Zevenduizend jaar geleden woonden al mensen in het Andesgebergte

03-07-2017 - Redactie

Het Andesgebergte in Peru werd waarschijnlijk zevenduizend jaar geleden al op grote hoogte permanent bewoond door mensen. De eerste bewoners van het gebied waren jagers/verzamelaars die permanent op een hoogte van 3800 meter boven zeeniveau verbleven. Hun lichamen moeten dus wel gewend zijn geweest aan het lage zuurstofniveau in de bergen. Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Royal Society Open Science.

De wetenschappers van de Universiteit van Wyoming kwamen tot hun conclusies door zevenduizend jaar oude menselijke botresten te onderzoeken die zijn opgegraven in het Andesgebergte. Ook bestudeerden ze duizenden oude werktuigen afkomstig uit het gebied.

Samenstelling botmateriaal

Uit de verhouding tussen verschillende zuurstofisotopen in de botten van de eerste Andesbewoners, blijkt dat ze lang zijn blootgesteld aan lucht met een beperkte hoeveelheid zuurstof en dat hun lichamen zich aanpasten aan deze omstandigheden. De gevonden werktuigen in het gebied zijn bijna allemaal gemaakt van stenen afkomstig uit het Andesgebergte. Daarnaast was de afstand tussen de nederzetting in de bergen en lager gelegen bewoonbare gebieden zo groot dat het niet aannemelijk is dat de bewoners op en neer reisden.

Aanpassing aan omstandigheden

Volgens de wetenschappers is het dan ook vrijwel zeker dat het volk permanent op grote hoogte leefde. "Deze onderzoeksresultaten vormen het sterkste bewijs tot nu toe dat er zevenduizend jaar geleden al mensen het hele jaar door hoog in het Andesgebergte verbleven", verklaart hoofdonderzoeker Randy Haas op nieuwssite Phys.org. "Deze nieuwe kennis kan ons helpen begrijpen hoe de menselijke soort zich genetisch, fysiologisch en cultureel heeft aangepast aan dit soort hoog gelegen omgevingen."

Bron: NU, Royal Society Open Science, Phys.org.

Dit artikel verscheen eerder op Bergwijzer.nl