De kroon van de Koningsvallei

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze maand: in een rolls royce richting de onderwereld.

Anders dan menigeen misschien denkt, werden lang niet alle farao's begraven in piramides. Tussen 1493 en 1075 voor Christus, van Thoetmosis I tot Ramses XI, werden de heersers van Egypte bijvoorbeeld ter aarde besteld in het Dal der Koningen. Een zeer tot de verbeelding sprekende plek – vol al even tot de verbeelding sprekende onderaardse graftombes. Vooral die van Toetanchamon is wereldberoemd, iedereen kent 'm, maar eigenlijk stelt ze architectonisch gezien nauwelijks iets voor. Er is, op loopafstand van koning 'Toet', een ander graf en vergeleken bij dat andere graf steekt dat van Toetanchamon ronduit bleekjes af. De docudramaserie  'EGYPT', van de BBC, verwoordde het ooit als volgt: “terwijl het graf van 'Toet' ongeveer zo groot is als een garage, is dat andere graf bijna net zo lang als St. Pauls Cathedral”.

Sixtijnse Kapel

Dat andere graf, nummer 17 in het Koninklijk Dal, wordt vaak geroemd als een van de mooiste graven van Egypte. Het behoorde ooit toe aan farao Seti I, de vader van Ramses de Grote, en werd ontdekt in 1817, door een flamboyante Italiaanse schatgraver. Destijds fonkelden de kleuren hem letterlijk tegemoet, zo goed was alles geconserveerd, maar helaas verkeert het graf tegenwoordig in een treurige staat. Het is streng verboden voor toeristen, maar gelukkig, zo wil het cliché, hebben we de foto's nog. Harry Burton, van het Metropolitan Museum in New York, heeft in de jaren '20 van de vorige eeuw iedere muur en iedere zuil op de foto gezet (in zwart-wit) en in de jaren '90 heeft een Duitse egyptoloog de boel uitgegeven. Zodoende is een wandeling door Seti's graftombe tóch mogelijk en u zult merken: het wordt niet voor niets ook wel de Sixtijnse Kapel van het oude Egypte genoemd.

Krokodillen en gieren

Na een trap richting het onderaardse, standaardonderdeel in de grafarchitectuur, kom je in een lange afdalende gang terecht. Direct links is farao Seti te zien, staande voor de zonnegod, en na hen volgt een zonnebol met daaronder een krokodil. Vervolgens volgt, kolom na kolom, een enorme hoeveelheid zorgvuldig uitgebeitelde hiërogliefen en op het plafond ondertussen zijn gekroonde gieren met uitgeslagen vleugels te zien. Na de gang volgt een tweede afdalende trap, met wederom muren vol heilige teksten, en daar weer na volgt opnieuw een gang. De muren hier zijn gedecoreerd met stukken uit de Amdoeat, een Egyptisch grafboek over de nachtelijke reis van de zon.  Op het flink gehavende steen- en pleisterwerk, zijn mythische wezens, hiërogliefen en gevleugelde slangen te zien. Na deze tweede gang volgt geen derde en ook geen trap, maar een zogeheten putschacht. Bedoeld om water - en wellicht ook rovers -  uit de rest van de tombe te houden. Deze putschacht is  bovenin gedecoreerd met schilderingen waarop farao Seti is te zien voor verschillende goden.

Mensenrassen

Als de putschacht gepasseerd is, zonder erin te zijn gekukeld, volgt een kleine kamer. Voorzien van vier zuilen en rijkelijk gedecoreerd met scènes uit het zogeheten Poortenboek – een zwaar theologisch werk over de toegangspoorten tot de twaalf nachtelijke uren. Tussen vele stroken hiërogliefen, zijn mummies op een bed van slangen, mythische wezens met een lang stuk opgerold touw en een bark met daarop de zonnegod te zien. Direct aan je linkerhand onderaan echter, meteen bij binnentreden van de zaal, staat nog iets heel anders. Iets dat heden ten dage bij sommigen wellicht omstreden zou zijn, want het stelt de vier mensenrassen voor waarin de oude Egyptenaren de wereld indeelden. Zijzelf, de Egyptenaren, staan afgebeeld en na hen volgen West-Aziaten, Nubiërs en Libiërs. Achterin de kamer staat Seti zelf weer op de muur, samen met drie godheden, en rechts van dit reliëf kun je de zogeheten 'zijkamer F' betreden. Hier voor de verandering geen kleur, maar uitsluitend zwarte lijntekeningen op een witte achtergrond. Ogenschijnlijk een stap terug, zou je zeggen, maar egyptoloog Kent Weeks denkt daar anders over. Hij spreekt in deze, in een van zijn boeken, van figuren en hiërogliefen die zijn getekend “met de lange, zelfverzekerde penseelstreken van een getalenteerde, ervaren meester”.

Parel op de kroon

Terug in de vierzuilige zaal, die van de mensenrassen, kunnen we links achterin weer verder naar beneden. Eerst een korte trap, vervolgens weer een gang, daarna een trapje en tot slot de zogeheten voorkamer. Alles, opnieuw, royaal gedecoreerd. Seti voor een offertafel, priesters, ettelijke kolommen met hiërogliefen, slachtrituelen, gevleugelde slangen en meerdere keren de ontvangst van de farao bij allerhande goden. Na de voorkamer volgt  de  grafkamer, het heiligste der heilige, en daar worden decoratie-technisch gezien de registers pas écht opengetrokken. Felle kleuren, muren vol mythische voorstellingen, het zijkamertje van de Hemelkoe (een bepaalde theologische verhandeling), nog meer slangen en Seti voor verschillende goden (op de zuilen). Parel op deze kroon van de Koningsvallei is het plafond achterin. Gewelfd, hoger dan de rest van de grafkamer en voorzien van astronomische fresco's. De achtergrond is lazuurblauw, de ene helft bevat allerhande registers en op de andere staan mensen en dieren die, waarschijnlijk, sterrenbeelden moeten voorstellen. Alles om het de farao, het hele doel van de koningsgraven, mogelijk te maken zijn leven voort te zetten in het hiernamaals en deel te nemen aan de dagelijkse cyclus van de zonnegod. Iets dat voor alle graven in het Dal der Koningen gold, het waren faraonische vehikels voor naar de onderwereld, maar nergens is het vervoer zo mooi geregeld als bij Seti. “In schoonheid van uitvoering”, schrijft een boek over de Koningsvallei erover, “stijgt Seti's graf uit boven alle andere tomben”.


Bronnen:

* Erik Hornung, Harry Burton, Das Grab Sethos' I., Artemis & Winkler Verlag, 1991

* Kent R. Weeks, De schatten van Luxor en de Vallei der Koningen, Kosmos-Z&K Uitgevers, 2005

* Nicholas Reeves, Richard H. Wilkinson, Dal der Koningen, Bosch & Keuning, 2000

* Afbeelding: La tombe de Sethi 1er (KV.17) (Vallée des Rois, Thèbes ouest), gemaakt door: Jean-Pierre Dalbéra

* Afbeelding 2: Das grab Sethos' I, door Harry Burton