Het wapen van Brugge op de oude Civiele Griffie op de Burg.

Nieuw verhaal over oudste historie van Brugge & omstreken

Reinoud Schaatsbergen

Symbiose van geschreven en ongeschreven bronnen leidt tot andere inzichten

Tekst: Lou Lichtenberg
Foto’s: Raakvlak

Het wapen van Brugge op de oude Civiele Griffie op de Burg.Over de geschiedenis van de stad Brugge en haar omgeving is al heel wat geschreven. Hierbij ging de aandacht vooral naar het kosmopolitische Brugge van de 11e tot de 15e eeuw. Zoals bij zoveel steden is het echter niet duidelijk wanneer het verhaal een aanvang neemt. De geschreven bronnen dateren ten vroegste uit het midden van de 9e eeuw en zijn bijzonder schaars; de interpretatie ervan leidde in het verleden tot vage veronderstellingen. Het is inmiddels duidelijk geworden dat het verhaal van het ontstaan en de voorgeschiedenis van stad en regio niet verteld kan worden zonder de inbreng van ongeschreven bronnen.

Na meer dan dertig jaar stadsarcheologisch onderzoek in de Brugse binnenstad en zeven jaar archeologisch onderzoek in Brugge en ommeland en de ruime omgeving, is de tijd gekomen om vanuit de archeologie dit verhaal te presenteren. Over het hoe en waarom van dit verhaal staan we in deze special stil in een interview met de huidige stadsarcheoloog, Bieke Hillewaert. Vervolgens besteden we in het tweede deel van deze special aandacht aan de hoogtepunten van de middeleeuwse en latere geschiedenis van de stad.

In eerdere publicaties uit de beginperiode van het stadsarcheologisch onderzoek, denk aan Brugge Onderzocht uit 1988 en De Brugse Burg uit 1991, werd nog benadrukt dat er over de vroegste en vroege geschiedenis van de stad nog slechts vooral via geschreven bronnen iets met enige zekerheid te zeggen zou zijn (pas omstreeks die begin jaren negentig ging de archeologie overigens ook een woordje meespreken).

Uit die eerste geschreven bronnen – uit de 9e eeuw – valt af te leiden dat er in ieder geval kort voor het jaar 900 een grafelijke burcht met die naam moet hebben bestaan. Andere bronnen vermelden dat zich vermoedelijk in de tweede helft van de 10e eeuw in de nabijheid van de burcht ook een koopliedennederzetting zou hebben ontwikkeld. Archeologisch onderzoek heeft sporadisch en incidenteel ook vondsten aan het licht gebracht uit de prehistorische, Gallo-Romeinse en vroegmiddeleeuwse tijdperken, maar archeologisch is dan (nog) geen zekerheid verkregen over de aard van de bewoning in die tijdperken, noch over de eventuele continuïteit daarvan.

Vreemd. En dat terwijl je in plaatsen in de buurt, zoals Aardenburg – zie het artikel elders in dit nummer – en Oudenburg, maar een schop in de grond behoeft te steken om vervolgens overspoeld te worden met bijvoorbeeld Romeins materiaal. Wie kan ons beter over deze merkwaardige tegenstelling informeren dan Bieke Hillewaert, de Brugse stadsarcheoloog die al decennia lang bij het onderzoek in de stad en omgeving betrokken is? 

Raakvlak
Stadsarcheologe Bieke Hillewaert.Enthousiast brandt ze los: ‘We zijn in het onderzoek steeds meer uitgegaan van een kruisbestuiving tussen zuiver historisch onderzoek, archeologisch onderzoek en de studie van het landschap. De laatste tijd leggen we de schaarse puzzelstukjes steeds meer samen om een aanvaardbare hypothese naar voren te brengen. Daarbij moet je je bijvoorbeeld beseffen dat de mens niet los gezien kan worden van zijn omgeving. Het natuurlijke landschap heeft duidelijk mee de keuze bepaald van de locatie waar Brugge ontstond.’

‘En dat verhaal reikt verder dan de huidige Brugse binnenstad. Niet alleen kan een stad slechts begrepen worden via de omgeving, in het geval van Brugge blijkt de stad het sluitstuk te zijn van de evolutie van een ruimer gebied. De regio die onder de loep genomen wordt, strekt zich uit van Oudenburg in het westen, tot het Nederlandse Aardenburg in het oosten en Torhout in het zuiden. In het noorden bevindt de begrenzing zich enkele kilometers in de Noordzee, aangezien vroegere kustlijnen meer zeewaarts gelegen waren.’

‘Zowel Oudenburg, Aardenburg als Torhout spelen dus een rol in het ontstaan van Brugge. Maar het landschap rond Brugge is eveneens het resultaat van een meer dan 12.000 jaar lange geologische geschiedenis, waarbij het gedeelte dat nu als de oostelijke kustvlakte wordt beschouwd vanaf ongeveer 3.000 v. Chr. zeer nauw verbonden was met de zee. De combinatie zandstreek – kustvlakte heeft gedurende vele eeuwen de wordingsgeschiedenis van het gebied beïnvloed.’

‘Op het ‘raakvlak van twee landschappen’ kwamen de eerste nederzettingen tot stand; men kon er van twee landschappen profiteren: schapen hoeden en zout winnen in de kustvlakte en landbouw bedrijven, hout kappen en jagen in de zandstreek. Op hetzelfde raakvlak werd een weg aangelegd die de Romeinse castella van Oudenburg en Aardenburg met elkaar verbond en er mogelijk voordien ook al was en kwam uiteindelijke de stad Brugge tot stand.’

‘Men heeft lange tijd gedacht dat er ook in het centrum van een Brugge zo’n Romeins castellum gelegen heeft, waarbij men vooral het oog had op de vierkante vorm van de Burg. Maar hier, noch elders in de stad werden sporen gevonden die op zo’n castellum kunnen duiden. Er is geen plaats meer in Brugge waar verwacht mag worden dat je dergelijke sporen wel zult vinden. Men heeft er blijkbaar in de Romeinse tijd voor gekozen aan Aardenburg en Oudenaarde wel militaire en administratieve functies te geven, maar kennelijk niet aan Brugge. Naar de redenen hiervoor kunnen we slechts gissen. Wel moet er in die periode in Brugge een soort van handelsplaats zijn ontstaan, waarop sporadische vondsten ook duiden.’

Overstromingen
We vragen nog maar eens door: is het denkbaar dat dergelijke Romeinse sporen in Brugge door overstromingen of andere vormen van hoogwater in de loop van de tijd weggespoeld werden? Bieke: ‘Eén van de gevolgen van onze interdisciplinaire aanpak is de ontkrachting van een aantal gangbare modellen en/of theorieën. Wat het landschap betreft, kan de ontstaansgeschiedenis van de kustvlakte niet langer gezien worden als een reeks van in de tijd afgebakende overstromingen of transgressies, van elkaar gescheiden door zogenaamde regressies van de zee, als gevolg van zeespiegelrijzingen of –dalingen.’

Reconstructie Assebrioek, vondstenconcentratie mesolithicum.‘Een en ander moet veeleer gezien worden als een proces van voortdurende beïnvloeding door de getijdenwerking van de zee, waarbij dynamische periodes afwisselden met rustiger periodes en waarbij al in een vroeg stadium menselijke invloeden meespeelden. Tijdens zo’n dynamische periode kon de zee in de kustvlakte binnendringen. In een rustiger periode en wanneer sedimentatie overheerste op erosie, kon er meer verlanding optreden. Evenmin kan gesproken worden van massale overstromingen door de zee in de kustvlakte gedurende de laatste 10.000 jaar. Boringen hebben uitgewezen dat het dekzand, dat ontstaan is op het einde van de laatste grote ijstijd, er op de meeste plaatsen vrij hoog gelegen is. Tot in de Zeebrugse achterhaven werden pleistocene donken aangetroffen die nauwelijks door mariene afzettingen zijn bedekt. De huidige kustvlakte is een lappendeken van verlande geulen, overdekte veengebieden en dagzomende pleistocene gronden.’

‘Welnu, uiteraard hebben we nog niet elke vierkante centimeter in dit gebied kunnen blootleggen om daarbij met zekerheid te kunnen vaststellen dat er zoiets als een Romeinse nederzetting of castellum heeft gestaan. We weten in ieder geval zeker dat op alle plekken waar je dat in Brugge en omstreken zou kunnen verwachten er geen stenen muren zijn geweest van zo’n castellum. Een houten versterking is niet ondenkbaar, maar ook die hebben we niet aangetroffen. En die kan ook nooit zo belangrijk zijn geweest dat ze van invloed heeft kunnen zijn op de latere ontwikkeling van de stad.’

Het verhaal van de Brugse Regio
Het werd de onderzoekers geleidelijk aan dus steeds duidelijker dat het verhaal van het ontstaan en de voorgeschiedenis van de stad ongrijpbaar was zonder de inbreng van de ongeschreven bronnen: de archeologische gegevens en de landschappelijke en geologische achtergrond. Bieke Hillewaert geeft ons een kijkje in dat verhaal dat ongeveer 10.000 v. Chr. begint bij de eerste menselijke sporen in het gebied en dat eindigt bij het relaas van de gebeurtenissen rond de moord op graaf Karel de Goede in 1127 door Galbert van Brugge.

Reconstructie Waardamme, nederzetting neolithicum.‘In de prehistorie zien we als vroegste menselijke aanwezigheid de laat-paleolithische jagers-verzamelaars die rondtrokken tijdens een warmere tussenperiode in de laatste ijstijd. Groepjes mensen hadden soms een tijdelijke kampplaats aan één van de meren die toen de enige plaatsen met open, zoet water waren. Na de ijstijden werd het warmer. De vegetatie en het jachtwild veranderde. Uit deze periode, het mesolithicum, zijn verschillende kampplaatsen bekend met grote concentraties vuurstenen werktuigen en afslagen.’

‘De volgende periode is het neolithicum, de tijd van de eerste boeren. We vinden de eerste echte nederzettingen, sporen van akkerbouw, resten van weefgetouwen, aardewerk en dergelijke. Tijdens de bronstijd is de kustvlakte een afgesloten veenmoeras geworden. Het meest opvallend uit deze periode zijn de talrijke resten van grafheuvels, herkenbaar aan cirkelvormige verkleuringen in het landschap. Over de nederzettingen is weinig bekend. De ijzertijd sluit de prehistorie af en toont een gebied waarvan de kustvlakte reeds doorsneden is door actieve getijdengeulen. Aan de rand van deze geulen kan men aan zoutwinning doen.’

‘Dan de Romeinen. Deze periode lijkt in de 1e tot begin 3e eeuw na Chr. een tamelijk rustige tijd. Het Romeinse leger is in de buurt en garandeert veiligheid en de mogelijkheid tot handel. De lokale bevolking die nog steeds leeft volgens traditionele gebruiken uit de prehistorie maakt kennis met Romeinse producten en gebruiken. Dit wordt de romanisatie genoemd. De echte centra bevinden zich in Oudenburg en Aardenburg en mogelijk ook in Torhout.’

‘Nabij het latere Brugge bevindt zich wellicht een handelsplaats, maar er is vermoedelijk geen sprake van een militair of administratief centrum. De kustvlakte is toegankelijk, maar is gedeeltelijk omgevormd in een getijdenlandschap. Vanaf het einde van de 3e eeuw na Chr. wordt de mariene invloed groter en doen er zich herhaaldelijk invallen voor van vreemde volkeren uit het noorden en noordoosten. Een groot gedeelte van de bevolking trekt naar het zuiden. In de 4e en 5e eeuw vinden we alleen nog in Oudenburg (militaire) activiteit.’

‘Waar men vroeger dacht dat de merovingische periode, de 6e – 7e eeuw na Chr., een duistere periode was, waarbij onze gebieden nagenoeg ontvolkt waren, blijkt uit recent onderzoek dat er zich op het raakvlak van zandstreek en kustvlakte verscheidene nederzettingen bevinden. De bewoners zijn duidelijk beïnvloed door nieuwe gebruiken, vergelijkbaar met Oost-Engeland en Friesland. Vanaf de 8e eeuw na Chr. wordt de kustvlakte, die daarvoor nauwelijks toegankelijk was, plaatselijk opnieuw in gebruik genomen. In deze periode vindt ook de eerste christianisatie plaats. Wellicht zijn de hoofdplaatsen uit de Romeinse tijd, Oudenburg, Aardenburg en Torhout nog steeds de administratieve centra en wint Brugge pas in de 9e eeuw aan belang vanaf het moment waarop de graaf zich in Brugge vestigt.’

Reconstructie Uitkerke, nederzetting vroege Middeleeuwen, 7e-9e eeuw.‘De laatste periode wordt enerzijds gekenmerkt door onrechtstreekse gegevens die een bloeiende handelsnederzetting en een overzeese lakenhandel suggereren, maar anderzijds zijn er zo goed als geen materiële aanwijzingen over deze activiteiten. De stad Brugge kent een administratief centrum op de Burg, maar zal ongetwijfeld ook een belangrijke haven gehad hebben, waarvan we de locatie niet kennen. Een vroege stadskern bevindt zich in de buurt van de Oude Burg, vlakbij de oude Romeinse weg die de stad van west naar oost doorkruist. Op het einde van deze periode, in 1127, maakt Galbert van Brugge een eerste beschrijving van de stad die Brugge op dat moment geworden is.’

Dit artikel is eerder verschenen in Archeologie Magazine nummer 1 van 2011. Klik hier om dit nummer na te bestellen of klik hier om direct een abonnement te nemen en geen enkel nummer meer te missen.

Meer lezen

Tijdvakken

Landen

Thema's