Dorestad: plaats zonder heilige

blog - 16-08-2016

Het is opvallend dat er in de bodem van Wijk bij Duurstede vrijwel geen objecten gevonden zijn die op een christelijke leefwijze van de bewoners van Dorestad duiden. De hiernaast afgebeelde bronzen riemtong met een gelijkarmig kruis, hét christelijke symbool bij uitstek, is één van de zeer weinige uitzonderingen.

Cultusplaatsen en relieken

Er bevonden zich weliswaar enkele (parochie)kerken in Dorestad, terwijl de meeste graven oost-west georiënteerd waren en daarmee een christelijke manier van begraven suggereren. Maar er waren geen bijzondere cultusplaatsen of relieken te vinden. Er was ook geen heilige bron, zoals we die op veel plaatsen in onze streken kunnen vinden. Het is zelfs onvermeld gebleven wie er de eerste kerk heeft gesticht en dat is opmerkelijk voor zo’n belangrijkte plaats.

Vita Dagoberti

Ook ontbreken beschrijvingen van mirakelen die als promotie van een cultusplaats en een daarmee verbonden heilige kunnen worden beschouwd. Alleen in de Vita Dagoberti figureert Dorestad bij wijze van uitzondering als de plaats waar een wonder verricht werd. Maar dit heiligenleven is pas in de tiende eeuw, na de ondergang van Dorestad geschreven en kan daarmee als middeleeuwse city marketing geen betekenis meer hebben gehad.

Neutraliteit van Dorestad

Dorestad was net als de andere belangrijke Frankische handelshaven Quentovic (een verdwenen plaats in het huidige departement Pas-de-Calais een plaats zonder beschermheilige. Waarschijnlijk was dat niet zonder reden, omdat een overdaad aan christelijk religieus vertoon heidense handelspartners kon afschrikken. Dat was anders in de meeste marktplaatsen binnen het Frankische Rijk waar vaak relieken van heiligen te vinden waren die bedevaartgangers van heinde en verre aantrokken. Maar Dorestad moest vóór alles een neutrale functie behouden waar verschillende culturen zich thuis konden voelen.

Goddeloze plaats

Geestelijken zullen niet zo gecharmeerd zijn geweest van deze pragmatische politiek en voeren dan ook liever aan Dorestad voorbij, zoals Alcuin het uitdrukte. Zij hebben Utrecht eeuwenlang als hét belangrijke kerkelijke centrum afgeschilderd en Dorestad vaak geheel verzwegen. Het moet hen hebben gestoken dat het profane Dorestad zich had ontwikkeld tot een plaats van betekenis die het kerkelijke Utrecht geheel overvleugelde.

De tegenstelling tussen beide plaatsen heeft voor de ontplooiing van Dorestad een belangrijke rol gespeeld. Want door de opkomst van Utrecht als kerkelijk centrum heeft de handelsplaats nooit meer een belangrijke religieuze betekenis gekregen. Het lijkt wel alsof de geestelijkheid zich ervoor schaamde iets met deze goddeloze plaats te maken te hebben.

De (moeizame) verhouding tussen Dorestad en de geestelijkheid wordt belicht op de expositie ‘Bonifatius in Dorestad’ in Museum Dorestad, nog te zien tot 7 december.


 

Museum Dorestad

Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede herbergt in meerdere opzichten een bijzondere collectie. Het zwaartepunt van het museum ligt – zoals de naam laat zien - bij het onder de aandacht brengen bij een breed publiek van de vroegmiddeleeuwse handelsplaats Dorestad. Daarnaast is er bijzondere aandacht voor het Romeinse verleden waarvan in Wijk bij Duurstede veel is teruggevonden. Hoewel de collectie relatief klein is, maakt de bijzondere samenhang deze waardevol. Museum Dorestad onderscheidt zich door een afgebakende verzameling in tijd en ruimte die nog eens een extra belevingswaarde krijgt doordat de resten van Dorestad letterlijk onder het museum liggen.

De collectie in Museum Dorestad wordt door Luit van der Tuuk beheerd. Hij is tevens verantwoordelijk voor de wisselexposities die periodiek in het museum worden georganiseerd. Buiten zijn werk voor het museum publiceert hij regelmatig over vroegmiddeleeuwse onderwerpen. Van zijn hand verschenen boeken over handel en scheepvaart, de Noormannen, de Friezen en de Franken.

Als conservator van Museum Dorestad gaat hij op deze pagina regelmatig een blog verzorgen over het reilen en zeilen van het museum. Dat kan over allerlei onderwerpen gaan, over de collectie, over wisseltentoonstellingen, maar zeker zal er ook aandacht worden besteed aan de op handen zijnde verhuizing van het museum. Wat komt er allemaal kijken bij de herinrichting die aan de eisen van een veranderende tijd, van een veranderend publiek ook, moet voldoen.