Nauwkeurigheid C14-datering verbeterd door Japans meer

Sedimentlagen uit het meer Suigetsu bieden een nauwkeurigere koolstofdatering. Sedimentlagen uit het Japanse meer Suigetsu blijken waardevol voor archeologen, nu dat wetenschappers de koolstofdatering hebben aangescherpt op basis van de jaarringen van de grondlagen in het meer. Toekomstige datering van voorwerpen en organismen kan nu met veel meer precisie uitgevoerd worden.

Koolstof wordt door alle levende organismen opgenomen. Het is bekend hoe snel de radioactieve isotoop C14 vervalt, dus onderzoekers kunnen vaststellen hoe oud iets is door de overgebleven C14 te meten. Het probleem met de huidige koolstofdatering is dat de hoeveelheid C14 in de lucht fluctueert van jaar tot jaar, waardoor een vondst meer C14 opgenomen kan hebben en daardoor jonger kan lijken.

Normaal gesproken wordt de datering vergeleken met de ouderdom van objecten waarvan de leeftijd bekend is. Hiervoor worden onder andere de jaarringen van bomen gebruikt, hoewel deze maar tot 12.000 jaar terug gaan. Een datering van voorwerpen die ouder zijn dan 12.000 jaar is daardoor altijd minder accuraat.

52.800 jaar

De grondlagen in het meer Suigetsu bieden een sterk alternatief voor de vergelijking van ouderdom. De koolstof in de bladfossielen uit het meer komt namelijk direct uit de atmosfeer en is dus niet beïnvloed door de jaarlijkse fluctuaties van koolstof in de lucht. De metingen van de koolstof in die overblijfselen zijn dus zeer accuraat.

Hierdoor zijn de wetenschappers in staat geweest terug te tellen in de sedimentlagen tot 52.800 jaar geleden, waardoor de precisie van koolstofdatering met 40.000 jaar is toegenomen. “Dit zal geen enorme revisie in data teweegbrengen,” aldus professor Christopher Ramsey van de Oxford Radiocarbon Accelerator Unit. “Prehistorische archeologie zal echter kleine aanpassingen in chronologie van een aantal honderden jaren kunnen maken.”

Belangrijke aanwinst

“Dergelijke veranderingen kunnen van groot belang zijn als je de menselijke reacties op het klimaat onderzoekt, die doorgaans op andere methodes worden gemeten. Dit is de eerste keer dat we een meer accurate en berekend tijdschema hebben, waardoor we kwesties in archeologie kunnen beantwoorden die we tot nu toe niet hebben kunnen benaderen.”

Ook Hans van der Plicht, een Groningse hoogleraar die betrokken was bij het onderzoek, benadrukt het belang van deze ontdekking: “We hebben nu een stap in betrouwbaarheid gemaakt van millennia naar een paar honderd jaar.” Archeologen kunnen met deze nieuwe methode van datering bijvoorbeeld ook duidelijker meten wanneer de Neanderthalers uitstierven.

Het verslag van het onderzoek is op Science gepubliceerd.

Bron: Past Horizons
Beeld: double-h via Flickr