Leven zonder steen in de steentijd

blog - 21-05-2014

In de vorige blog beschreef ik een niet-wetenschappelijk experiment gericht op het maken van boten van riet. Dit soort projectjes zijn voor de archeologie op zich niet echt relevant, maar er kunnen leuke dingen uitkomen. De waarde zit hem vooral in de ervaring die de deelnemers opdoen. In de literatuur worden zulke experimenten daarom ‘experiential’ genoemd in tegenstelling tot de meer wetenschappelijke ‘experimental’ projecten.

Experiential archeologie

Experimentele archeologie blog van Diederik op Archeologie Online.Het maken van die rieten kano is een goed voorbeeld van een ‘experiential’ project. Er was geen hypothese, geen probleemstelling of wat dan ook. Het ging er alleen maar om een bepaalde ervaring op te doen. De meest vergaande vorm van dit soort projecten is het zogenaamde leefproject. Hierbij dompelt men zich als het ware onder in een bepaalde periode om te ervaren hoe het is met de technologie en uitrusting van een bepaalde periode enige tijd te leven.

Steentijd in de Flevopolder

Ik heb meegedaan aan twee wat langduriger leefprojecten gericht op de tijd van de jagers/verzamelaars. Eén vond plaats in de VS in 2001 en de andere in Nederland in 2005. Bij het Nederlandse project woonde een groep van zes volwassenen en twee kinderen vier weken in het bos in de Flevopolder. We wilden gedurende die tijd ‘leven als jager-verzamelaar’, dus ons eten vinden in het bos en dit verwerken en bereiden met steentijdtechnologie. Verder sliepen we natuurlijk onder bontdekens in kleine rieten hutten, maar het eten was de grootste uitdaging.

Experimentele archeologie blog van Diederik op Archeologie Online.De eerste twee weken waren we afhankelijk van lisdoddewortels omdat de noten en eikels nog niet rijp waren, maar daarna werden de maaltijden erg herfstig. Bessen, noten, eikels en bladgroente waren de belangrijkste ingrediënten van ons eten. We kookten deels direct in het vuur, maar maakten ook veel soep met behulp van houten bakken en kookstenen die in het vuur werden verhit.

De dagen werden op een gegeven moment wel wat eentonig. ’s Ochtends, zo lang het gras nat was van de dauw, waren we vooral bezig met klusjes ‘in en om het huis’. Handwerkjes, reparaties, ontbijt, plannen maken, dagboeken bijhouden, dat soort dingen. Na het middageten moest er eten voor ’s avonds en brandhout verzameld worden.

Hoogtepunt

Over het algemeen bleven we daarvoor dicht bij huis. Jagen mochten we niet, maar vissen wel. Ik heb allerlei benen en stenen haken gebruikt maar niets gevangen en ook de fuiken met en zonder aas leverden niets op. Pas toen we onze visweren (wandjes van vlechtwerk om de vis naar fuiken toe te leiden) geplaatst hadden, begonnen we vis te vangen. Met z’n allen gingen we het water in en dreven de vis in de richting van de weer. Toen de eerste keer de fuiken boven water kwamen en er prachtig glanzende vissenlijven in zaten… fantastisch! Dat was voor mij wel het hoogtepunt van dit project.

Experimentele archeologie blog van Diederik op Archeologie Online.Aan het einde van de vier weken was iedereen er wel een beetje klaar mee. Het was niet zozeer heel zwaar, het was eigenlijk gewoon een beetje saai. Als je een keer gewend bent aan werken met steentijdgereedschap, koken op steentijdmanier, etc. dan is het eigenlijk gewoon kamperen. Niks bijzonders.

Leven zonder vuursteen

Dus we hadden vier weken ervaring opgedaan met voedsel verzamelen in het wild en kamperen met steentijduitrusting. Wat hadden we geleerd? Niet echt heel concrete dingen. Onze handigheid met dit soort werktuigen was vergroot, we hadden wat receptjes met wilde planten ontdekt en het gebied heel goed leren kennen. En we hadden natuurlijk iets bijzonders beleefd.

Voor mijzelf was de grootste ontdekking dat we nauwelijks vuursteen hadden gebruikt. Ik had, als vuursteenbewerker, een voorraadje steen opgeslagen aan de voet van een forse vlier, denkend dat dat mijn werkplek zou gaan worden. Maar wat bleek? Niemand had vuursteen nodig. Al het dagelijkse snijwerk deden we met onze benen messen. De paar stenen bijltjes die we, naast geweibijlen, gebruikten voor hakwerk, werden niet zoveel gebruikt dat ze moesten worden aangescherpt of vervangen.

Na een paar weken werd de vuursteenbewerkplek de brandhoutopslag en aan het einde van ons verblijf moest ik de vuursteenvoorraad opgraven onder een laag dood blad en stukken boombast. Je kunt je dus in de steentijd heel goed redden zonder steen. Toch leuk om te ervaren!

Nu is het wel even klaar met verhalen over educatieve en ‘experiential’ projecten. De volgende keer staat een wetenschappelijk experiment centraal.


 

Experimentele Archeologie

De blog over experimentele archeologie wordt geschreven door Annelou en Diederik.

Annelou van Gijn is hoogleraar in de Archeologische Materiële Cultuur en Artefactstudies aan de Universiteit Leiden en hoofd van het Laboratorium voor Artefact Studies (www.artefactstudies.nl).

Diederik studeerde Nederlands en internationaal recht maar heeft na enkele jaren juridisch werk besloten een andere richting op te gaan. Zijn werk en belangrijkste hobby zijn nu experimentele archeologie en prehistorische technologie. Diederik’s website is te vinden op www.het-stenen-tijdperk.nl.