Blog Mozaïek: Het buitenissige & het wonderbaarlijke

blog - 11-01-2017


Op internet flitsen weleens lijstjes langs met bizarre weetjes: de dikste, langste of kleinste mens, de mens met de langste nagels of de grootste neus etc. Eerder waren de vrouw met de baard of netjes getrainde vlooien op de kermis te bewonderen. Ook in de oudheid had men belangstelling voor het buitengewone en schreef men boeken die geheel gewijd waren aan het ongelooflijke, het wonderbaarlijke. Vroeger hadden wetenschappers wellicht weinig waardering voor dit literaire genre, tegenwoordig is er meer belangstelling voor de paradoxografen uit de klassieke wereld. Van deze in het Grieks of Latijn geschreven 'rariteitenkabinetten' zijn enkele werken bewaard gebleven.

P. Aelius Phlegon leefde in de tweede eeuw en was een vrijgelatene van keizer Hadrianus. Hij was afkomstig uit Tralles (nu Aydın, Turkse westkust) en behoorde tot de staf van deze reizende keizer. Hij schreef enkele boeken, waarschijnlijk op instigatie van Hadrianus. Van zijn topografie van Rome, waarin hij de bij het plebs geliefde gebouwen of plekken beschreef, is (helaas) niets bewaard gebleven. Ook zijn beschrijvingen van Sicilië en van de Romeinse feesten zijn in het stof van het verleden verdwenen. Van zijn zestien boeken (!) over de olympiaden – de periode van vier jaar, nl. het jaar van de Olympische spelen en de drie volgende jaren – zijn slechts fragmenten bewaard gebleven. Maar zijn opsomming van langlevende mensen is teruggevonden en daarin beschrijft hij 68 mensen die honderd jaar of veel ouder zijn geworden. Veel gegevens had hij van horen zeggen of gelezen bij oudere auteurs. Maar van Faustus "een slaaf van de keizer" die 136 jaar oud was, schreef hij: "ik zag de man zelf toen hij aan Hadrianus werd voorgesteld".

In een Grieks manuscript dat in het laatste kwart van de negende eeuw in Constantinopel (Istanbul) werd geschreven, zijn niet alleen een tractaat over de jacht van Flavius Arrianus (ca. 85/90 - na 145/146) en een zeven-wereldwonderen-lijst van Philo Byzantius (waarschijnlijk vierde of vijfde eeuw) gekopieerd, maar ook Phlegon's Boek van Wonderen. De 35 opgesomde en kort beschreven 'wonderen' betreffen: doden die (kortstondig) weer tot leven kwamen en orakelende hoofden (1-3), spontane sekseveranderingen van vrouw naar man (4-10), enorm grote beenderen (11-19), ongewone geboortes (20-21, 25), vrouwen die dieren baarden (22-24), mannen die kinderen kregen (26-27), vrouwen die veel kinderen kregen (28-31) zoals een Alexandrijnse die in drie zwangerschappen maar liefst twintig kinderen op de wereld zette, mensen die snel en kort leefden (32-33) en levende centauren (34-35). Van een van die centauren schreef Phlegon, dat "die naar Rome is gestuurd". Als je als lezer zijn woorden niet geloofde, dan moest je het zelf maar gaan onderzoeken: "hij ligt namelijk gebalsemd en wel in de opslagplaatsen van de keizer" (Nederlandse vertaling van Rein Ferwerda).

Suetonius, die in de tweede eeuw de levens beschreef van de eerste keizers, vertelde van de eerste keizer Augustus dat zijn huisvesting sober was en zijn buitenverblijven bescheiden van omvang. Hij verfraaide ze niet met beelden en schilderijen, "maar met promenades, bosschage en antiquiteiten of curiosa, zoals de enorme beenderen van reusachtige monsters en wilde dieren op Capri, die men 'reuzenbotten' en 'heroënwapens' noemt" (vertaling D. den Hengst). Waarschijnlijk waren die 'reuzenbotten' en de door Phlegon genoemde botten resten van mammoeten. Ook van Phlegon's patroon, keizer Hadrianus, werd al in de oudheid geschreven dat hij zich bezighield met "merkwaardigheden". En er was genoeg opmerkelijks te bekijken in de tempels. Pausanias stelde zijn Griekenland-beschrijving samen in de tijd van Phlegon (tweede eeuw) en laat ons het oude Griekenland zien door zijn ogen. In de Athena-tempel van Tegea hingen ooit de slagtanden van het Calydonische everzwijn en zelf zag hij nog de afgestroopte huid van het dier "dat echter door de tand des tijds is aangetast en helemaal geen borstelig haar meer heeft" (vertaling Peter Burgersdijk). In een heiligdom in Sparta hing zelfs nog "vastgemaakt met banden, een ei". Dit was het ei van Leda. Volgens de mythe maakte Zeus in de gedaante van een zwaan een slippertje met Leda, de vrouw van de koning van Sparta. Ze legde toen twee eieren. Uit het ene ei kwamen de Dioscuren en uit het andere Helena en Clytaemnestra die op hun beurt 'geschiedenis' zouden schrijven. Pausanias vertelt niet hoe het mogelijk is dat een van die eieren – weer helemaal heel – aan het tempelplafond kon hangen!


Maar dat soort vragen moeten we niet stellen. Immers in de klassieke literatuur worden wel meer wonderbaarlijke objecten genoemd die men kon bewonderen: de steen die Kronos inslikte in plaats van zijn kind Zeus, het haar van Medusa, Orpheus' lier en zelfs hompjes klei waarvan Prometheus de eerste mensen had gevormd! Ook toen wilde de mens maar wat graag iets zichtbaars hebben om te 'geloven'!

Annet van Wiechen
beeld & tekst © conens & van wiechen
www.keizerHadrianus.nl 

 


 

MOZAÏEK

Weblog van archeologe Annet van Wiechen.