Interieur van de Thomaskirche, waar Johann Sebastian Bach kantor was.
Reinoud Schaatsbergen

Leipzig, de veelzijdige Saksische parel

Handel en cultuur gaan hier stevig hand in hand

Tekst en foto's: Lou Lichtenberg

Het Oude Raadhuis aan de Markt.Verschillende steden in de voormalige DDR hebben een rijke cultuur en een lange geschiedenis. Zo ook Leipzig, na (Oost-)Berlijn de grootste stad van die verdwenen ‘socialistische heilstaat’ en van oudsher centrum voor handel en beurzen. Maar de stad telt ook vele fascinerende gebouwen in renaissance- en barokstijl, boeiende musea en plaatsen die haar een wereldfaam hebben bezorgd in de muziekgeschiedenis. Tevens heeft Leipzig zich in de loop der tijd ontwikkeld als een belangrijk centrum van de boekenindustrie. In 1813 vond bij deze stad een belangrijke veldslag plaats, waarbij Napoleon werd verslagen door een gecombineerd leger van onder meer Rusland, Oostenrijk en Pruisen. En last but not least heeft deze Saksische parel zich de reputatie verworven als de stad van de stille revolutie, die uiteindelijk tot de val van de Muur en de DDR leidde. Van al deze fasen getuigen nog vele sporen. In deze Special pogen we aan de hand van een willekeurige keuze uit die talrijke overblijfselen een beeld van de rijke en gevarieerde historie en archeologie van de stad te schetsen. Hier alvast als appetizer een impressie van de ‘highlights’ die Leipzig vandaag de dag op dit gebied zoal te bieden heeft.
Bij aankomst in Leipzig Hauptbahnhof valt een ‘wauw’ gevoel nauwelijks te onderdrukken. Dit imposante bouwwerk, dat uit het begin van de vorige eeuw dateert, illustreert meteen al een zekere grootsheid van de stad. Merkwaardig aan dit hoog staaltje architectuur is een dubbel vormigheid: twee ontvangsthallen, twee klokken aan de voorgevel, twee grote wachtruimten. Dit zijn restanten van een Saksische-Pruisische spoorwegoorlog, die resulteerde in een tweedeling van het gebouw in een westelijk-Pruisisch deel en een oostelijk-Saksisch deel. 

Vandaag de dag is deze tweedeling niet meer relevant, maar heeft zij vooral voor dit imposante karakter van het bouwwerk gezorgd, dat na een grondige restauratie van een decennium geleden zelfs nog grootser werd doordat er een modern winkelparadijs van drie etages in werd ondergebracht. En ook Leipzig ontkwam niet aan het grootstedelijk denken dat vele steden momenteel zozeer in het hart treft en dat ook hier als een open zenuw wordt ervaren, net als de aanleg van de beruchte Amsterdamse Noord-Zuidlijn. De Leipziger variant is een 3,9 km lange City-Tunnel, die vanaf het Hauptbahnhof naar het Bayrischer Bahnhof in aanbouw is. Overigens ging aan dat project ook archeologisch onderzoek vooraf, waarop we in een volgend onderdeel van deze Special zullen ingaan.

Historie
De benenwagen voert ons van het station naar de Markt, waar het Altes Rathaus (Oude Raadhuis) glorieert. In dat fraaie bouwwerk, dat in 1556/57 in een Saksische renaissancestijl met baroktoren werd opgetrokken, is thans het historische museum van de stad ondergebracht. Een uitstekend vertrekpunt dus om meer over de afwisselende historie van Leipzig aan de weet te komen. Oorlogen en handel hebben geruime tijd die geschiedenis bepaald, maar er bleef steeds voldoende ruimte over voor culturele zaken. Wat dat laatste betreft is het opmerkelijk dat vele belangrijke Europese kopstukken de stad bezochten en er studeerden, onderzoek uitvoerden, muziek maakten of discussieerden.

De Oude Beurs (Alte Börse).Aan het begin van haar nederzettingsgeschiedenis staan de vestigingen van jagers-verzamelaars die hier vanaf circa 5000 v.Chr. tot stand kwamen. Verschillende vondsten uit verschillende fasen van de prehistorie getuigen hiervan. De eerste eeuwen die op het begin van onze jaartelling volgden, werden vooral gekenmerkt door volksverhuizingen. In de 7e eeuw streken in deze regio westslavische volksstammen neer, waarschijnlijk Sorben, die een nederzetting met de naam Lipzi – ‘plaats bij de lindebomen’ – stichtten. Dit dorpje ontwikkelde zich geleidelijk tot een marktplaats van betekenis, gelegen aan het kruispunt van twee belangrijke handelsstraten: de van west (Rijn) naar oost (Rusland) voerende Via Regia en de Via Imperii van Venetië naar de Oostzee.

In de 10e eeuw kwamen deze en andere nederzettingen tussen Saale en Elbe in handen van koning Hendrik I van Saksen, die in Lipzi ook een kasteel, de Pleissenburg, liet optrekken. In 1015 verscheen Urbs Lipsi voor het eerst in oorkonden. Het plaatsje ontwikkelde zich snel tot een bloeiend handels- en handwerkcentrum, dat in 1165 stadsrechten verwierf. Daarbij verkreeg het stadje tevens marktrechten. Leipzig bracht in die fase twee markten tot ontwikkeling: de Paasmarkt in het voorjaar en de Michaelismarkt eind september. In 1458 werd daaraan een Nieuwjaarsmarkt toegevoegd. Die drie jaarmarkten kregen bij de eeuwwisseling van de 15e naar de 16e eeuw de status van Reichsmessen, waarmee Leipzig haar eeuwige faam als Messestadt, beursstad, verwierf.

Eind 15e eeuw bracht het vinden van zilver in het Ertsgebergte Leipzig nog grotere economische welvaart. Intussen was de stad ook al een universiteit rijker, waarna het zich tevens als een centrum van de boekdrukkunst kon ontwikkelen. Dit bood natuurlijk eveneens extra kansen voor de ontwikkeling van het culturele en geestelijke leven. Maarten Luther weet de weg naar Leipzig te vinden en laat in de eerste helft van de 16e eeuw ook hier met preken en discussiebijdragen – onder meer in de Pleissenburg in 1519 - een onuitwisbare indruk achter. Maar de stad kent in de loop van de geschiedenis tevens vele andere beroemde of beruchte zonen en dochters en bezoekers. De 17e-eeuwse geleerde Gottfried Wilhelm Leibniz, de politicus Karl Liebknecht, de politicus en latere DDR-leider Walter Ulbricht en de componist Richard Wagner werden hier geboren, de dichters Goethe en Schiller, de componisten Bach, Mendelssohn, Mahler, Grieg, Mozart, Clara Wieck en Robert Schumann, Telemann, Richard Strauss en de huidige Bondskanselier Angela Merkel studeerden, woonden en/of werkten hier.

Een van de prachtigste barokhuizen van Leipzig, het Romanushaus.Maar het was in Leipzig natuurlijk ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Zo moest de stad gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) meerdere belegeringen, bezettingen en economische crises ondergaan, waarbij ook verschillende bouwwerken werden verwoest. Tijdens de Zevenjarige Oorlog, die in 1756 uitbrak, bezetten de Pruisen onder leiding van Frederik de Grote de stad. In 1806 vestigde Napoleon met zijn legermacht er zijn hoofdkwartier gedurende de veldslag tegen een geallieerd leger van onder meer Pruisen, Russen, Zweden en Oostenrijkers. In 1813 vond bij Leipzig de zogenaamde Völkerschlacht plaats, waarbij dat geallieerde leger de Franse keizer een vernietigende nederlaag toebrachten.

In de Tweede Wereldoorlog werd ook Leipzig zwaar getroffen door het nazisme, gevolgd door stevige bombardementen gedurende de bevrijding door geallieerde strijdkrachten van West en Oost. En na die oorlog werd Leipzig onderdeel van de dictatoriale socialistische volksrepubliek DDR. Maar het was ook in deze stad waar de volksopstand in de vorm van een geweldloze revolutie tegen die dictatuur fors aangroeide. Dat voerde uiteindelijk tot het einde van de DDR. In de Bondsrepubliek kreeg de Saksische parel weer meer kleur, waarvan vandaag de dag op tal van plaatsen in de stad valt te genieten.

Zoektocht naar sporen
Sporen van die rijke en boeiende geschiedenis kunnen allereerst in dit Oude Raadhuis en het daarin ondergebrachte stadshistorisch museum bewonderd worden. Het interieur en vooral de feestzaal met zijn model van de stad uit 1822, de raadszaal en de geheime schatkamer zijn een fraai visitekaartje voor de stad en laten bovendien boeiende objecten zien. Het huidige stadhuis bevindt zich overigens in een groots bouwwerk dat eind 19e eeuw in het zuidwestelijk deel van de stad werd opgetrokken op de plaats waar in de Middeleeuwen de eerder genoemde Pleissenburg stond.

Interieur van het Völkerschlachtdenkmal.Naast het oude stadhuis en onderdeel van het stadshistorisch museum bevindt zich een snoezig wit gebouwtje in barokstijl, de Oude Beurs (Alte Börse), dat tussen 1678 en 1687 als ontmoetingsplaats voor beursbezoekende kooplieden verrees. Veel van het interieur ging helaas bij een bombardement in 1943 verloren. Vóór dit gebouwtje staat een standbeeld van Johann Wolfgang von Goethe, die tussen 1765 en 1768 aan de Leipziger Universiteit studeerde. Het beeld kijkt uit op een straat waaraan op enkele meters afstand de Mädlerpassage gelegen is. Hier bevond zich het beroemdste historische handelshuis van de stad, Auerbachs Hof, die een gelijknamige medicus tussen 1530 en 1538 had laten bouwen. De kelderruimte hiervan bleef deels behouden bij de bouw van de passage aan het begin van de 20e eeuw en leeft thans als restaurant Auerbachs Keller voort. Hierin bevinden zich onder meer de Lutherkeller en de Goethekeller, genoemd naar deze illustere bezoekers, en een dieper gelegen historische wijnkelder.

Bij de ingang van het – overigens uitstekende - restaurant staat een beeldengroep die Faust en Mephisto voorstelt. Deze houdt de herinnering levend aan het Faust-gedicht van Goethe, dat deze plek wereldberoemd maakte. De 16-jarige Goethe hoorde in Auerbach Keller het verhaal van een rit op een wijnvat dat toen al meer dan 200 jaar verteld werd. Bij een wandeling over een beurs passeerde Faust een wijnkelder, waar meerdere sterke mannen een vat naar buiten trachtten te dragen. Faust dreef de spot met ze, daarbij roepend dat deze klus best door een man alleen geklaard zou kunnen worden. In het daarop volgende dispuut schreeuwde de eigenaar van de kelder dat het vat aan diegene zou toevallen die het alleen uit de kelder zou kunnen brengen. Daarop sprong Faust op het vat alsof hij op een paard sprong en reed op het vat de kelder uit. In de dieper gelegen wijnkelder van Auerbachs Keller herinneren plafondschilderingen uit 1867 en een ‘Hexenritt’ sculptuur aan taferelen uit Faust.

Schone kunsten
Het Nieuwe Stadhuis, een mooi voorbeeld van bouwwerken uit de Gründerzeit.Handel en cultuur gaan hier stevig hand in hand, daarvan mogen deze Faust-sporen reeds getuigen. Maar er is meer, veel meer. Wat de handel betreft zijn er nog de gebouwen van de vroegere beurshuizen en woonhuizen van kooplui, waarvan sommige nog uit de baroktijd zijn overgebleven, zoals enkele fraaie voorbeelden (Romanushaus, Fregehaus) in en nabij de Katharinenstrasse en het Eckhaus aan de Klostergasse. Het Oude Beursgebouw noemden we ook reeds. Maar in hartje centrum staat eveneens nog het fraaie Städtisches Kaufhaus, het eerste monsterbeursgebouw ter wereld dat van 1893 tot 1901 gebouwd werd. In de jaren 1477 tot 1498 werd hier het laatgotische Gewandhaus neergezet, een hal voor de lakenhandelaars. Hun orkest, het befaamde Gewandhausorchester, was hier ook gevestigd. Een bronzen plakkaat aan de gevel van het Städtisches Kaufhaus herinnert nog aan de classicistische Gewandhauszaal die hier in 1781 werd geopend. Maquettes hiervan bevinden zich in het nieuwe Gewandhaus bij de Augustusplatz en in het stadshistorisch museum. Verder zijn er ook (vervallen) resten van het Altes Messegelände uit het begin van de 20e eeuw, waaronder twee hallen uit de eerste bouwfase die onder Monumentenzorg vallen.

Wat de cultuur betreft moet allereerst worden gewezen op de bijzondere band die Leipzig met het boek heeft. Daarvan getuigen vandaag de dag nog vele sporen. De Duitse Nationale Bibliotheek aan de Deutscher Platz, het tevens daarin ondergebrachte Boekenen Schriftmuseum en het Museum voor Drukkunst aan de Nonnenstrasse laten boeiende voorbeelden hiervan zien. Ronduit snoezig is ook het huisje van Friedrich von Schiller aan de Menckestraat in Gohlis, waar hij in 1785 zijn Ode an die Freude geschreven zou hebben.

Per tram (lijn 4) is die wijk overigens uitstekend en snel te bereiken en deze tocht loont niet alleen de moeite vanwege Schillers huisje, maar ook voor andere panden en het Gohliser Schlösschen. En niet in de laatste plaats is er de bijzondere band van Leipzig met de muziek. We noemden al het Gewandhaus, maar er zijn meerdere interessante sporen. Inmiddels zijn diverse woonhuizen van componisten aardig gerestaureerd en het bezoeken waard. Vooral de fraaie heringerichte woningen van Mendelssohn en Schumann dienen in dat verband te worden genoemd. En natuurlijk de sporen van Johann Sebastian Bach.

Allereerst de Thomaskerk, waarin hij nu sinds 1950 begraven ligt. Zijn stoffelijk overschot werd in 1894 op het Johanniskerkhof aangetroffen en rustte sinds 1900 in de Johanniskerk. Maar deze kerk werd in de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest en toen in de jaren vlak na de oorlog het weinige wat er nog van resteerde ook nog werd opgeruimd, werd het stoffelijk overschot naar de Thomaskerk overgebracht. Daar ligt het nu begraven onder het altaargedeelte van deze boeiende oude, maar prachtig gerestaureerde kerk. De oudste sporen die men bij opgravingen in het koor en de kruising hiervan aantrof, zijn overigens fundamenten van een kerk die dateren uit de periode waarin Lipzi stadsrechten kreeg, rond 1160.

De huidige kerk ontstond hier in de periode 14821496. De grootste ingreep onderging het bouwwerk bij de renovatie van 18841889, toen de gehele inrichting uit de barokperiode, vooral uit de tijd toen Bach aan de kerk was verbonden (17231750), verwijderd werd en werd vervangen door een nieuw-Gotische stijl. Daarbij werd ook de oude Thomasschool afgebroken, waarin Bach met zijn gezin gewoond had. Het huidige Thomashuis kwam daar toen voor in de plaats. In de periode waarin Bach hier als Thomaskantor en muziekdirecteur van de stad functioneerde, componeerde hij zijn belangrijkste en bekendste werken. In de zuidsacristie bevindt zich een tentoonstelling van instrumenten uit de tijd van Bach.

Meer historische instrumenten zijn overigens te zien in het Muziekinstrumentenmuseum, onderdeel van het Grassimuseum, dat tot de grootste verzamelingen historische instrumenten ter wereld behoort. Tenslotte: tegenover het zuidportaal van de Thomaskerk staat een uit de Renaissance daterend huis met een erker, het Bosehaus, genaamd naar een handelaar die het begin 17e eeuw in barokstijl liet verbouwen. Daarin zijn onder meer het Bachmuseum – dat na restauratie heropend zal worden rond 20 maart 2010, Bach’s 325e verjaardag en het Bacharchief ondergebracht.

Meer sporen
Zo op afstand lijkt het wel een Mexicaanse piramide, maar het is hét oriëntatiepunt of stadssymbool van Leipzig: het Völkerschlachtdenkmal, een in 1913 opgericht 91 meter hoog monument ter herinnering aan de vorengenoemde Volkerenslag die honderd jaar daarvóór bij Leipzig plaatsvond en waarbij het leger van Napoleon door een geallieerd leger in de pan werd gehakt. Het monument is vooral groots en robuust, maar daarom niet minder indrukwekkend. In het westelijke deel daarvan is een museumpje ondergebracht, Forum 1813 genaamd, met documenten en andere herinneringen aan de veldslag. Uit de bouwtijd van het monument dateert eveneens de nabijgelegen Russische Gedächtniskirche met goudgeverfde spits, ter herinnering aan de 22.000 Russen die bij de Völkerschlacht omkwamen.

Voor de liefhebbers van architectuur is het interessant om te weten dat het Völkerschlachtdenkmal uit de Gründerzeit dateert, een architectonische stroming die tussen 18701913 (de tijd van keizer Wilhelm) bloeide. De gebouwen van die stroming hebben veel klassieke ornamenten in hun uiterlijk en hun interieur is vaak rijk versierd met stucwerk en schilderingen. De naam betekent ‘grondleggertijd’ en refereert aan de periode waarin de Duitse vorstendommen tot één land samensmolten. Van de 15.672 gebouwen – woonhuizen en openbare gebouwen op de monumentenlijst van Leipzig behoort maar liefst 80% tot deze ‘Gründerzeit’. Bekende voorbeelden hiervan zijn ook het nieuwe stadhuis en het Bundesverwaltungsgericht (gerechtsgebouw), het vroegere Reichsgericht, bekend van onder meer het Rijksdagbrandproces in 1933, waarbij de Nederlander Marius van der Lubbe ter dood Interieur van de Thomaskirche, waar Johann Sebastian Bach kantor was.werd veroordeeld en geëxecuteerd (een gedenksteen op het Südfriedhof herinnert daar nog aan).

Hoewel Leipzig in de Tweede Wereldoorlog diverse malen werd gebombardeerd, bleef het merendeel van de Gründerzeitwijken – zoals de Südvorstadt, Musikviertel en het Waldstrassenviertel relatief gespaard. Meer problemen ondervonden de oudere bouwwerken in de DDRtijd, waarin ze veelal werden verwaarloosd. Gevolgen daarvan waren leegstand en (discussies over) afbreken of renoveren. Tot afbraak werd soms ook besloten omdat dergelijke resten niet meer pasten in de DDRideologie. Daarop en op het wel en wee van nieuwere sporen van het rijke verleden van de stad wordt in het volgende onderdeel van deze Special ingegaan, die morgen online zal verschijnen.

Dit artikel is eerder verschenen in Archeologie Magazine nummer 1 van 2010. Klik hier om dit nummer na te bestellen of klik hier om direct een abonnement te nemen en geen enkel nummer meer te missen.

Meer lezen