Berlijn (roze) en Cölln (geel), 17e eeuw

Spectaculaire vondsten schijnen licht op historie Cölln

Gabrielle Philips

Panorama van het hedendaagse BerlijnIn de 13e eeuw was Cölln een zusterstad van Oud-Berlijn (Altberlin). Het was een eiland aan de andere kant van de  rivier de Spree. Tegenwoordig ligt het eiland in het historische centrum in het midden van Berlijn. Spectaculaire vondsten helpen archeologen om de stad en zijn inwoners te reconstrueren.

De stad Cölln had weinig inwoners, het was een zandbank omringt door een veenmoeras en ondoordringbare bossen. Er waren slechts een aantal wegen en er was een brug, de Mühlendamm welke nog steeds in gebruik is, waarmee de stad Oud-Berlijn en Cölln in verbinding stonden.  Toch hadden de twee steden geen goede verstandhouding. In 1237 kreeg zowel Cölln als Berlijn stadrechten. Ze waren beide zeer zelfstandig en ze hadden elk een stadhuis en burgermeester.

Toen in 1378 een brand een groot deel van Cölln verwoestte waren de Berlijners te trots om te helpen. Echter, toen twee jaar later Berlijn getroffen werd door een brand, kwamen de Berlijners de Cöllners smeken om hulp.

De pest dreef de vijandigheid nog meer op. Cölln werd als eerste getroffen door de epidemie in 1576. In een poging om de stad te beschermen, blokkeerden de Berlijners de Mühlendamm brug en ontzegde de Cöllners de toegang tot de brug. Helaas voor Berlijn, zag een Berlijnse vrouw een dode Cöllner aan de andere kant liggen en klom naar de andere kant om haar jas te stelen en nam daarmee de pest mee Berlijn in. In totaal kwamen er 4.000 inwoners van beide steden om door de pest. Berlijn klom op uit het dal en kwam tot bloei terwijl het eens zo trotse Cölln kromp en werd opgeslokt in het steeds groter wordende Berlijn.

Voorouders van de Berlijners

Berlijn (roze) en Cölln (geel), 17e eeuwEr werd lang gedacht dat de Sprevanen, een Slavische stam vernoemd naar de rivier de Spree, hun eerste dorp stichtten in het centrum van wat later Cölln zou worden. Zestien kilometer naar het zuidoosten stichtten zij een nederzetting  Copnic, wat nu Köpenick is. Er zijn echter geen sporen gevonden van deze stam in de historische funderingen van Berlijn en Cölln. De namen van deze twee steden wijzen echter wel richting de Slavische achtergrond: “ Berlijn” stamt vermoedelijk af van “ br’lo”, een Slavische term voor moeras of veen. En “Cölln” stamt vermoedelijk af van het Slavische woord “Kol’no”, wat “Plaats met kliffen” betekend.

Ondanks de overeenkomst met de namen, denken onderzoekers nu dat de steden gesticht zijn door Duitse kooplieden uit het Westen. Het is daarom best mogelijk dat kolonisten uit Cologne (Keulen in Duitsland) de stad hebben vernoemd naar hun oude thuisstad aan de Rijn voor sentimentele redenen. 

Prachtige archeologische vondsten

Tot op heden was er weinig bekend over de vroege geschiedenis van Cölln en Berlijn, deels doordat de meeste officiële documenten en stadspapieren verwoest zijn tijdens de branden in 1378 en 1380. De recente spectaculaire vondsten in het vroegere centrum van de stad zullen dit echter veranderen.

In het centrum van Cölln, waar zich tegenwoordig het Petriplatz bevindt, lag een kerk, kerkhof, vismarkt en stadhuis. Archeologe Claudia Melisch en haar collega’s hebben daar de funderingen van de St. Peters kerk, de ruïnes van het oude stadhuis en een Latijnse school die in 1730 is afgebrand gevonden. Tevens hebben zij bijna 4.000 skeletten van de eerste Cöllners gevonden en ongeveer 220.000 artefacten waaronder dierenbotten, munten, juwelen, vazen, aardewerk en zelfs een eeuwenoude Joodse harp.

Doordat er een parkeerplaats boven de site heeft gelegen, zijn de funderingen, artefacten en skeletten zeer goed bewaard gebleven. Bij een aantal vrouwelijke skeletten zijn binnenin zelfs foetussen aangetroffen. De skeletten worden allemaal op een respectvolle manier bewaard in de catacomben van de parochiekerk, ieder zorgvuldig gecatalogiseerd, genummerd en in dozen ingepakt.

Het verhaal achter de vondsten

Cölln op een schilderij van Eduard Gaertner, 19e eeuwIn de middeleeuwen werden weinig mensen ouder dan 40 jaar, maar uit onderzoek is gebleken dat de Cöllners in goede gezondheid waren rond de tijd dat de stad gesticht is. Later waren er wel veel tijden waarin er hongersnood heerste. Zo is er een skelet van een vermoedelijk tienjarig meisje gevonden die ergens tussen 1407 en 1431 heeft geleefd. Onderzoek wijst uit dat ze leed aan dwerggroei door ernstige ondervoeding. Andere aanwijzingen voor voedselschaarste is de vondst van pitten en graan. Experts zeggen dat dit bewijst dat de Cöllners hun magere dieet probeerde aan te vullen door op kleine stukjes grond groente te verbouwen. Ze ruilden naast graan voornamelijk hout, wat in groten getale aanwezig was in het gebied.

Op de skeletten moet nog forensisch- en biologisch onderzoek worden verricht. De skeletten zullen kenmerkend bewijs opleveren waaruit verscheidene conclusies kunnen worden getrokken. Bijvoorbeeld over de ziektebeelden en geneeskunde uit de oude stad. Als er bruikbaar DNA uit de skeletten kan worden gehaald, dan kan worden aangetoond of de voorouders van de Cöllners uit Oost- of West-Europa kwamen. Ook wordt er gezocht naar aanwijzingen over hoe de Cöllners omgingen met crisissen en hoe deze hun levens veranderden.

Blijvende mysteries

Jammer genoeg blijven veel vondsten een mysterie. Bijvoorbeeld, waarom werden de vroege bewoners van Cölln begraven met hun mond wijd open? Was dit om de ziel van de overledene de mogelijkheid te geven om uit het levenloze lichaam te ontsnappen? En wat waren de voorwaarden om in een tombe te worden begraven?
 
Bron: Spiegel

Meer weten over archeologie? Lees Archeologie Magazine.

Meer lezen

Landen