Dave Boots

Een ruim drieduizend jaar oude stage-opdracht

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze keer: het Leidse leerlingenpapyrus.Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Het Leidse Rijksmuseum van Oudheden heeft verschillende grote en bijzondere Egypte-stukken in haar collectie, zoals de beelden van Maya en Merit, de mastaba-kapel van Hetepherachet en zelfs een compleet Egyptisch témpeltje, maar tussen al dat imposants zijn er ook een hoop kleinere en minder in het oog springende archeologische overblijfselen. Ogenschijnlijk misschien minder interessant, of in ieder geval soms minder fotogeniek, maar zoals het cliché dan, terecht, zegt: schijn bedriegt.

Dorstig naar papyrus

Neem bijvoorbeeld de Leidse papyruscollectie, die in vakkringen (zo valt te lezen in het boek 'Papyrus', van egyptoloog en conservator in Leiden Maarten Raven) zelfs internationale bekendheid geniet. Er zitten dodenboeken tussen, brieven, een fabel over een leeuw en een muis en zelfs een heuse boete. In 1826 verkreeg de eerste directeur van het museum, de heer Reuvens, het begin van deze bijzondere verzameling en een jaar later, in 1827, werd opnieuw een grote aankoopslag geslagen. De handelaren via wie de papyri allemaal werden bemachtigd boden aanvankelijk nog vooral geïllustreerde stukken aan, teksten waren vóór 1822 (toen de hiërogliefen werden ontcijferd) namelijk volkomen onleesbaar en daarmee totaal oninteressant. Een lang leven was die voorkeur voor plaatjes echter niet beschoren. In 1828 haalde Reuvens opnieuw een bestelling oudheden binnen en deze keer lag de voorkeur juist bij de zogeheten niet-geïllustreerde handschriften. Men kon het oude Egyptische schrift nét lezen en was dorstig naar oefenmateriaal, dorstig naar teksten om theorieën mee te kunnen staven en tekstuele fragmentjes die mogelijk tot nieuwe archeologische inzichten konden leiden.

Tekst van een scholier

Hoewel teksten uit de nadagen van Egyptes beschaving zijn oververtegenwoordigd in de Leidse papyruscollectie zijn er ook een aantal teksten uit het Nieuwe Rijk, de periode van vermaarde farao's als Ramses, Toetanchamon en de bekende koningin Nefertiti. Één van die teksten, stammend uit plusminus 1250 v.Chr., is een wel heel bijzondere. Hij is niet geschreven door een volwassen gevestigde schrijver, voor wie het ingewikkelde Egyptische schrift na jaren van praktijk bijna als vanzelf moet zijn gegaan, maar door een scholier. Neergepend op een rol papyrus waar op zowel voor- als achterzijde ook andere teksten staan bevat het fragment vijf rijen zogeheten hiëratisch schrift, een snelle en versimpelde vorm van Egyptes beroemde hiërogliefen. De tekst, welke bestaat uit de namen en titels van farao Ramses II, is geschreven in een mooie kalligrafische stijl en waarschijnlijk ooit bedoeld als wat we tegenwoordig een stage-opdracht zouden noemen.

Paar kleine foutjes

Aan het einde van hun schrijfopleiding moesten Egyptische jongeren zachtjesaan meedraaien in de praktijk, alwaar ze meehielpen met administratieve klusjes, en bij wijze van oefening moesten ze daarnaast tevens voor een oudere collega lange gedicteerde teksten op papier zetten. Het kon gaan om voorbeeldbrieven of godenhymnen, maar ook om lofzangen op de koning en onder die categorie valt het Leidse leerlingenpapyrus. De ingewikkelde titulatuur van de farao kwam in de latere carrière gegarandeerd nog heel vaak terug, dus het kon bepaald geen kwaad om deze zo af en toe nog eens te herhalen. Dat herhalen heeft de opsteller van deze specifieke 'stage-opdracht' overigens íéts te letterlijk heeft genomen, want behalve een vergeten koningstitel en een onbekend woord staat er tot twee keer toe een element in de tekst dat ten onrechte is herhaald. Ontegenzeggelijk een paar kleine foutjes, waarmee een 10 voor de opdracht waarschijnlijk wel uit zicht was, maar verder ziet het er keurig uit.

Kennis is macht

Voor u, als hedendaagse lezer, klinkt dit allemaal wellicht weinig spectaculair, zo'n simpele schooloefening, maar let wel: geletterdheid was destijds niet alleen zeldzaam, nee, het was extreem zeldzaam. Slechts 1 á 2 procent van de oud-Egyptische bevolking kon lezen en schrijven en het ambt van schrijver (dat, ter vergelijking met het heden, overigens eerder met ambtenaar kan worden vertaald dan met literator) genoot dermate veel aanzien dat Egyptenaren uit hogere kringen zich maar wat graag lieten afbeelden in schrijverspose. Wie geletterd was behoorde tot de betere kringen en de auteur van het Leidse leerlingenpapyrus, om het zo te zeggen, deed dat saaie overpennen van langdradige teksten dan ook niet voor niets. Er lag een mooie toekomst voor hem in het verschiet, zonder zwaar lichamelijk werk. Wie excelleerde kon het zelfs tot aan het hof van de farao schoppen. Kennis, kortom, was macht – een principe dat tot op de dag van vandaag staat als een huis. ______________________________________________________________

* Hans D. Schneider, Maarten J. Raven, De Egyptische oudheid, Staatsuitgeverij 's-Gravenhage, 1981

* Maarten J. Raven, Papyrus - van bies tot boekrol, Terra, 1982

* David P. Silverman, Het geheime Egypte, Uitgeverij Anthos, 1997

Meer lezen

Tijdvakken

Thema's