De jonge god & zijn stad | Antinoöpolis

MOZAÏEK

 

Egypte verwent de geïnteresseerde toerist met zijn grootse tempelruïnes die vrij makkelijk te bereiken zijn. Dat was anders toen wij op zoek gingen naar de resten van Antinoöpolis, de stad die keizer Hadrianus 1885 jaar geleden stichtte ter herinnering aan Antinoüs. Wij waren vreemde eenden in de Egyptische bijt, in die stampende en zwetende dieselmotorboot die ons naar de andere oever van de Nijl bracht, bijna 300 km ten zuiden van Cairo. We waren de enige toeristen, maar niemand had aandacht voor ons. Alle andere opvarenden hadden hun droefenis te verwerken, want zij vormden een begrafenisstoet.


Immense scherven-vlakte

Onze reis in Hadrianus' voetsporen bracht ons op deze boot naar het dorpje Sheikh Ibada, waar de ruïnes liggen van de Romeinse stad Antinoöpolis. Toen we de boot verlieten zagen we al direct het hergebruik van antieke bouwelementen: de twee zuilen voor een huis, de steunpijlers in de moskee ..... Behalve de huizen van het dorpje was er één immense scherven-vlakte, hier en daar gelardeerd met zuilen of een stuk degelijk Romeinse baksteenmuur ..... Eindelijk, we waren in Antinoöpolis!

 

 

Antinoüs: jachtmaatje, protegé of geliefde?

De beroemdste metgezel van de Romeinse keizer Hadrianus was Antinoüs. Over deze jongeman zijn historische bronnen schaars, maar veel is later over hem geschreven en nog meer geroddeld. Geboren in de omgeving van Bithynium-Claudiopolis (Turkije) viel Hadrianus' oog op hem toen hij nog een tiener was. Was dat al in 123, tijdens Hadrianus' eerste lange reis? Waar vond de eerste ontmoeting plaats? Hoe oud was Antinoüs toen? Wat was zijn relatie tot de jongen? Was Antinoüs jachtmaatje, protegé of geliefde? Vragen genoeg ... maar geen antwoorden. Vriend en vijand waren en zijn het over één ding eens: Antinoüs was een knappe knaap!

 

Een rouwende keizer

Vast staat ook dat hij vanaf 128 de keizer op zijn reizen vergezelde en in de herfst van 130 in de Nijl verdronk. We kunnen slechts gissen: was het een ongeluk of een (zelf)moord? Over het algemeen hadden Romeinen geen moeite met vriendschap en liefde tussen een oudere en een jonge man. Wat hen wel verbaasde was Hadrianus' hevige emoties op Antinoüs' verdrinkingsdood.  De keizer rouwde hevig - "hij huilde als een vrouw"-, maakte zijn gestorven jonge vriend tot nieuwe god, stichtte op de oever van de Nijl, waar het ongeluk plaatsgevonden had, een nieuwe stad (Antinoöpolis) en liet in zijn riante residentie in Tivoli (Italië) een Antinoüs-tempel inrichten.

 


 

Een populaire god

De nieuwe god Antinoüs werd populair, overal werden beelden van hem geplaatst. Zelfs in Delphi (Griekenland) – de aloude orakelplaats van de god Apollo – vonden archeologen een schitterend Antinoüs-beeld, een van de ruim honderd die nu bekend zijn. Christelijke auteurs ontkenden weliswaar niet de schoonheid van de jonge god, maar hadden verder geen goed woord voor hem over, voor "deze schaamteloze en aanstootgevende jongen". Over de door Hadrianus geïnitieerde goddelijkheid voor de overleden Antinoüs schreven ze: "een daad die heel duidelijk maakte aan iedereen hoe de onnatuurlijke passie van de keizer langer leefde dan zijn geliefde..." etc. etc.

"Een plaats van tovenaars"

We waren eindelijk in – of liever: op – Antinoöpolis, de stad die Hadrianus stichtte op 30 oktober 130. Architecten kwamen uit Egypte en uit Klein-Azië en nieuwe bewoners werden aangetrokken door allerlei extraatjes. Zo konden ouders hier zelfs van de staat een soort kinderbijslag krijgen. De inwoners leefden van de handel, maar ook van het bijzondere religieuze karakter van de stad. Pelgrims bezochten de tempel van de jonge god Antinoüs en elk jaar trok het Antinoüs-festival atleten en dichters van heinde en ver. En ..... er gebeurden wonderen, zo geloofde men. In sommige bronnen is zelfs sprake van bovennatuurlijke openbaringen en magie. Zo zeer zelfs, dat eeuwen later middeleeuwse Arabische auteurs nog spreken van "een plaats van tovenaars".  

 

Een bloeiende stad

We liepen letterlijk over de scherven van Antinoöpolis, ze knarsten onder onze schoenen. We zagen in onze verbeelding hoe de inwoners van Antinoöpolis relaxten in de badgebouwen, wedden tijdens de paardenraces in het circus en woonden in huizen met misschien wel drie verdiepingen en versierd met prachtige vloermozaïeken. Dankzij gevonden papyrusfragmentjes weten we dat de kinderen les kregen in Griekse grammatica en vertrouwd raakten met de ideeën van Plato en de werken van Homerus. Anderen hielden zich bezig met Thucydides' geschiedenissen of lazen liever de drama's van Euripides of de wetenschappelijke studies van Hippocrates. De stad werd zeker tot ver in de achtste eeuw bewoond, daarna verdween Antinoöpolis in de mist van het verleden.

 

Verdwenen Romeinse grandeur

Rond 1800 onderzochten, beschreven en tekenden Napoleon's geleerden de toen nog indrukwekkende ruïnes van de stad. Maar enkele decennia later was vrijwel niets meer te zien van de Romeinse grandeur. Veel stenen waren hergebruikt bij de bouw van huizen en fabrieken in de omgeving. Enkele achttiende- en negentiende-eeuwse archeologische expedities borgen papyrusfragmenten, weefsels en mummieportretten, maar een uitgebreid archeologisch onderzoek heeft nooit in Antinoöpolis plaatsgevonden.

Gelukkig hebben we veel inlevingsvermogen en dat hadden we wel nodig, want op een enkele palmboom, veel stenen en scherven na was het kaal, heet en stoffig.

Terug in het dorpje was er gelukkig iemand die een flesje koele drank tevoorschijn toverde ......

Annet van Wiechen

beeld & tekst © conens & van wiechen

www.OudWeb.nl

 

Meer lezen