Archeologische resten van eten en planten: Monsters op tafel

Gerti de Koeijer

Tijdens opgravingen wordt vaak scherfmateriaal van aardewerk gevonden. Wat kapot ging en niet meer gerepareerd kon worden werd eeuwen geleden weggegooid. Met een beetje gepuzzel en restauratiewerkzaamheden komen de mooiste borden, pannen en potten tevoorschijn. Maar wat zat daar eigenlijk in? Wat aten de mensen en hoe zag het landschap er vroeger uit?

Monsters in beerputten

Degene die zich daarmee bezig houdt, tuurt uren door een microscoop, maar voor het zover is moet er eerst iets anders gebeuren. De monsters met organisch materiaal die onderzocht worden komen natuurlijk niet schoon en wel uit de grond. In het archeologisch depot wordt de vondst gewassen en gezeefd. Beerputten leveren veel monsters op. Deze worden gespoeld en gezeefd van groot naar klein. Zo is het materiaal op een handzamere en makkelijkere manier uit te zoeken.

Wat blijft er dan uiteindelijk over?

Het organisch materiaal uit het monster kan complete of delen van zaden, pitten en schelpen en botjes van vis bevatten. Als het een ‘gesloten vondst’ is, zoals een vondst uit een beerput, kan het organisch materiaal gedateerd worden aan de hand van het erbij gevonden scherfmateriaal, zo niet dan kan een 14C datering (koolstofdatering) uitkomst bieden.

Determineren

Pitten zijn redelijk makkelijk te determineren, maar zaadjes lijken toch op elkaar? Hoe weet een archeoloog nou wat voor zaadje hij voor zich heeft? Met een microscoop duik je in de veelzijdige wereld van zaden. Een onmisbaar boek is ‘De introductie van onze cultuurplanten en hun begeleiders van het Neolithicum tot 1500 AD’, Vereniging van landbouwgeschiedenis’, Wageningen, 1997 helpt je verder op weg om de geheimen van het zaad te ontrafelen. Ook vergelijkingscollecties zijn heel waardevol. Kom je er toch niet uit, dan kan kun je naar gespecialiseerde geraadpleegd worden. Zij kunnen de plantaardige resten analyseren die worden gevonden bij archeologische opgravingen. 

Archeologische bureaus en gemeenten hebben vaak geen geld om zelf iemand in dienst te nemen die zich bezig houdt met biologische archeologie. Vaak wordt dit door een vrijwilliger die een botanische achtergrond heeft gedaan. Deze vrijwilliger zorgt er uiteindelijk voor dat een monster uitgewerkt wordt en dat er een verslag van de inhoud gemaakt wordt.

Wat vertelt het monster?

Een beerputmonster kan iets vertellen over de rijkdom van de toenmalige bewoners. Zo kom je pitten van olijven wel veel tegen in Nederland in de Romeinse Tijd, maar daarna verdwijnen ze van het menu. Ze worden alleen heel sporadisch aangetroffen in monsters van na 1350 die van rijke eigenaren komen, zoals van een kasteelterrein.  Een monster dat niet uit een beerput komt kan ook zaden bevatten van bomen en struiken en daardoor iets vertellen over de vegetatie van het landschap waar onze voorouders in leefden.

Raadsel

Niet alleen monsters vertellen iets over de eetgewoontes van onze voorouders. Geschreven bronnen zijn ook belangrijk. Zo worden pitten van dadels niet gevonden, maar dadels komen wel veel voor in historische recepten. Kan het zo zijn dat de dadels zonder pit uit het Midden Oosten werden vervoerd naar West-Europa?

Afbeeldingen: Archeologie West-Friesland

 

 

Meer lezen