Boekenbal tussen de piramides

25-03-2017 - Dave Boots


Egyptisch scheepsmodel in het Allard Pierson Museum. Foto Dave BootsIedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Dit keer, ter gelegenheid van de boekenweek (eind deze maand): literatuur in het oude Egypte!

Twee mannen, staande op het dek van een schip, met twee verschillende gemoedstoestanden. De een is somber, daar hij in zijn missie zegt te hebben gefaald, de ander tracht hem moed in te spreken. "Joh, je lult je er wel uit", probeert ie, en als dat niet blijkt te werken volgt een anekdote. Zelf was de optimist ook ooit op missie, ergens ver weg, maar die tocht eindigde in een storm, een schipbreuk en een stranding op een onbewoond tropisch eiland. Het was er paradijselijk, met overal fruit en ander lekkers, maar al snel bleek het eiland toch niet zo onbewoond als gedacht. Een reusachtige slang met gouden schubben doemde op, ondervroeg hem en nam hem,toen antwoord uitbleef, mee naar zijn hol. Het bleek een goede slang, die met een eigen relaas kwam, hem beloofde dat hij veilig thuis zou komen en zelfs nog met een lading schatten kwam aanzetten, maar helaas voor de voormalige schipbreukeling sorteert het uiteindelijk, terug aan dek, allemaal weinig effect. Z'n sombere collega blijft somber, want, zo zegt ie, "waartoe water geven aan een gans bij het aanbreken van de dag dat men hem in de ochtend gaat slachten?".

Heuse literatuur

Grote gouden slangen, onbewoonde eilanden en het contrast, bijna filosofisch, tussen optimisme en pessimisme. Is het iets van de Gebroeders Grimm? Harry Potter misschien? Walt Disney? Of toch de nieuwe Suske en Wiske? Nee, niets van dat alles. “De avonturen van een schipbreukeling”, zoals het verhaal heet, vormt een van de twintig hoofdstukken in de bundel 'Egyptische sagen en verhalen', van dr. J.F. Borghouts, want, inderdaad, het is een stukje literatuur uit het Egypte van de farao's. Opgetekend ruim 3.500 jaar geleden, toen Nederland nog één groot zompig moeras was en het nog ongeveer 1000 jaar zou duren voor de beroemde Griekse literator Homerus zijn befaamde Illias en Odyssee op papier zou zetten. Dat de oude Egyptenaren hebben meegebouwd aan de fundamenten van architectuur (tempels, piramides), metaalbewerking (het gouden masker!), wetenschap (genees- en wiskunde) en staatsinrichting (Egypte wordt wel gezien als 's werelds eerste natiestaat) is redelijk bekend, en dat ze konden schrijven weten de meeste mensen ook wel (er waren onder andere kronieken, administratieve documenten en zogeheten wijsheidsteksten), maar in het Egypte van de farao's kende men dus óók heuse literatuur.

Herkenningspunten

Het relaas van schipbreukeling, slang ensombere collega zag, evenals enkele andere literaireEgyptische meesterwerken, het licht in het Middenrijk, Egyptes tweede grote bloeiperiode (2055 – 1650 v.Chr.). Dit tijdvak geldt als de gouden eeuw van de faraonische literatuur en hoewel ze chronologisch gezien, zoals gezegd, ver bij ons vandaan ligt, zijn er qua thematiek soms wel degelijk herkenningspunten. Van zoektochten naar magische voorwerpen tot opgesloten prinsessen in torens en van allegorieën op de strijd tussen goed en kwaad totliefdesgedichten – met een beetje fantasie komt de boel aardig in de buurt van hedendaagse boeken en films. De auteurs van de verhalen, dewelke dikwijls opgeschreven versies zijn van wat tot dan toe mondeling werd overgedragen (te zien aan de vele herhalingen en min of meer poëtische opbouw), zijn heden ten dage niet meer bekend en, over hiaten gesproken, men vermoed dat er oorspronkelijk nog veel meer oud-Egyptische literatuur op schrift was gezet. Het leeuwendeel daarvan echter is waarschijnlijk simpelweg verloren gegaan (of moet nog worden teruggevonden, dat kan ook).

Absoluut meesterstuk

De literaire prestaties van de oude Egyptenaren zijn lang niet zo bekend als die van de Grieken (de Schipbreukeling levert op Google minder hits op dan de Illias en Odyssee), maar dat neemt niet weg dat ze er wel degelijk waren. Egyptoloog Toby Wilkinson spreekt, betreffende Egyptes staat van dienst inzake de letteren, van een aanzienlijke bijdrage en een van de allereerste grote literaire werken in de geschiedenis was Egyptisch. Dit verhaal, het relaas van de fictieve hoveling Sinoehe, geldt als het absolute meesterstuk van de oud-Egyptische literatuur en is eeuwenlang populair gebleven – in het Nieuwe Rijk, de periode van farao's als Ramses en Toetanchamon, werd het nog steeds volop gelezen én gekopieerd. Of de grote Sinoehe louter fictief was, of ten dele op de werkelijkheid was gebaseerd, is niet helemaal duidelijk, maar aan het begin van het verhaal wordt gerefereerd aan de moord op farao Amenemhet I en die gebeurtenis heeft hoogstwaarschijnlijk ook écht plaatsgevonden.

Eind goed, al goed

Een faraomoord was vanzelfsprekend groot nieuws, consternatie alom ten paleize, en nog vóór de zoon van de vermoorde koning, die buiten Egypte was ten tijde van de aanslag, is teruggekeerd besluit Sinoehe dan ook dat de grond 'm te heet onder de voeten wordt. Hij vlucht naar het ten noordoosten van Egypte gelegen Byblos en weet zich, in de jaren die volgen, op te werken tot stamhoofd bij een Palestijnse stam. Hij begint er een nieuw leven en blijkt ronduit succesvol. Hij krijgt een vrouw, kinderen, grote stukkenland,macht en boekt militaire overwinningen. Ondanks dat gloedvolle nieuwe leven echter laat Egypte hem niet los. Hij krijgt heimwee, wil diep van binnen niets liever dan terugkeren naar thuis, maar vreest tegelijkertijd dat dat er waarschijnlijk nooit meer inzit. Farao Sesostris echter, de zoon van de vermoorde Amenemhet, denkt daar diametraal anders over en stuurt de verweesde Sinoehe een brief. Wat blijkt: hij is van harte welkom, niemand verwijt hem iets en, zo wordt hem verteld, in verband met zijn hoge leeftijd kan hij maar beter niet te lang wachten met terugkeren. Sinoehe, bevreesd om uiteindelijk buiten Egypte te worden begraven, stemt in, verlaat "zijn" Palestijnse stam en keert terug naar z'n moederland, alwaar hij door Sesostris persoonlijk wordt beloond met rijkdommen die normaliter alleen zijn weggelegd voor farao's. Een staaltje 'eind goed, al goed' avant la lettre!

 

Bronnen:

J.F. Borghouts, Egyptische sagen en verhalen, De Haan · Unieboek b.v., 1986

Ian Shaw, Paul Nicholson, The dictionary of Ancient Egypt, British Museum Press, 1995

Verschillende auteurs, Opkomst van de beschaving (6 milj. - 900 v.Chr.), Reader's Digest, 2006

Aidan Dodson, De hiërogliefen van het oude Egypte, Veltman Uitgevers, 2002

Toby Wilkinson, The Thames & Hudson Dictionary of Ancient Egypt, Thames & Hudson Ltd, 2008

David P. Silverman, Het geheime Egypte, Uitgeverij Anthos, 1997

Toby Wilkinson, Het oude Egypte - opkomst en ondergang van een beschaving, Ambo-Anthos uitgevers, 2011