Het vredige schapeneiland Texel heeft diepe wortels

Waar rust, natuur en cultuurhistorie voor een innemend onderonsje zorgen

Tekst en foto’s: Lou Lichtenberg

Straatje in Oudeschild met op de achtergrond het witte Zeemanskerkje.Het eiland Texel lijkt vandaag de dag vooral het oord voor toeristen, natuurliefhebbers en rustzoekers. Maar dat eiland heeft niet altijd die uitstraling gehad. Stille wateren hebben diepe gronden, zo blijkt maar weer. Want waar je nu vooral rust en stilte ervaart, was het in vroegere tijden af en toe minder kalm en vredig. Texel heeft een rijke geschiedenis die ook gekenmerkt wordt door strijd tegen het water, economische bedrijvigheid en strijd tegen overheersing en boosdoeners. We gingen voor deze special over Texel op zoek naar wat er van de (cultuur)historie van dit fraaie eiland is overgebleven. In drie bijdragen wordt hierover in deze special bericht. In deze eerste bijdrage in de vorm van een adelaarsvlucht boven het eiland ontdekten we dat die sporen van het verleden vandaag de dag op een wel heel speciale wijze ingebed zijn in een decor waar heerlijke rust, vredige schapen en een soms ontroerende natuurschoon overheersen. In de navolgende (tweede) bijdrage van deze special staat de Herberg De Zeven Provinciën in Oudeschild centraal, het favoriete overnachtingsadres van Michiel de Ruyter nabij zijn oorlogsschepen. We sluiten de special af met een bijdrage over het juttersambacht.

Meeuwen lijken je erop te willen wijzen als je van Den Helder met de veerboot naar Texel overvaart. Je verlaat thans de boze, hectische wereld voor een onderdompeling in de echte natuur. Hun gefladder en gekrijs roepen echter eerder herinneringen op aan Hitchcocks film ‘The Birds’ dan aan een rustgevend natuurfilmpje. Maar eenmaal op het eiland aangeland is het toch vooral de rustgevende natuur die je aangenaam overvalt. Met daarin die schapen, die steeds weer hun best doen te lijken op de karikaturen die Annie M.G. Schmidt zo treffend uitbeeldde in haar gedichten over het schaap Veronica. Dat leidt al snel tot de vraag of het hier altijd zo landelijk is geweest. Ja en nee is als altijd het meest genuanceerde antwoord op zo’n vraag. De interessante historie van dit eiland leert ons meer over deze nuances van het landschap dat we gaan betreden.

De wortels
Die historie laat allereerst zien dat de eerste inwoners hier mogelijk al in de midden-steentijd (8000-4500 v. Chr) neerstreken, waarvoor archeologisch onderzoek aanwijzingen heeft gegeven. Zij vestigden zich op kleileemopstuwingen, de hoger gelegen delen in het landschap. Deze hoger gelegen plaatsen waren aan het begin van onze jaartelling bewoond door een Friese stam, de Sturiërs. Rond 500 moet zich hier ook een nederzetting hebben bevonden, getuige het feit dat bij opgravingen scherven werden gevonden van merovingische potten, Romeinse gebruiksvoorwerpen en verschillende werktuigen van steen. Hier ontstonden geleidelijk aan ook de dorpen Den Burg, De Waal, Den Hoorn, Oosterend en De Westen. Deze streek vormt derhalve het oudste gedeelte van het eiland Texel. Dat bestond van oorsprong ook uit twee delen: dit zuidelijk gelegen ‘oude land’ en het eilandje Eyerland ten noorden daarvan, dat overwegend duinen omvatte. Aan de Noordzeezijde ontstond in de loop van de 13e eeuw een boogvormige reeks van duinketens, van De Hors in het zuiden tot De Koog in het noorden. De Westen was in die eeuw het belangrijkste dorp van Texel. Dat beschikte geruime tijd over een goede verbinding met de Noordzee en daardoor werd het vooral een prima woonoord voor vissers. Maar in de 14e eeuw kwam aan deze verbinding door verstuivend duinzand een einde en verlieten de bewoners dit dorp, om zich vooral in Den Burg, Den Hoorn en De Koog te vestigen.

In die tijd werden ook allerlei pogingen ondernomen om het land tegen de zee te beschermen. Tussen de hoger gelegen delen werden dammen aangelegd, die niet alleen voor een waterkering zorgden, maar die ook een verbinding tussen die gebieden mogelijk maakten. En gronden die bij hoge vloed onderliepen werden van dijken voorzien. Duinvorming werd bevorderd door het plaatsen van rietschermen en het planten van helm en andere zandbinders. Het eilandje Eyerland werd op deze wijze aan het ‘oude land’ vastgeknoopt, maar ook andere, al dan niet bedijkte, gronden gingen zo overwegend in de 19e eeuw tot het gebied van het huidige Texel behoren. Het eiland omvat thans een gebied van 23,7 km. lengte, 9,6 km breedte en telt 13.400 inwoners verspreid over 7 dorpen. Niet alleen voerde het eiland steeds strijd tegen het water, ook de heerschappij over het ‘oude land’ was voortdurend een twistpunt. De Graven van Holland kregen het eiland in handen in een tijd waarin twisten op dit gebied aan de orde van de dag waren. Uiteindelijk verwierf Texel als eiland in 1414 stadsrechten, waardoor het min of meer de ‘grootste stad van Nederland’ werd, als je althans daarvoor de oppervlakte als maatstaf neemt. Maar ook in latere tijden voerden de Texelaars een voortdurende strijd tegen overheersing, waarin onder meer Friezen, Spanjaarden en Duitsers de tegenstanders waren.

Het eiland ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een belangrijk economisch centrum, vooral doordat het eiland een rol van betekenis kon gaan spelen in de in- en uitvaarroute van de schepen die uit Amsterdam en andere plaatsen aan de Zuiderzee vertrokken. Tot de opening van het Noordzeekanaal voeren de schepen namelijk eerst naar Texel om voedsel, drank en dergelijke in te slaan en op gunstige wind te wachten om uit te varen. De rede van Texel was al in de 15e eeuw een begrip. Maar in het bijzonder gedurende de 17e en 18e eeuw was het hier een drukte van jewelste, vooral door de handel van de VOC, die een groot aantal jaren (tot 1799) alle contacten tussen Noordwest- Europa en Azië beheerste. Texelse loodsschepen en bevoorradingsbootjes voeren af en aan, ondertussen ook gadegeslagen door vele belangstellenden op de dijk.

Rampen zijn Texel ook nooit bespaard gebleven. De elementen wind en water waren daarbij vaak de boosdoeners. Vele schepen werden in de loop van de geschiedenis op de kusten geworpen en vergingen. Wat dat betreft staat vooral het jaar 1593 nogal stevig in het geheugen van Texel gegrift. Een forse storm vlak voor Kerstmis in dat jaar trof vooral de rede van Texel, waardoor enkele schepen van hun ankers sloegen en andere schepen ramden. Bijna 200 schepen vergingen en ongeveer duizend personen verdronken. De bekende Amsterdamse graanhandelaar en dichter Roemer Visscher was een van de reders die veel schade leed. Zijn jongste dochter die enkele maanden na de ramp werd geboren noemde hij daarom Maria Tesselschade (die later ook een bekend dichteres werd, verbonden aan de Muiderkring).

De Wezenputten tegenover Huize Brakestein aan het Skillepaadje.Het eiland werd ook stevig getroffen door de februariramp in 1953. Met name de polder ‘Eendracht’ werd overspoeld en zes inwoners verdronken. De oorlogsjaren daarvóór lieten ook Texel niet ongemoeid. Vooral de opstand in april-mei 1945 van Georgiërs - die hier min of meer in krijgsgevangenschap verbleven - tezamen met Texelse verzetsstrijders tegen de Duitse bezetter, maakte vele slachtoffers onder deze drie bevolkingsgroepen. Kortom, het eiland heeft niet alleen een fraaie natuurschoon dat boeit. Maar ook zijn (cultuur) geschiedenis biedt voldoende interessante aanknopingspunten voor een tocht langs de sporen daarvan. En dat die overblijfselen vaak ook nog door de natuur wordt gekleurd en gegeurd, is uiteraard mooi meegenomen.

Den Burg
We beginnen onze tocht in het grootste dorp van Texel, Den Burg, de hoofdplaats en het stadscentrum van het eiland. Hier krijg je inderdaad het gevoel een stad te bezoeken, vooral als je naar de straten en de huizen kijkt. De naam van het dorp zegt het al: hier heeft vroeger een burcht gestaan, althans een woonoord omgeven door een wal met gracht. Die nederzetting was reeds eerder ontstaan, vermoedelijk eind 12e, begin 13e eeuw, maar in 1356 werd hier met de omwalling begonnen. De gracht werd in 1902 drooggelegd en de wal werd geleidelijk aan ook bebouwd met huizen, maar het verleden leeft nog voort in de straatnamen en het patroon van de straten, die in het centrum in vorm van een cirkel rond de Groeneplaats in hartje dorp lopen. Dat plein is ronduit teleurstellend, omdat het teveel beheerst wordt door de architectuur van het moderne gemeentehuis.

Ten tijde van de eerder genoemde Georgische opstand werden hier echter veel interessante bouwwerken vernield, en hun fraaie architectuur keerde helaas niet meer in de nieuwbouw terug. Dat is gelukkig wel het geval geweest bij de Hervormde Kerk aan de Binnenburg, die rond 1400 werd opgetrokken op het uit zwerfkeien bestaande fundament van een romaans kerkje. Ook dit bouwwerk werd bij genoemde opstand zwaar beschadigd, maar de latere restauratie tastte in ieder geval het oude exterieur niet ingrijpend aan. Ook het gebouwtje van de vroegere visafslag aan de nabijgelegen Vismarkt is behouden gebleven. Maar of de huidige functie van het gebouwtje als openbaar toilet ook in die geest voortleeft, kan nog onderwerp zijn van een boeiend dispuut.

Het fort De Schans, ten zuiden van Oudeschild.In de buurt bleef in ieder geval een ander kostbaar overblijfsel uit het rijke verleden van Texel bewaard, dat tot de oudste huizen van het eiland behoort. In dit prima gerestaureerde bouwwerk, dat waarschijnlijk uit 1599 dateert, is thans een alleraardigst museum gevestigd onder de naam ‘Oudheidkamer’. Het opschrift boven de deur ‘Die sijn oore stopt voort roepe der arme, God sal hem niet ontfarme’ duidt op een authentieke sociale functie van het gebouw. Vermoedelijk heeft het ooit dienst gedaan als gasthuis voor daklozen of als tehuis voor gereformeerde bejaarden. Hoe dan ook, thans geeft het museum, verdeeld over woonkamer, keuken, opkamer, voorraadkelder en eerste verdieping, een fraai beeld van de wooncultuur van een redelijk welgestelde Texelse familie. De collectie kunst- en gebruiksvoorwerpen, oude prenten, klederdrachten en folklore is zeker imposant. De zolder biedt ruimte voor wisseltentoonstellingen. Achter het gebouwtje bevindt zich nog een snoezig kruidentuintje.

Oudeschild
Vanuit Den Burg voeren verschillende wegen naar Oudeschild, de plaats waar tot 1961 de veerboot van en naar Den Helder arriveerde (inmiddels vervangen door ’t Horntje) en waar zich nu nog de thuishaven bevindt van de Texelse vissersvloot. Fraai is de route die naar die havenplaats voert langs de Hoge Berg, een prachtig natuurgebied dat op ruim 15 m boven NAP is gelegen en dat in de laatste ijstijd ontstaan is door de afzetting van stenen en leem. Van hieruit leidt het Skillepaadje naar Oudeschild. Waar de brede weg overgaat in een fiets- en voetgangerspad vallen twee bezienswaardigheden op.

Allereerst Huize Brakestein, eind 19e eeuw herbouwd op de plaats van een vervallen en gesloopt 17e-eeuws buitenhuis met Franse tuin dat toebehoorde aan personen die werkzaam waren bij de Amsterdamse Admiraliteit, gelieerd aan de VOC. De admiraals Michiel de Ruyter en Maarten Harpertsz. Tromp verbleven hier regelmatig. Huize Brakestein beschikte onder meer over een prachtige beschilderde houten wand met houtsnijwerk, die in 1787 vervaardigd werd door de Amsterdamse kunstenaar Warmoes. Deze wand is bewaard gebleven en bevindt zich tegenwoordig in de Schoutenzaal van Hotel de Lindeboom aan de Groeneplaats in Den Burg (via de receptie van het hotel kan deze worden bezichtigd).

Tegenover Huize Brakestein zijn de Wezenputten gelegen. Hierin was water opgeslagen dat vooral verkocht werd aan de schepen die vanaf de rede van Texel vertrokken. De naam van deze putten verwijst naar het weeshuis in Den Burg, dat deze putten in eigendom had. Het geld dat het weeshuis met de verpachting van de waterputten verdiende werd bewaard in een geldkist die nu nog te bewonderen valt in het Maritiem en Jutters Museum (zie hierna). Het water was bruin gekleurd door het hoge ijzergehalte, waardoor het ook langer houdbaar en daardoor aantrekkelijker was dan ander water. De watervaten werden verscheept via de Skilsloot naar de haven. Aan het einde van deze sloot, waar veel bedrijvigheid heerste, was het Jeneverbuurtje gelegen, ook wel Kollegat genaamd (gat = doorgang, kol = prostituee), verwijzend naar de horecagelegenheden en vertegenwoordigers van het oudste beroep ter wereld die hier ooit mede voor die bedrijvigheid zorgden. De officiële (en minder kleurrijke) naam van deze (ook minder kleurrijke) straat luidt thans ’t Buurtje.

In deze omgeving bevinden zich nog verschillende fraaie oude panden, die de herinnering aan deze tijd levend houden. Tot deze snoepjes behoort ook de Herberg De Zeven Provinciën, dat in 1906 opgetrokken werd op de plaats van een voorganger uit 1666, dat ooit onderdak aan zeelieden bood, onder wie de legendarische admiraal Michiel de Ruyter (waarop in de volgende bijdrage in deze special nader wordt ingegaan). De Ruyter en zijn collega Tromp schonken de kroonluchters van het nabij gelegen witte Zeemanskerkje, een prachtexemplaar uit 1650.

De vuurtoren bij De Cocksdorp, het noordelijkste puntje van Texel.Bij het huidige haventje, op het terrein rond de molen van Oudeschild, is het boeiende Maritiem en Jutters Museum gevestigd, dat alleen al een bezoek aan Texel rechtvaardigt. Het museum herbergt niet alleen een uitgebreide verzameling van op het strand gejutte voorwerpen (zie ook de laatste bijdrage in deze special), maar biedt ook ruimte aan permanente exposities over scheeps- en onderwaterarcheologie en de geschiedenis van Texel. Ronduit schitterend is de reusachtige maquette van de Rede van Texel uit de tijd van de VOC. Eveneens zijn hier voorwerpen te aanschouwen die opgegraven werden in en bij het fort De Schans, ten zuiden van Oudeschild. Dat fort werd in de 16e eeuw door Willem van Oranje aangelegd om Texel te beschermen tegen Spaanse aanvallen. Een eeuw later werd het fort uitgebreid met kazernes, poorten en een kruitmagazijn om ook de Rede van Texel en de VOC-schepen te beschermen.

In de 19e eeuw liet Napoleon ten oosten en ten westen van De Schans versterkingen aanleggen. Deze versterkingen, Redoute en Lunette geheten, gingen begin 20e eeuw op de schop om de grond te gebruiken voor het ophogen van de zeedijk. De grachten van deze kleine forten zijn nog steeds in het landschap te herkennen. Het restant van De Schans is intussen gerestaureerd en is vrij toegankelijk. Voor rondleidingen op De Schans kan men zich bij het Maritiem en Jutters Museum aanmelden.

Het overige eiland
We vliegen verder over het landschap. In de buurt van het fort komen we langs de Hoge Berg en het Galgenlandje, de plaats waar vroeger galgen stonden waaraan misdadigers werden opgehangen. De galgen waren vanaf de Rede van Texel zichtbaar en golden zo als waarschuwing (en bakens) voor de scheepslui. Ten zuiden van de Hoge Berg bevindt zich de Georgische begraafplaats, waar een groot deel van de in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde en gefusilleerde Georgiërs begraven ligt. Meer over de strijd van de Georgiërs komen we aan de weet in het Luchtvaart & Oorlogsmuseum Texel, dat direct aan het vliegveld (Texel International Airport, jawel) gelegen is. Dit boeiende museum leert je ook veel over de geschiedenis van de luchtvaart, aan de hand van talloze voorwerpen die het museum rijk is. In het noordelijkste puntje van Texel wacht ons bij De Cocksdorp de vuurtoren, waar enkele Georgiërs zich tot het uiterste verzetten tegen de Duitsers, helaas vergeefs. De toren raakte hierbij zwaar beschadigd. Bij de restauratie werd rond de oude toren een nieuwe cilindervormige ommanteling geplaatst. Bij het beklimmen van de toren – deze is sinds kort voor het publiek opengesteld - kunnen op een etage via een omloop tussen de oude en de nieuwe wand nog de littekens van de oorlog worden aanschouwd.

Ned.-Hervormde kerk, bijgenaamd het witte kerkje, in Den Hoorn.In de polder De Eendracht ten oosten van De Cocksdorp herinnert een monument aan slachtoffers van de februariramp van 1953. En wederom zijn het schapen die hier vandaag de dag voor een vredige uitstraling zorgen. Verder zuidoostwaarts bezoeken we het schilderachtige dorpje Oosterend, gebouwd rond de oudste kerk van Texel, die eens aan Sint Maarten gewijd was. Het oudste deel van de kerk dateert waarschijnlijk uit de 12e eeuw. Een bezoek aan het Wijnhuis in de Kerkstraat is niet alleen vanwege de interessante oude lokale drankjes aan te bevelen, maar ook om de 120 m2 grote kelder te bewonderen, waar te midden van die drankjes verscheidene bijzondere voorwerpen, waaronder archeologische vondsten uit de omgeving, geëxposeerd worden. Het westelijk gelegen dorpje De Waal telt ook nogal wat leuke oude huisjes en boerderijen, gelegen in smalle straatjes. Aan het plein voor de kerk bevindt zich het Cultuurhistorisch Museum, het vroegere Agrarisch- en Wagen Museum dat door de jaren heen steeds verder uitbreidde. Dat museum mag door liefhebbers van (cultuur)geschiedenis en archeologie beslist niet worden gemist, omdat het een uitstekend en veelzijdig kijkje biedt in het vroegere leven op Texel, aan de hand van allerlei sporen van dat verleden.

Verder westwaarts komen we in De Koog, dat vandaag de dag vooral glorieert als badplaats. In het centrum van dit vroegere vissersdorp vormt de Hervormde Kerk, van oorsprong een uit 1415 stammende kapel, en het huis ernaast het laatste restant van het dorp van voor 1900. Zuidwaarts van De Koog bezoeken we het Schipbreuken Juttersmuseum Flora, waarin een overweldigende hoeveelheid strandvondsten vooral van de laatste 70 jaar zijn ondergebracht.

En tenslotte belanden we in Den Hoorn, opnieuw een schilderachtig dorpje dat er alleszins wezen mag. Het huidige dorpje werd door de bewoners van het oude Den Hoorn hier opgebouwd nadat hun meer zuidoostelijk ge legen woonplaats in 1398 door de Friezen was verwoest. Door toedoen van de Commissie ‘Historisch Erfgoed Den Hoorn’ valt via een wandelen fietsroute veel over het verleden van deze plaats te leren. Begin- en eindpunt van de route vormt de karakteristieke hervormde kerk met witte toren uit 1425. In een kastje bij de ingang annex begraafplaats van de kerk kan een folder worden gekocht waarin de route wordt uitgelegd. Maar ook via de ontelbDetail van de maquette van de Rede van Texel.are tekstbordjes op de gebouwtjes wordt de bezoeker van dit boeiende dorpje uitstekend over de historie geïnformeerd. Daaruit valt af te leiden dat het plaatsje in de 17e, 18e en 19e eeuw vooral de thuishaven was van loodsen, waarvan nu nog verschillende oude huisjes getuigen. Die loodsen vertrokken naar elders toen het strand voor Den Hoorn aangroeide en het dorp steeds verder van de zee af kwam te liggen. Schapen en toeristen gingen voortaan voor de nering zorgen. En dat was en is het lot van meer dorpjes in dit aangename oord. 

Dit artikel is eerder verschenen in Archeologie Magazine nummer 4 van 2009. Klik hier om dit nummer na te bestellen of klik hier om direct een abonnement te nemen en geen enkel nummer meer te missen.