Etruskische kostuums

Etruskische kostuums

Publiek domein.

Nieuw onderzoek biedt inzicht in herkomst Etrusken

Wetenschappers van het Max Planck Instituut hebben genetisch onderzoek verricht naar de herkomst van de Etrusken met behulp van de lichamen van 82 individuen, afkomstig uit de periode 800 v.Chr. - 1000 n.Chr. Er wordt namelijk al lang gediscussieerd over waar dit mysterieuze volk, dat de eerste grote beschaving op het Italische schiereiland vormde, nou precies zijn oorsprong vindt. Uit het onderzoek is gebleken dat de Etrusken grotendeels over dezelfde genetische samenstelling beschikten als hun buurvolkeren. Dit lijkt een herkomsttheorie die teruggaat tot Herodotus (485 - 425 v.Chr.) onderuit te halen.

Wie waren de Etrusken?

De Etrusken waren een volk met een eigen taal uit de oudheid. Ze bevolkten een groot deel van het huidige Italië, van ongeveer 900 tot 90 v.Chr. Het Etruskisch verdween als levende taal rond het jaar 20 n.Chr. Hun vaderland, dat tegenwoordig Etrurië genoemd wordt, lag in het hedendaagse Toscane, de vallei van de Tiber in Umbrië en het noorden van Latium. Tussen ongeveer 750 en 500 v.Chr. vond er een grote Etruskische expansie uit, waarbij ook Rome onderworpen werd. Ongeveer 150 jaar lang werd Rome door Etruskische koningen bestuurd. De Romeinen vermengden zich hierbij voor een deel met de Etrusken, waardoor er een culturele uitwisseling plaatsvond. Het Romeinse schrift, hun cultuur en hun godsdienst zijn dan ook sterk beïnvloed door de Etrusken.

Kaart van Etrurië

Etrurië en de Etruskische expansie

NormanEinstein via Wikimedia Commons.


Nieuwkomers of inheems?

Over de precieze herkomst van dit Italische volk heerste er lange tijd veel onduidelijkheid. In grote lijnen zijn er twee theorieën hierover te onderscheiden. Eén vindt zijn oorsprong bij de Griekse geschiedschrijvers Herodotus (485 - 425 v.Chr.) en Hellanicus van Lesbos (490 - 405 v.Chr.). Volgens hen kwamen de Etrusken oorspronkelijk uit Anatolië en waren ze ergens voor 800 v.Chr. op het Italische schiereiland aangekomen, waarbij ze de oorspronkelijke bevolking verdreven. De andere theorie is afkomstig van Griekstalige Romeinse auteur Dionysius van Halicarnassus (60 v.Chr. - 7 n.Chr.). Volgens Dionysius waren de Etrusken nakomelingen van een inheems volk dat tegenwoordig de Villanovacultuur genoemd wordt. Onder moderne historici werd de Villanovacultuur - die bestond van ca. 900 tot ca. 700 v.Chr. - lang gezien als voorloper van de Etrusken, maar vandaag de dag wordt het vaak gezien als de vroegste fase van de Etruskische beschaving.

Etruskische sarcofaag

Een etruskische sarcofaag van een echtpaar uit de zesde eeuw voor Christus

Gerard M via Wikimedia Commons



Geïsoleerde taal

“Alhoewel de tweede theorie tegenwoordig door de meest archeologen wordt aangehangen, is het bestaan van een niet Indo-Europese taal, geïsoleerd tussen Italische Indo-Europese talen sprekende volkeren, een intrigerend en nog onverklaard fenomeen”, liet Johannes Krause weten, hoofdauteur van het wetenschappelijke artikel dat hierover verscheen in Science Advances. Taalkundigen zijn er namelijk nog niet in geslaagd om het Etruskisch te classificeren. Het is niet verwant aan andere Italische talen en is ook geen onderdeel van de Indo-Europese taalfamilie, of de Semitische taalfamilie uit het Midden-Oosten.


ARCHEOLOGIE ONLINE IS VAN DE MAKERS VAN ARCHEOLOGIE MAGAZINE, MEER WETEN OVER DIT PRACHTIGE MAGAZINE? KLIK HIER!


Het onderzoek

Om meer inzicht te krijgen in de herkomst van de Etrusken, hebben wetenschappers de lichamen van 82 individuen genetisch onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in drie groepen. 48 Lichamen kwamen uit de periode 800 - 1 v.Chr., 6 uit de periode 1 - 500 n.Chr. en 28 uit de periode 500 tot 1000 n.Chr. Er zijn dus ook heel wat individuen onderzocht die in een tijd leefden waarin Etrurië en de Etruskische cultuur al lang niet meer bestonden. Dit is gedaan om te kijken hoe goed bepaalde gebeurtenissen in het verleden - zoals de inlijving van Etrurië bij het Romeinse Rijk - terug te zien zijn in de genetische samenstelling van de lokale bevolking.

Het Indo-Europees

Individuen uit de eerste groep bleken genen te bezitten die geassocieerd worden met steppevolkeren. Deze bevindingen sluiten aan op een gangbare theorie, genaamd de Koerganhypothese. Volgens deze theorie zouden nomadische steppevolkeren in het laagland rond de Zwarte Zee en Zuidoost-Europa zich tussen het vijfde en het derde millennium voor Christus verspreid hebben naar Europa, Centraal-Azië en India.

Koerganhypothese

Een globaal overzicht van de migratiestromingen die volgens de Koerganhypothese hebben plaatsgevonden

Dbachmann via Wikimedia Commons.



Dit is opvallend, aangezien de Koerganhypothese ook stelt dat deze volkeren een proto-Indo-Europese taal spraken. Deze taal zou volgens de theorie later uiteen zijn gevallen in de verschillende Indo-Europese talen. Het blijft dus de vraag waarom de Etrusken dan een niet verwante taal spraken, terwijl ze wel dezelfde Indo-Europese voorouders gehad lijken te hebben. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de Etrusken bij aankomst op het Italisch Schiereiland zich mengden met de lokale bevolking.

Genetische verandering tijdens het keizerrijk

Uit het onderzoek bleek verder dat de genetische samenstelling van de Etrusken hierna 800 jaar lang grotendeels onveranderd is gebleven. In de tweede groep (1 - 500 n.Chr.) troffen de onderzoekers echter genetische samenstellingen aan die geassocieerd worden met Oost-Mediterraanse volkeren. Dit is te verklaren door het feit dat het voormalige Etrurië gedurende deze periode onderdeel was van het Romeinse Rijk. Hierdoor vestigden zich grote aantallen immigranten uit de oosterse provincies van het Rijk zich in Etrurië.

Middeleeuwen

In de derde groep (500 - 1000 n.Chr.) trof men veel genetische invloed van Noord-Europese volkeren aan. Dit is mogelijk het gevolg van Germaanse volkeren zoals de Ostrogoten en de Longobarden die, na het ineenstorten van het West-Romeinse Rijk, in deze periode het Italisch Schiereiland binnenvielen.

Complexere scenario’s

“Gezien het feit dat steppe-gerelateerde groepen waarschijnlijk verantwoordelijk waren voor het verspreiden van Indo-Europese talen, die tegenwoordig door miljoenen worden gesproken,” schrijven de wetenschappers in het artikel, “is het opvallend dat een niet-Indo-Europese taal al die tijd voort heeft blijven bestaan.” Antropoloog en co-auteur van het artikel David Caramelli voegt hieraan toe: “De vasthoudendheid van het Etruskisch, gecombineerd met genetische veranderingen, laat zien dat het eenvoudige idee dat genen gelijklopen met de gesproken taal niet klopt. We moeten complexere scenario’s bedenken, waarbij vroege Italische gemeenschappen geassimileerd werden door de Etruskisch sprekende gemeenschap.”

Bronnen: Science Advances, Sci-news, Wikipedia


ARCHEOLOGIE ONLINE IS VAN DE MAKERS VAN ARCHEOLOGIE MAGAZINE, MEER WETEN OVER DIT PRACHTIGE MAGAZINE? KLIK HIER!


Meer lezen