Dave Boots

Een klip en klaar cadeau'tje: de obelisk op Place de la Concorde

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze maand: een keihard misverstand... op onze nationale televisie!

 Dave Boots, 11 juli 2016

De laatste etappe van de Tour de France, komende zondag is het weer zover, eindigt traditiegetrouw in Parijs. Met rondjes over de Champs-Élysées en fraaie helicoptershots is het een ronduit feestelijke afsluiter van een paar zware fietsweken. Men passeert het Louvre, de Arc de Triomphe, de Eiffeltoren, de Notre-Dame én het Place de la Concorde, alwaar sinds 1836 een authentieke Egyptische obelisk staat.

Wrangig nasmaakje

Aangezien de fiere gedenknaald precíés op de route van de laatste rondjes ligt komt hij steevast elk jaar een paar keer vol in beeld. Een mooi plaatje, die hiërogliefen en reliëfs met op de achtergrond de langsrazende tourrenners, maar vorig jaar bracht een en ander onverwacht een beetje een wrangig nasmaakje met zich mee. Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra namelijk, de tourcommentatoren van de NOS, omschreven de Parijse obelisk als “misschien eigenlijk ook wel gewoon gestolen” en namen daarmee, zo zullen ze gedacht hebben, het zekere voor het onzekere. In deze turbulente tijden, waarin werkelijk alles ineens omstreden is (Zwarte Piet, de Gouden Koets, de Efteling), werd er door de beide wielerjournalisten duidelijk op safe gespeeld. Zo’n Egyptische zuil in een Westerse stad, dat móét wel diefstal zijn – toch?

Een loeizware naald

Helaas. Mispoes. De obelisk op het Place de la Concorde, zo meldt de Dictionary of Ancient Egypt van egyptologen Shaw en Nicholson, “is aan de Fransen gegeven”. Niks diefstal, roofgoed of jatwerk, maar gegeven – een term die de Dikke Van Dale omschrijft als aanreiken, verstrekken, toekennen of schenken. Nu zullen er wellicht sceptici zijn, mensen die niet geloven dat Frankrijk 'm heeft gekregen en zeker menen te weten dat ie gewoon schaamteloos koloniaal is meegenomen, maar dat is, met alle respect, ronduit onjuist. Allereerst weegt de gedenknaald in kwestie een slordige 250 ton, dus hem “gewoon” inladen en meenemen zit er sowieso niet in. De Fransen arriveerden medio 1831 in Egypte om de obelisk op te halen en pas in april 1833, twee jaar later, vertrokken ze weer. Het hanteren van het ding was zelfs dermate zwaar dat hij pas in oktober 1836 (!) kon worden opgericht in Parijs. Ofwel: geen flesje wijn om even snel mee te grissen.

Obelisk-uitverkoop

Veel belangrijker nog dan het gewicht was echter de toenmalige baas van Egypte, de tussen 1811 en 1849 aan de macht zijnde Turks-Albanese legeraanvoerder Mohammed Ali. Officieel vielen hij en Egypte onder het gezag van de sultan van Constantinopel (het huidige Istanbul), maar de facto was het Mohammed Ali zelve die in het land de scepter zwaaide. Hij wilde het in het slop geraakte Egypte moderniseren, met bruggen, kazernes en rokende fabrieksschoorstenen, en kon het Westen daarbij goed gebruiken. De faraonische monumenten waren voor hem, als moslim, heidense oude stenen zonder enige betekenis, maar, behalve geschikt om op te stoken in kalkovens, waren ze wel uiterst handig om gebruik van te maken bij het paaien van die eventuele bondgenoten.

De Fransen, gefascineerd als ze waren door het oude Egypte, zagen dat wel zitten en gingen erop in. Niemand minder dan Jean-François Champollion, de ontcijferaar van de hiërogliefen, was van mening dat een van de obelisken bij de tempel van Luxor wel mooi zou staan in Parijs, de conditie ervan was namelijk dik in orde, en Mohammed Ali? Die vond alles best. Hij vergunde de Fransen “welke Luxor-obelisk ze maar willen”, zo schrijft egyptoloog Bob Brier in een boek dat uitgebreid op de Parijse erezuil ingaat, en alzo geschiedde.

In de rij om de obelisk in te laden

Op 29 november 1830 schonk Egypte de obelisk die thans in Parijs staat, een van beide “Luxor-obelisken”, officieel aan Frankrijk. Sterker nog: ook de ándere Luxor-obelisk, én eentje in Alexandrië, mochten de Fransen komen ophalen, maar daar het fysiek al moeilijk genoeg was om er überhaupt ééntje te transporteren, zag Parijs van die andere twee toch maar af. Als het aan Egypte had gelegen, dan stond er nu niet één gedenknaald in Parijs, maar drie. En de “gewone” Egyptenaren van toen, de onderdanen van hun Turks-Albanese krijgskoning, stonden letterlijk in de rij om de Fransen te helpen met inladen. Ze werden er namelijk voor betaald en hoewel het niet veel was, Brier spreekt van een “small salary”, was het veel beter dan wat ze gewend waren. Als Mohammed Ali personeel nodig had, dan werden mensen simpelweg verplicht tot arbeid zónder betaling, maar mét hardhandige behandeling.

Eens gegeven, blijft gegeven

Het Westen krijgt geregeld en op tal van terreinen de zwartepiet toegespeeld, en toegegeven: geen archeoloog van nu zal beweren dat de moralen en methoden van de negentiende eeuw allemaal dik in orde waren, maar wat de obelisk op het Place de la Concorde betreft zijn de feiten klip en klaar: ze is absoluut géén diefstal. Het is, hooguit, een klassiek gevalletje 'eens gegeven, blijft gegeven'. Ik zou zeggen: veel kijkplezier zondag (met hopelijk dit keer geen foutief commentaar)!

______________________________________________________________

* Bob Brier, Egyptomania, Palgrave Macmillan, 2013

* Ian Shaw, Paul Nicholson, The Dictionary of Ancient Egypt, British Museum Press, 1995

* Jean Vercoutter, Op zoek naar het vergeten Egypte, Unieboek b.v., 1991

* Dietrich Wildung, Egypte - van de prehistorie tot de romeinen, Taschen, Librero, 2001

( * Het citaat van Ducrot en Dijkstra is terug te luisteren via http://www.npo.nl/nos-studio-sport-wielrennen-tour-de-france/26-07-

2015/POW_01110541, vanaf 02:18:20 )

 

 

 

Meer lezen