Klaartje Grol
Uitzicht vanuit het Bauhausmuseum
Dessau: stad van Bauhaus en de Oranjes
In het oosten van Duitsland, tussen Maagdenburg en Leipzig, ligt Dessau. Vandaag de dag is het een gezellige stad aan de oevers van de Elbe met ongeveer 91.000 inwoners, maar het is ook een plek met een verrassend en veelzijdig verleden. Het Nederlandse koningshuis heeft een sterke historische verbintenis met de stad, maar in 2026 viert Dessau ook 100 jaar Bauhaus. Ik reis af om fietsend en wandelend te ontdekken welke sporen van de geschiedenis hier nog altijd zichtbaar zijn.
Dessau is onderdeel van de Oranjeroute. Meer weten over deze tocht langs de roots van onze Oranjes in Duitsland? Lees hier het gratis online magazine
Goed bereikbaar met de trein
Dessau is verrassend eenvoudig te bereiken met de trein. Ik kijk ernaar uit om onderweg lekker te lezen, naar buiten te kijken en me zonder veel gedoe te laten vervoeren. Met de ICE reis ik in zes uur naar Berlijn. Een kleine 25 minuten overstaptijd is ruim voldoende om over te stappen op de regionale trein naar Dessau, die er nog zo’n anderhalf uur over doet. Kortom: in 7,5 uur kom ik heerlijk uitgerust aan op mijn bestemming. Ter vergelijking: met de auto kost deze reis je, zonder rustpauzes, files en wegwerkzaamheden, al snel 6,5 uur vanaf Utrecht.
Slapen in het Atelierhaus
Een avondwandeling door de stad naar mijn logeeradres is een welkome manier om even de benen te strekken na de lange zit in de trein. Zodra ik mijn overnachtingsplek binnenstap, bevind ik me direct in de geschiedenis van de stad. Het is me namelijk gelukt om een kamer te reserveren in het Atelierhaus, in een van de voormalige studio’s waar de studenten van Bauhaus destijds woonden en werkten. In 1926 was deze samenvoeging van wonen, studeren en leven uniek.
Het gebouw is sinds 1996 UNESCO-werelderfgoed en hier overnachten is een bijzondere ervaring die in niets lijkt op een standaard hotelovernachting. Je deelt de douches, de wc en een klein keukentje met de andere vijf ateliers op jouw etage. De inrichting van het gebouw is geheel in de geest van Bauhaus: strak en minimalistisch. Er is geen lift, geen tv en geen föhn, maar wel een heerlijk bed. Het idee dat je slaapt op een plek waar zoveel bekende en invloedrijke ontwerpers, architecten i kunstenaars hebben geleefd en gewerkt, maakt het heel bijzonder.
Het Atelierhaus
De Oranjes
De volgende ochtend ontbijt ik in het café in het Bauhausgebouw, op twintig meter van mijn kamer. Omdat ik al volledig omringd ben door deze architectuur, wil ik er eigenlijk meteen induiken. In dit Bauhaus-jubileumjaar zijn er veel interessante tentoonstellingen geopend en er is in de stad ontzettend veel te zien, zeker als je op pad gaat met een gids. Toch besluit ik om eerst het historische verband tussen ons koningshuis en Dessau te onderzoeken. De stad is immers een belangrijk knooppunt op de Oranjeroute, de ruim 2300 kilometer lange cultuurhistorische route die de sporen van 500 jaar Oranje-Nassau in Duitsland verbindt.
De connectie van Dessau met het Huis van Oranje is verrassend direct. Om die te ontdekken, moeten we in het Parklandschap Dessau-Wörlitz zijn. Dit is een uitgestrekt UNESCO-gebied van 142 vierkante kilometer vol historische steden, dorpen, parken, paleizen en monumenten. Omdat het landschap aan de oevers van de Elbe in het natuurgebied Mittelelbe ligt, vind je hier volop water. Dat maakt van het parklandschap een ideaal gebied voor heerlijke wandelingen en fietstochten. De koninklijke connectie vind ik meteen bij mijn eerste stop: Schloss Oranienbaum.
Dit barokke slot is ontworpen door Henriëtte Catharina, prinses van Oranje-Nassau (1637–1708), een dochter van de bekende Nederlandse stadhouder Frederik Hendrik. Zij kwam door haar huwelijk met Johan George II van Anhalt-Dessau in Saksen-Anhalt terecht en bouwde hier ‘een klein stukje Holland’. In het kasteel is nu een prachtig museum gevestigd waar je de tastbare nalatenschap van haar en haar familie kunt bewonderen.
Op een bankje in de kasteeltuin lees ik over Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687–1711), een kleinzoon van Henriëtte Catharina die in Dessau werd geboren. Hij zou destijds stadhouder van alle zeven Nederlandse gewesten worden, ware het niet dat zijn leven tragisch eindigde toen hij op jonge leeftijd verdronk in het Hollands Diep. Ondanks zijn korte leven wordt hij nog altijd gezien als de stamvader van onze huidige koninklijke lijn; hij is een directe voorouder van koning Willem-Alexander.
Tijd voor Bauhaus
Er is in de omgeving natuurlijk veel te veel te zien en te doen aan musea, historische gebouwen, tuinen en natuur, maar Bauhaus roept me. In 2026 is het precies 100 jaar geleden dat de beroemde kunst- en architectuuropleiding naar Dessau verhuisde, en zo’n bijzonder jubileum kun je niet aan je voorbij laten gaan.
Een korte geschiedenis: het Bauhaus was een vernieuwende opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten, opgericht door Walter Gropius. De school was van 1919 tot 1933 achtereenvolgens gevestigd in Weimar, Dessau en daarna nog een halfjaar in Berlijn. In Dessau beleefde de opleiding haar absolute hoogtijdagen. Naast het iconische hoofdgebouw en de bekende woningen liet de school een schat aan architectuur na in de stad. De opleiding groeide uit tot een wereldwijd invloedrijk instituut. De ideeën over materiaalgebruik in architectuur, design en kunst zijn nog altijd actueel: hoe behoud je het menselijke element in een tijd van snelle industrialisatie?
In 1926 was de net geopende Bauhausschool het baanbrekende voorbeeld van het gebouw van de toekomst. Het gebruik van gewapend beton, staal en enorme glazen puien was voor die tijd revolutionair. De filosofie van Bauhaus ging echter verder dan alleen de buitenkant; de docenten en studenten wilden oplossingen ontwikkelen voor de maatschappelijke problemen van hun tijd. Dit deden ze door betaalbare, functionele en moderne woonruimte te creëren, maar ook door alledaagse gebruiksvoorwerpen te ontwerpen die zowel functioneel als esthetisch waren. Vorm volgt immers altijd functie. Enkele van de belangrijkste kunstenaars en designers van de twintigste eeuw werkten hier samen, onder wie Marcel Breuer, Mies van der Rohe, Lyonel Feininger, Paul Klee en Wassily Kandinsky.
Vandaag de dag is het Bauhausgebouw een museum. Tijdens het jubileumjaar 2026 wordt er flink uitgepakt met verschillende tijdelijke tentoonstellingen over de rijke geschiedenis van de opleiding. In het hoofdgebouw en in het strakke Bauhaus Museum in de binnenstad ontdek je hoe de ontwerpers deze innovatieve uitgangspunten in hun werk verwerkten. Ook is er in het voormalige warenhuis Zeeck een interessante expositie over onze eigen toekomst te zien: hoe gaan wij bouwen nu grondstoffen schaarser worden en het milieu onder druk staat?
Het beroemde Bauhausgebouw
Het Bauhausgebouw: waar is het van gemaakt?
Ik begin mijn tocht langs al deze exposities natuurlijk in het meest iconische pand: het Bauhausgebouw zelf, nog altijd een wereldwijd symbool van moderne architectuur en creatief denken. De centrale vraag achter de actuele tentoonstellingen is: ‘Waarvan zijn dingen gemaakt?’ Achtereenvolgens wandel ik door de deeltentoonstellingen ‘Glas’, ‘Beton’ en ‘Metaal’. Op een ingenieuze manier worden geschiedenis, materiaalkunde, design en de architectuur van het gebouw zelf tot één geheel verweven. Er is veel achtergrondinformatie te vinden op de borden, maar je kunt ook simpelweg genieten van de strakke visuele esthetiek. Trek gerust een paar uur uit om alles goed in je op te nemen!
Het Bauhausgebouw zelf is ook glas, beton en metaal.
Het stalen huis en de Bauhaus-woonwijk Dessau-Törten
Na een fijne wandeling door de stad kom ik aan bij het Stahlhaus Dessau, een uniek bouwexperiment uit 1926 om een compleet woonhuis op te trekken uit stalen platen. Hoewel bouwen met staal in de utiliteitsbouw destijds normaler werd, was een stalen woonhuis zeer bijzonder. Het huis wordt tegenwoordig niet meer bewoond, maar dient nu als informatiecentrum.
In de straat direct links daarvan begint de historische woonwijk Dessau-Törten. Deze wijk bestaat uit ruim 300 woningen die Bauhaus-oprichter Walter Gropius in 1928 liet bouwen. Het doel was om functionele, snel te bouwen i daardoor zeer betaalbare arbeiderswoningen te realiseren. De huizen worden allemaal nog gewoon bewoond en in de loop der jaren is er door de eigenaren natuurlijk het een van het ander aan verbouwd. Er is echter één woning volledig in de originele staat bewaard gebleven en opengesteld voor bezoekers. Loop tijdens je wandeling ook zeker even binnen bij het Konsumgebouw voor een interessante tentoonstelling over de geschiedenis van de volkshuisvesting. Het is echt een aanrader om dit deel van de stad met een gids te verkennen; je hoort de leukste anekdotes en mist geen enkel historisch detail.
Het stalen huis
Het Bauhaus Museum
Mijn laatste stop is het Bauhaus Museum aan het Mies van der Rohe Platz, gelegen in het stadspark. Dit museum herbergt de op één na grootste collectie Bauhaus-objecten ter wereld en is alleen al vanwege het moderne, minimalistische gebouw een bezoek waard. In dit jubileumjaar wisselen de exposities elkaar af, maar ook de vaste opstelling is puur genieten. Met duizenden voorwerpen, boeken, meubels, tekeningen en textiel kun je hier moeiteloos uren doorbrengen om je reis naar Dessau in stijl af te sluiten.
Onderdeel van de tentoonstelling in het Bauhausmuseum
Tips:
-
Eten: In restaurant Kornhaus, aan de oevers van de Elbe, moet je een keer gegeten hebben. Het gebouw werd in 1929-1930 gebouwd op basis van ontwerpen van Carl Fieger. Het eten is heerlijk en het uitzicht op de rivier is altijd mooi.
-
Festival: Van 3 tot en met 5 september vindt het Bauhaus Festival plaats. Een goed moment om je trip te plannen.
-
Fietsroute: Ik heb Dessau en haar Bauhausgebouwen vooral te voet ontdekt, maar op de fiets is de stad natuurlijk ook uitstekend te verkennen. Er is een speciale Bauhaus-fietsroute van 22 kilometer die je langs alle belangrijke gebouwen voert. Bovendien kun je dan ook langs de Elbe naar de Oranjes fietsen!
Tekst & beeld door Klaartje Grol





