De tocht & het contact met het 'heilige' Verhaal van een vierde-eeuwse pelgrim

blog - 23-11-2016

Bij het lezen van oude reisverslagen word ik soms al doodmoe achter mijn bureau. Nu ik mijn studiedag over de vierde eeuw aan het voorbereiden ben, overkomt me dat opnieuw bij het herlezen van oude pelgrimsverslagen uit die tijd.

De anonieme pelgrim uit Bordeaux – was het een man of een vrouw? – liet in 333 een soort landkaart in woorden na die anderen als gids kon dienen. Het is een vrij onpersoonlijk verslag van zijn reis naar Jeruzalem en terug, meer een opsomming van 'heilige' plaatsen bekend uit het oude of het nieuwe testament. Hij zag in Jeruzalem tussen de ruïnes van de tempel nog twee beelden van keizer Hadrianus en de H. Grafkerk van Constantijn de Grote in aanbouw.

Reisverslag van Egeria

Ongeveer vijftig jaar later schreef Egeria een persoonlijker reisverslag. Bij toeval werd eind negentiende eeuw in een klooster te Arezzo een bijzonder Latijns handschrift gevonden. Helaas was het handschrift niet helemaal compleet, het begin en enkele fragmenten ontbraken. Datzelfde gold voor de titel van het werk en de naam van de auteur. Door deduceren en combineren zijn de meeste onderzoekers het er nu wel over eens dat het gaat om een elfde-eeuwse kopie van het verslag van de reizen die een zekere Egeria maakte tussen 381 en 384. Ze kwam uit Z-Frankrijk of N-Spanje en behoorde waarschijnlijk tot de welgestelde elite van een Romeinse provinciestad. Ze was een vrome christen – sommigen denken dat ze abdis was – die met eigen ogen het oosten wilde zien waar de gebeurtenissen beschreven in de bijbel hadden plaatsgevonden, waar ze contact kon maken met het 'heilige' en waar ze kon bidden. Het handschrift bestaat uit twee delen, nl. het reisverslag en een beschrijving van de liturgie in Jeruzalem.

Reis naar Constantinopel, Antiochië en Jeruzalem

Egeria reisde - ruim 1635 jaar geleden - in begin 381 naar Constantinopel (Istanbul), waarschijnlijk over land. In de oudheid waagde men zich 's winters liever niet op zee. Daar aangekomen, reisde ze dwars door Klein-Azië (Turkije) naar Antiochië (nu ZO-kust van Turkije), vandaar volgde ze de kustweg om uiteindelijk af te slaan naar Jeruzalem, waar ze enige tijd vóór Pasen aankwam. Deze stad werd drie jaar haar thuisbasis voor korte reizen naar Egypte, Samaria en Galilea, de Sinaï, de Nebo-berg en het graf van Job ten oosten van de Jordaan. In het voorjaar van 384 reisde ze terug via Antiochië naar Constantinopel, waar ze een deel van het reisverslag schreef aan haar "dames zusters". Ze vertelde hen dat ze van plan was naar Ephese te reizen "vanwege het martelaarsgraf van de heilige en gelukzalige apostel Johannes" en - "mocht ik daarna nog in dit lichaam zijn" - misschien nog andere 'heilige' plaatsen te bezoeken. (De aanhalingen in dit artikel komen uit deze Nederlandse vertaling van Egeria's reizen).

Egeria op de plekken van het Oude Testament

Met grote gretigheid zag Egeria de plekken die een rol speelden in het oude testament en in het leven van Jezus. Ze werd in de Sinaï-woestijn gewezen op "de plek waar het [gouden] kalf is gemaakt. Daar staat namelijk tot op de dag van vandaag een grote steen" en op weer een andere plek regende het ooit manna en kwartels .... Wat ze op die voor haar zo bijzondere plekken deed, beschreef ze aldus; "er werd eerst een gebed uitgesproken, vervolgens de lezing uit het handschrift gelezen, daarna een passende psalm voorgedragen en dan wederom een gebed uitgesproken. Die gewoonte hielden we met Gods hulp steeds aan, overal waar we op gewenste plaatsen aankwamen".

Op die manier 'zag' ze ongetwijfeld nog beter hetgeen zich daar in het verleden had afgespeeld. Ze kreeg als het ware contact met de bijbel- en apocriefe verhalen, die daardoor nog meer voor haar gingen leven. Af en toe was het een zware tocht en moest ze bijkomen "want de weg die we door de woestijn waren gegaan was heel zanderig geweest". De Nebo-berg werd voor het grootste deel zittend op ezels genomen, maar de berg was hoog en op een gegeven moment zó steil "dat je niet anders dan te voet en met veel moeite omhoog kon". Soms was het gebied zó gevaarlijk dat ze werd geëscorteerd door soldaten "uit naam van de Romeinse overheid". Ze bereisde een door en door Romeinse wereld, maar daar had ze in haar geschrift geen enkele aandacht voor. Ze beschreef de liturgie in Jeruzalem, bezocht kloosters, kluizen en kerken, het graf van Thecla en van Job, was te gast bij bisschoppen en priesters ....

Reconstructies van Egeria's lokaties

Archeologen graven resten op van vroeg-christelijke kerken, kloosters en pelgrimsgasthuizen en maken er reconstructies van. Egeria en de andere reizigers zijn de eigentijdse stemmen die verstomde ruïnes weer even tot leven brengen, of ze beschrijven monumenten die er niet meer zijn of in de loop van de tijd geheel veranderd zijn. Fascinerend, reisverslagen. Wat ben ik – achter mijn bureau gezeten – blij, dat wij het tegenwoordig een stuk gemakkelijker hebben tijdens onze reizen!

Over de vierde eeuw geef ik in Leiden (RMO) een studiedag op zaterdag 10 december. Voor alle informatie zie www.OudWeb.nl/vierde-eeuw

Annet van Wiechen
beeld & tekst © conens & van wiechen
www.OudWeb.nl

 


 

MOZAÏEK

Weblog van archeologe Annet van Wiechen.