Zwanenzang van het oude Egypte

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van  Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de  farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze maand: de zwanenzang van een beschaving. 

Aan koningin Cleopatra, een van de allerbekendste personen van de Egyptische oudheid, kleeft iets archetypisch.  Vraag een paar willekeurige mensen op straat om drie farao's te noemen en dikke kans dat ze voorbij komt, alsof  ze ergens middenin de Egyptische beschaving staat. Niks bijzonders, zou je zeggen, alleen: het klopt niet! Als je de  lange geschiedenis van het oude Egypte vergelijkt met een avondje uiteten, dan is Cleopatra niet het nagerecht,  en zelfs niet de kop koffie ná het nagerecht, maar het pepermuntje dat je krijgt als de jas is aangetrokken en de  rekening betaalt. Ze is de aller-, allerlaatste koningin van de aller-, allerlaatste koningsfamilie en tussen haar  tijd en die van de Grote Piramide zitten meer jaren dan tussen haar tijd en de onze. 

Enorme tijdspanne 

De allereerste farao's verschenen, aldus de 'Dictionary of Ancient Egypt' van het British Museum, omstreeks 3000  v.Chr. ten tonele. Vervolgens kende Egypte drie grote klassieke bloeiperiodes, het Oude (2686-2181 v.Chr.),  Midden (2055-1650 v.Chr.) en Nieuwe Rijk (1550-1069 v.Chr.), en Cleopatra tot slot kwam pas in 51 v.Chr. op  de troon. Na haar dood (30 v.Chr.) werd het land een Romeinse provincie, om enkele eeuwen later eerst  Christelijk en daarna islamitisch te worden, maar tússen Cleopatra en het Nieuwe Rijk (de laatste en misschien  wel grootste bloeiperiode) liggen niet minder dan duizend jaren. Op de enorme tijdspanne die wij het Oude  Egypte noemen een ronduit gigantische hoeveelheid. Zegge en schrijve een dérde van de faraotijd speelde zich  af ná de laatste grote bloei van het land. Wat was dat voor tijd? Wat is er toen allemaal gebeurd? 

Zwanenzang 

Het even korte als ontnuchterende antwoord op die vraag luidt, simpel gezegd, een lange, lange zwanenzang.  Tussen 1290 en 1224 v.Chr., als Ramses de Grote aan de macht is, bloeide het land nog als zelden tevoren, maar  de legendarische koning was amper begraven of de eerste barstjes begonnen zich reeds te manifesteren. Er waren  aanvallen van buiten, er waren wat binnenlandse strubbelingen en er werd gekissebist om de troon. Ramses III  echter, een paar farao's verder, lukte het om enkele forse aanvallen van buiten af te slaan en even leek het tij weer  gekeerd, maar helaas: hij wordt niet zonder reden ook wel “Egyptes laatste grote farao” genoemd. De koningen  die volgden, allen Ramses geheten, lukte het slechts met spreekwoordelijk hangen en wurgen, om de boel bij elkaar te houden en ondertussen zakte het land onverbiddelijk weg. De Aziatische delen  van het rijk raakte men kwijt, voor Nubië (in het zuiden) gold hetzelfde en binnenlands werd Egypte geplaagd door  stakingen, inflatie en toenemende  onlusten. 

Verdeeldheid 

Uiteindelijk had het volgende koningshuis enkel over het noorden nog de macht en werd het zuiden bestuurd  door de machtig geworden priesterkaste van oppergod Amon. De beide machtsblokken kenden een duidelijk  Libische invloed en na verloop van tijd lukte het een van hen, Sjesjonk I uit het noorden, om de boel tezamen  tijdelijk weer wat op de rails te krijgen. Het separatisme echter bleek ondanks alles toch sterker, want halverwege  de 8e eeuw bestonden er opnieuw verschillende koninkrijkjes – met  op een gegeven moment maar liefst negen (!) aan  toe. Dit gefragmenteerde Egypte was een gemakkelijke prooi voor Nubië, ooit zelf nog kolonie, en hoewel het  onder die zuiderlingen allemaal even leek te beteren, verscheen er al snel een derde partij ten tonele: Assyrië. 

Speelbal

In alle gekonkel om de macht, met Assyrië en Nubië als belangrijke spelers, lukte het de Libisch-Egyptische Psamtik I uiteindelijk om de boel weer wat in het gareel te krijgen, maar naast terugkerende inlandse  strubbelingen waren er vooral die eeuwige buitenlandse partijen. Egypte was van machtsblok vrij roemloos  verworden tot speelbal en niet veel later verscheen er, voor de zoveelste maal, een nieuwe aasgier op het  podium. De Perzen kregen tijdelijk stevig grip op het land, verloren deze vervolgens echter aan een laatste  zucht herwonnen Egyptische onafhankelijkheid, maar herpakten zich vrij snel weer. Als een pingpongballetje  stuiterde het aloude faraoland van machthebber naar machthebber, de tijden van het Oude, Midden en Nieuwe  Rijk waren duidelijk lang en breed voorbij toen  tot slot Alexander de Grote ten tonele verscheen. De jonge  Macedoniër veroverde Egypte, na hem volgden drie relatief stabiele eeuwen lang de Ptolemaeën, een Griekse  dynastie.

De laatste farao

Uiteindelijk was daar dan Cleopatra, de laatste der Ptolemaeïsche farao's. Slechts dankzij haar charmes tegenover Caesar en Marcus Antonius wist ze het terminale Egypte nog heel even uit de handen van  het oppermachtige Rome te houden, maar het mocht allemaal niet meer baten. Een derde Romein, Octavianus,  was het legendarische land van de farao's minder gunstig gezind en toen hij eenmaal op het Romeinse pluche zat,  was Egyptes lot definitief bezegeld. Cleopatra pleegde zelfmoord, haar land werd een wingewest van Rome en  daarmee was een van de grootste culturen uit de geschiedenis, bakermat van de beschaving, definitief  geschiedenis geworden.  ______________________________________________________________ 

* David P. Silverman, Het geheime Egypte, Uitgeverij Anthos, 1997  * John Baines, Jaromír Málek, Atlas van het oude Egypte, Uitgeversmaatschappij Agon, 1995  * Matthias Seidel, Regine Schulz, Kunst & Architectuur Egypte, Könemann/Tandem Verlag, 2005  * Ian Shaw, Paul Nicholson, The dictionary of Ancient Egypt, British Museum Press, 1995