dat Sechentioe-Ptah een prominente rol vervulde in het staatsbestuur van het Oude Rijk (circa 2686–2181 v.Chr.). Hij droeg indrukwekkende titels zoals 'Koninklijke Kamerheer', 'Opzichter van alle Werken van de Koning', 'Bewaarder van de Geheimen van de Koninklijke Bevelen', 'Priester van de godin Ma'at' en 'Opzichter van de Schrijvers'.
Intacte albasten rituele uitrusting
In de restanten van de grafkapel deden de archeologen een uitzonderlijke ontdekking: recht voor de schijndeur, de symbolische doorgang tussen de wereld van de levenden en het dodenrijk. stond een complete set rituele voorwerpen van albast nog precies op de oorspronkelijke plek.
De uitrusting bestaat uit een offertafel, een offerdisc, een reinigingsbekken, een schenkkan en een schaal. Alle voorwerpen zijn gegraveerd met de naam en titels van Sechentioe-Ptah. Het in situ aantreffen van zo’n volledige, onverstoorde rituele set uit het Oude Rijk is archeologisch gezien uiterst zeldzaam en biedt waardevolle inzichten in de dagelijkse offerrituelen voor de overledene.
Een van de muren van de grafkapel
Egyptisch Ministerie voor Toerisme en Oudheden
Hergebruik in de Late Tijd
Naast het graf uit het Oude Rijk legde de missie een ondergronds netwerk van verbonden schachtgraven bloot. Deze schachten tonen aan dat het terrein eeuwen later, tijdens de Late Tijd (circa 664–332 v.Chr.), opnieuw intensief werd gebruikt als begraafplaats.
In deze schachten troffen de onderzoekers menselijke begravingen aan, vergezeld van rijk beschilderde kartonnage (mummiehullen), meer dan honderd faience-sjabti-beeldjes (grafbeeldjes) en een houten beeld van een valk, het symbool van Horus. Ook ontdekten ze drie stenen sarcofagen die nog volledig gesloten en ongeopend in de grafkamers stonden.
Hoewel sporen in de wanden laten zien dat grafrovers in de oudheid al doorgangen tussen de schachten hadden gehakt, is het overgebleven materiaal van onschatbare waarde voor het bestuderen van de evolutie van de necropolis over een periode van meer dan tweeduizend jaar. De archeologische missie zet het onderzoek en de digitalisering van het Bubasteion-complex voort.
