Uitzicht op het dakterras van de kathedraal.

Buffelen in een rijk gevulde tapasbar

Reinoud Schaatsbergen

Barcelona heeft het allemaal en dat is veel

Tekst en foto’s: Lou Lichtenberg

Barcelona, hoofdstUitzicht op het dakterras van de kathedraal.ad van de autonome regio Catalonië, bracht in het verleden veel pennen in beweging. En ook het toetsenbord van menige hedendaagse computer kreunt onder het geweld van het typen van letters waarmee over deze stad wordt verhaald. Want over Barcelona valt veel te vertellen. De stad beschikt niet alleen in financiële zin over rijkdom, maar ze is ook rijk aan schatten van haar culturele erfgoed. Ze lijkt daarmee op een van de vele tapasbars die je ook hier kunt vinden, vol met schaaltjes gevuld met lekkere hapjes die op kleine amuses lijken, maar die in totaliteit je maag meer dan vullen. En die maaltijd ligt vreemd genoeg toch niet zwaar op de maag.

We proberen in deze eerste bijdrage aan de special over Catalonië wat ingrediënten van die schaaltjes te beschrijven, ook bedoeld als tips voor een bezoek aan dit rijke culturele erfgoed.

Barcelona is van oudsher reeds een havenstad, maar dat merk je pas wanneer je haven nadert. Tot die tijd valt op alle mogelijke plaatsen te genieten van andere hoogtepunten van haar erfgoed. En daartoe behoren niet alleen materiële zaken zoals gebouwen. Onze eerste ervaring met dat niet-materiële erfgoed deden we op vlak vóór de interessante kathedraal in hartje centrum. Bij nadering van die plaats kwam ons een tot dan toe onbekend, maar aangenaam in het oor klinkend ritmisch geluid tegemoet van een specifiek mengsel van trompet, hobo en andere blaasinstrumenten. Het bleek afkomstig van muzikanten die drie kringen van elk een tiental dansende jongeren begeleiden. Ze voerden de ‘Sardana’ uit, een traditionele Catalaanse volksdans. Deze is diep geworteld in de Catalaanse cultuur en symboliseert ook de strijd van deze regio voor autonomie. Die strijd heeft de van oorsprong rijke Catalaanse autonome handelsnatie op verschillende momenten in de geschiedenis moeten voeren, vooral om aan de overheersing van Spanje te ontkomen.

Pakhuis
We zijn hiermee onmiddellijk al in de geschiedenis van deze regio beland. Een uitstekende presentatie daarvan valt te genieten in het museum van de geschiedenis van Catalonië (Museu d’Història de Catalunya), ondergebracht in een groot oud pakhuis – of beter gezegd verzameling pakhuizen - aan de haven. In dit fraaie stukje industriële archeologie, opgetrokken eind 19e eeuw, worden verschillende tijdperken in de 2000 jaar geschiedenis op levendige wijze mede aan de hand van objecten en reconstructies belicht. Daarmee wordt een werkelijk pakkende eerste introductie geboden van de toch wel complexe historie van Catalonië. In een achttal hoofdstukken verdeeld over twee etages passeert die de revue.

Allereerst worden de wortels belicht: de prehistorie, de Grieken en Phoeniciërs, de Iberiërs, de Romeinen, de christenen en de arabieren. Daar leren we dat Barcelona ergens in het bronzen tijdperk moet zijn begonnen als een piepkleine nederzetting aan zee en op de Montjuïc van de Laeitani, een inheemse of Keltische stam. De naam van de stad zou afstammen van de Carthageense veroveraar (en vader van Hannibal) Hamilcar Barca. De museumexpositie vervolgt dan in het tweede hoofdstuk met een exposé over de geboorte van Catalonië als natie, in welk verband Europese ontwikkelingen gedurende de Middeleeuwen, de strijd tussen kerk en staat, het Catalaans als geschreven taal en expansies hiervan aan de orde komen.

In het derde hoofdstuk – we zijn dan in het begin van de 13e eeuw beland - wordt ingegaan op verdere, deels ook maritieme expansies van de regio, beginnend bij de verovering van Mallorca, Valencia en Sardinië. In die periode ontstaan ook de steden, waarbij vooral op de groei van Barcelona wordt ingegaan. En op hun perioden van verval: vooral pest en burgeroorlogen, en welvaart – denk aan ontwikkelingen van wetenschap, cultuur, handel en ook de ontdekking van Amerika door de Genuaan Columbus, die in 1493 naar Barcelona in triomf terugkeert.

Hoofdstuk vier handelt over verdere veroveringen, conflicten met buurlanden (waaronder de Dertigjarige Oorlog van Spanje met Frankrijk, zeer tegen de zin van de Catalanen) en burgeroorlogen, eindigend met begint met de val van Catalonië en de bezetting van Barcelona door Filips V na de Spaanse Successieoorlog. Hoofdstuk vijf staat stil bij de lange periode van naoorlogse ontwikkelingen waarin de Catalaanse samenleving in de 18e eeuw een stevige basis legt voor economische groei en industriële revolutie. De vooruitgang werd tegen het einde van die eeuw en begin 19e eeuw opnieuw onderbroken door oorlogen met Frankrijk, toegelicht in Hoofdstuk zes. Desondanks en ondanks verdere rebellie en burgeroorlogen gaat in de loop van die eeuw de industriële revolutie nijver voort. Barcelona ontwikkelt zich tot de eerste Spaanse industriestad. Ook komt hier eind 19e eeuw een nieuwe artistieke beweging op, het Modernisme.

Hoofdstuk zeven gaat verder in op die industriële ontwikkelingen die vooral door de uitvinding van de elektriciteit worden aangejaagd. Maar evenzeer de politieke en sociale conflicten binnen Catalonië gedurende de eerste helft van de 20e eeuw krijgen hier aandacht, met als dieptepunt de Burgeroorlog van 1936-1939, waarbij ook Barcelona door Duitse vliegtuigen en Italiaanse oorlogsschepen werd gebombardeerd. Het laatste – achtste – hoofdstuk behandelt allereerst de moeilijke jaren na deze oorlog, waarin Catalonië onder het Franco regime opnieuw alles verloor wat het had opgebouwd, het Catalaans verboden werd en duizenden personen werden geëxecuteerd. Dan wordt in de jaren zestig de economische groei van deze regio echt ingezet. En Catalonië krijgt na felle oppositie tegen Franco uiteindelijk een autonome status, met eigen constitutie, parlement en regering.

Montjuïc
Met deze geschiedkundige bagage uit het pakhuis gaan we vervolgens in Barcelona verder op zoek naar sporen van dat verleden. Welhaast vanzelfsprekend belanden we daarbij allereerst op de Montjuïc, waar we ons licht opsteken bij het archeologisch museum (Museu d’Arqueologia), waar vele oudheidkundige vondsten uit Catalonië vanaf de paleolithische periode van ca. 40.000 v.Chr. tot de Visigothen begin 8e eeuw n.Chr. bewonderd kunnen worden. Ofschoon vooral die uit de Grieks- Romeinse stad Emporion en hellenistisch-Mallorcaanse sieraden de aandacht trekken, is de presentatie van het archeologische materiaal in dit museum uitermate saai en oubollig.

Gelukkig biedt het uitzicht vanaf de Montjuïc over de hele stad een pleister op de wonde. Maar we worden helemaal blij als we het Museu Nacional d’Art de Catalunya betreden. Dit museum bevindt zich in een imposant bouwwerk dat een eeuwenoud kasteel lijkt, maar dit Palau Nacional is van recenter datum. Het werd namelijk opgetrokken voor de Wereldtentoonstelling van 1929 en biedt sinds 1934 onderdak aan een kunstcollectie die er beslist zijn mag. Onder meer vanwege de belangrijke verzameling Romaanse en gotische kunstvoorwerpen, maar ook door de ronduit prachtige serie 12e-eeuwse fresco’s die hier zijn samengebracht afkomstig uit in verval geraakte Catalaanse-Pyreneese kerken. Voor de liefhebbers van forten is ook nog een bezoek aan het Castell de Montjuïc, een stervormig 18e-eeuws fort gebouwd op de plaats van een medio 17e-eeuws opgetrokken kasteel dat in 1705 door Filips V verwoest werd, een aanrader. Het biedt thans plaats aan een militair museum.

Romeinse sporen
Aangespoord door bordjes die een twaalftal locaties aangeven waar je nog wat resten van het Romeinse Barcelona kunt aantreffen, maken we een wandeling door de oude stad. Die begint bij het historische museum van de stad (Museu d’Història de la Ciutat), gevestigd in het gotische Casa Padellàs. Hier en onder het nabijgelegen Plaça del Rei bevindt zich een indrukwekkende archeologische site met een omvang van liefst 4.000 m2, met resten van een belangrijk deel van het Romeinse Barcelona, door keizer Augustus rond 10 v.Chr. gesticht als Colonia Iulia Augusta Paterna Faventia Barcino. In feite liggen hier overblijfselen van een ruimere periode, namelijk uit de eerste eeuw v.Chr. tot de 7e n.Chr.

Een lange route voert de bezoeker langs wat rest van Romeinse rioleringssystemen, baden, mozaïekvloeren, een weg, winkels en fabriekjes en van vroeg-christelijke bouwwerken. In vertrekken van het bij dit prachtige museum behorende grafelijke/koninklijke paleis is een permanente expositie ondergebracht over het middeleeuwse Barcelona, dat door een grootse zaal met rondbogen en een kapel met een altaarstuk uit 1466 wordt afgesloten. In deze ruimten zou ook Columbus door de koning en zijn gade (Ferdinand en Isabella) zijn ontvangen na zijn triomfantelijke terugkeer uit Amerika.

Bij het vervolgen van onze wandeling passeren we in de omgeving van het museum veel resten van Romeinse muren en torens, maar ook die van een aquaduct, tempel en een necropool met gedenkstenen. Het Romeinse forum moet hebben gestaan op de plaats waar nu het Plaça de Sant Jaume met het Catalaanse regeringsgebouw (Palau de la Generalitat) en het stadhuis van Barcelona (Casa de la Ciutat) gelegen zijn. Beide gebouwen zijn incidenteel te bezichtigen en bevatten fraaie en imposante hoogtepunten van onder meer gotische architectuur. Naast het plein is de gotische kathedraal gelegen, met een somber en rommelig interieur, voorzien van 15e-eeuwse koorbanken, een Romaanse kapel en een door ganzen bewaakte kloostergang gebouwd op de funderingen van een andere Romeinse tempel. Bij het doopvont in de kathedraal hangt nog een meer recente plaat ter herinnering aan de doop op deze plaats van de zes indianen die Columbus bij zijn terugkeer uit Amerika meebracht. Vlakbij de kathedraal bevindt zich het nieuwe Espai Santa Caterina, waar resten te zien zijn van een vroeg-christelijke begraafplaats en van een gotische kerk.

Middeleeuwen
Indianen staan ook afgebeeld op in brons gegoten taferelen rond de voet van een 60 m. hoge zuil met het beeld van Columbus, die bij de Wereldtentoonstelling van 1888 bij de oude haven verrees ter herinnering aan het feit dat hij met die indianen hier in 1493 aan land kwam. Een lift voert naar een plateau dat eveneens een fraai uitzicht over de stad biedt. Aan je voeten zie je meteen het Maritiem Museum gelegen dat in de loodsen van de oude scheepswerven (Drassanes) is ondergebracht. Hier zijn ook overblijfselen te vinden van de muren en torens behorend tot de middeleeuwse omwalling van Barcelona. Het museum temidden van deze 13e- eeuwse resten biedt een zeer levendige presentatie van de maritieme geschiedenis van de stad. Nu eens niet met bijna louter scheepsmodellen, maar allereerst met een levensgrote replica van het koninklijke vlaggenschap dat de Turken in 1571 bij Lepranto versloeg. En met tal van realistischere constructies, die je voortdurend de indruk geven dat je in het interieur van een schip of langs havenlocaties ronddoolt.

In de Gotische Wijk waarin we vervolgens verder wandelen bevinden zich nog tal van fraaie gotische bouwwerken. In en rond de Carrer Montcada zijn hoogtepunten van gotische architectuur geconcentreerd. Deze straat telt verschillende 13e-eeuwse gotische paleizen met fraaie binnenplaatsen. In vijf van die paleizen is thans het Picassomuseum gehuisvest. Vlakbij bevindt zich een prachtige basiliek in Catalaans-gotische stijl, de Santa Maria del Mar, met een 15e-eeuws roosvenster en andere fraaie gebrandschilderde ramen. In de nabij gelegen Mercat del Born – een fraai industrieel archeologisch complex - zijn overigens ook opgravingen gaande naar Romeinse resten.


Voor meer middeleeuwse sporen – Catalonië telt rond de 2000 middeleeuwse bouwwerken - ligt een bezoek voor de hand aan kloosters buiten Barcelona, zoals die welke via de Cisterciënzer Route kunnen worden bewonderd (zie hierna in deze special) of dat van Montserrat. Maar ook de wijk Pedralbes vlak buiten het centrum van Barcelona is een dergelijke middeleeuwse schat rijk. Het Monastir de Santa Maria de Pedralbes, op zo’n halfuurtje treinen vanaf hartje centrum, werd in 1327 als clarissenklooster gesticht door koningin Elisenda de Montcada met steun van haar man koning Jaime II van Catalonië. Het bouwwerk is een van de beste voorbeelden van Catalaans-gotische architectuur, zowel wat betreft het klooster zelf als de kerk. In de kerk bevindt zich de albasten graftombe van de koningin. De cellen, keuken, refter en ziekenzalen zijn eveneens nog in een uitstekende staat. Een kapel in het klooster is prachtig beschilderd met fresco’s uit 1346 met taferelen van het lijden van Christus en uit het leven van de Maagd Maria. In een speciale expositieruimte in de oude slaapzaal en de Koninginnekamer kunnen nog meer kloosterschatten worden bewonderd.

Modernisme
Zoals in de voorgaande beschrijving van de geschiedenis van Catalonië reeds werd opgemerkt, kwam eind 19e eeuw als variant van de Art Nouveau / Jugendstil het Modernisme op als nieuwe culturele stijl en dus ook nieuwe stijl in beeldende kunst en architectuur. Het Catalaans modernisme ging hand in hand met het in die tijd opkomende Catalaans nationalisme, dat erkenning zocht van de Catalaanse cultuur en politieke autonomie. De kunststroming wordt gekenmerkt door het gebruik van gebogen (in plaats van rechte) lijnen, asymmetrie en veelvuldig gebruik van organische elementen ontleend aan de natuur, gecombineerd met rijke decoratie en detaillering.

Enkele belangrijke kunstenaars binnen het Catalaanse modernisme waren de architecten Lluís Domènech i Montaner, Josep Puig i Cadafalch, Josep Maria Jujol en vooral Antoni Gaudí. Zij kregen de vrije hand bij het ontwerpen van woonhuizen en openbare gebouwen in Eixample. Deze nieuwe wijk van Barcelona staat dan ook vol van dergelijke bouwwerken. Prachtige voorbeelden daarvan zijn de Fundació Tàpies, het woonblok Illa de la Discòrdia, de Casa Milà van Gaudí met zijn dakpanorama van schoorstenen, het nog steeds in restauratie zijnde Palau Güell (in deze straat Nou de la Rambla is ook een informatiecentrum over de Burgeroorlog 1936-1939 ingericht in Refugi 307, een schuilkelder uit die tijd!), het kleurrijke Parc Güell, het Palau de la Música Catalana, en de wereldberoemde Sagrada Familia, de kerk waaraan nog steeds wordt gebouwd.

Dit prominentste werk van Gaudi, waarin hij ook begraven ligt, is zoetjesaan hét logo van Barcelona geworden. Als het omstreeks de honderdste sterfdag van Gaudí klaar zal zijn – op 10 juni 2026 – zal het een onvoorstelbaar groots en mooi bouwwerk zijn, waarvan nu al wat details getuigen. Onbegrijpelijk is het dan ook dat het Spaanse ministerie van Verkeer en Waterstaat een project van de hoge snelheidslijn heeft goedgekeurd dat dit meesterwerk (en overigens ook de Casa Milà, een bijzonder landhuis uit de 14e eeuw, een schuilkelderuit de Burgeroorlog, twee archeologische vindplaatsen en honderden woonhuizen) in ernstig gevaar brengt. De tunnel hiervan zal slechts 1,4 m. onder de fundering van de hoofdingang gaan doorlopen, waardoor de stabiliteit van dit wereldwonder en met name de hoofdingang bij de Gloriefassade gevaar loopt. Een fel protest hiertegen is dan ook alleszins op zijn plaats (www.sossagradafamilia.org). Barcelona heeft het inderdaad allemaal: zoet en zuur.

Dit artikel is eerder verschenen in Archeologie Magazine nummer 6 van 2007. Klik hier om dit nummer na te bestellen of klik hier om direct een abonnement te nemen en geen enkel nummer meer te missen.

Meer lezen

Tijdvakken

Landen