Prehistorische vaartuigen uit de steentijd

blog - 01-04-2014

Het leuke van de educatieve kant van steentijdarcheologie is dat er nog zo ontzettend veel niet bekend is over deze periode. Hoewel ik altijd probeer me zo goed mogelijk te conformeren aan bekende archeologische vondsten en algemeen geaccepteerde theorieën, is het ook af en toe leuk de fantasie de vrije loop te laten. Niet helemaal natuurlijk, anders is het educatieve er gauw af. Maar als je je fantasieën beperkt tot dingen die mogelijk zijn met de materialen en technieken van toen en je dan richt op parallellen uit de volkenkunde of archeologie van andere streken, dan kun je hele leuke dingen doen die mensen aan het denken zetten.

Prehistorische vaartuigen

Prehistorische vaartuigen uit de steentijdEen voorbeeld hiervan is het onderwerp prehistorische vaartuigen. Alleen de boomstamkano is teruggevonden bij opgravingen, maar zou er nou echt nooit een ander leuk bootje gebruikt zijn in de steentijd? De volkenkunde heeft zoveel fascinerende vaartuigen opgeleverd. De corracle van de Ieren is erg bekend, net als de umiak, kajak en baidarka van de Inuït.

Behalve deze met huiden bekleedde vaartuigen kennen we ook scheepjes met een plantaardige bekleding. Een beroemd voorbeeld is de Noord-Amerikaanse berkenbastkano, qua techniek net zo geavanceerd als de kajak en baidarka. Maar Noord-Amerikaanse steentijders maakten niet alleen hoogstandjes voor langdurig gebruik, er werden ook simpele kano’s gemaakt van iepen- of sparrenbast.

Dit soort boten waren ‘wegwerpvaartuigen’, alleen bedoeld voor een enkele rivieroversteek of een eenmalige jachtpartij. Dat doet denken aan de wegwerpkano’s van paperbark die te zien zijn in de Aboriginal-film Ten canoes. En dan zijn er nog de boten gemaakt uit bundels samengebonden plantenstengels, beroemd gemaakt door de ‘Ra’-expedities van Thor Heyerdahl. In het Titikaka-meer gebruikten de Uros-Indianen veel kleinere versies hiervan voor een breed scala aan activiteiten.

Aan de slag

Toen ik hier jaren geleden voor het eerst over las, besloot ik een poging te wagen een degelijk scheepje te maken van Nederlands riet. Het zou toch wel heel mooi zijn om een varend bootje te maken met als enig gereedschap een vuursteenscherf. Mijn eerste poging deed ik in het Archeon waar ik toen nog werkte. Met een stenen kling sneed ik bundels riet die ik met een eenvoudig touw van lisdoddenblad samen sjorde tot drie meter lange bundels.

Elke bundel was dik in het midden en werd naar de uiteinden steeds dunner. Vier van deze bundels werden met enkele gespleten en aangepunte stokken aan elkaar bevestigd waarna het geheel nogmaals werd omwonden. Bij die laatste bindingen boog ik de beide uiteinden sierlijk omhoog, net zo mooi als bij de Ra (bijna dan).

De IJssel bevaren

Prehistorische vaartuigen uit de steentijdHet scheepje was na een kleine dag werken klaar en zag er indrukwekkend uit. Inderdaad had ik, als ik het me goed herinner, alleen die ene vuurstenen kling gebruikt voor al het werk. Helaas droeg mijn scheepje niet meer dan zo’n 45 kg. Ik stond al snel met bootje en al op de bodem van het meertje waar de proefvaart plaatsvond.

Niet ontmoedigd deed ik samen met Hans de Haas een jaar later een tweede poging. Nu maakten we de bundels dikker en langer en gebruikten we afgekeurd rietdekkersriet dat droger was dan het riet dat ik in Archeon gebruikt had. Dat was vers gesneden. Nu droeg het bootje me wel! Maar het hield niet over.

Toch was het waarschijnlijk de eerste rieten boot die (sinds de prehistorie of sinds het ontstaan van de rivier zelf?) de IJssel heeft bevaren. Deze zomer hoop ik een nieuwe poging te doen. Eerlijk is eerlijk, er is geen enkel bewijs dat deze scheepjes ooit gemaakt zijn in Nederland, dus experimentele archeologie kun je dit eigenlijk niet noemen. Maar zoals het adagium zegt: ‘Absence of proof is no proof of absence’, je weet het maar nooit. En bovendien is het ook zinvol te weten wat er eventueel heeft kúnnen zijn.


 

Experimentele Archeologie

De blog over experimentele archeologie wordt geschreven door Annelou en Diederik.

Annelou van Gijn is hoogleraar in de Archeologische Materiële Cultuur en Artefactstudies aan de Universiteit Leiden en hoofd van het Laboratorium voor Artefact Studies (www.artefactstudies.nl).

Diederik studeerde Nederlands en internationaal recht maar heeft na enkele jaren juridisch werk besloten een andere richting op te gaan. Zijn werk en belangrijkste hobby zijn nu experimentele archeologie en prehistorische technologie. Diederik’s website is te vinden op www.het-stenen-tijdperk.nl.