Amor & Psyche Een eeuwig liefdesverhaal

blog - 27-10-2016

Er was eens een koning en een koningin. Het echtpaar had drie dochters. De oudste was knap, de tweede was nog knapper, maar de derde, de jongste – haar naam was Psyche – was wonderschoon. Ze was zó mooi dat iedereen haar met open mond bleef aanstaren en de heiligdommen van Venus, de godin van de schoonheid, links liet liggen! Niemand, maar dan ook niemand durfde de hand van dit bovenaards mooie meisje te vragen en Psyche dreigde dan ook een oude vrijster te worden. Haar vader was radeloos. Wat moest hij doen? Het enige wat hem restte was de goden raad vragen! Dat deed hij in het oeroude orakel van Apollo bij Milete

Zó begon de tweede-eeuwse Romeinse schrijver Apuleius in de roman De Gouden Ezel  zijn bewerking van een bekend sprookje over liefde, verraad en eeuwige trouw. Met veel humor beschreef Apuleius hoe Psyche's vader van de Griekse god Apollo gelukkig een antwoord in het Latijn kreeg. Zo konden de lezers van zijn Latijnse roman Apollo ook begrijpen. Het antwoord leek duidelijk. Helaas, want het beloofde helaas weinig goeds voor Psyche die – zo voorspelde de god – een akelige, vliegende en monsterachtige echtgenoot zou krijgen voor wie zelfs de goden sidderden. Ze moest naar die-en-die rots gebracht worden waar een slang haar zou halen. Arme Psyche! Haar vader keerde dan ook gedesillusioneerd naar huis terug.

Intussen in de godenwereld was Venus ziedend. Haar cultus werd niet meer in ere gehouden en ze kreeg geen cadeautjes meer, want die mensenmeid Psyche eiste alle aandacht van de gelovigen op. Venus zon op wraak en riep haar zoontje Amor (of Cupido) bij zich. Hij moest die mensenmeid maar verliefd maken op de akeligste man die op aarde rondliep.

Onbekende Bruidegom

De bruidsstoet die Psyche naar de rots bracht, leek wel een begrafenisstoet. Psyche werd moederziel alleen op de rotstop achtergelaten, bibberend in haar bruidsgewaad en wachtend op haar bruidegom. Maar de wind Zephyrus kwam en nam haar mee naar een paleisje waar al haar wensen werden vervuld door onzichtbare bedienden. Toen het pikkedonker was, kwam haar echtgenoot en vertelde haar dat zij hem nooit, écht nooit mocht zien. Vandaar dat hij alleen 's nachts kwam. Psyche leefde eenzaam, maar gelukkig, steeds met smart wachtend tot het donker werd en haar echtgenoot zou komen. De eenzaamheid deed haar naar haar ouders en zussen verlangen en ze smeekte haar echtgenoot hen te mogen bezoeken. Die had grote bezwaren, maar de inmiddels zwangere Psyche bleef zeuren. Haar echtgenoot vond het uiteindelijk goed, "maar luister alsjeblieft niet naar de raad van je zussen", zou hij gezegd hebben.

Psyche kwam thuis en na een hartelijk welkom stak bij haar zussen jaloezie de kop op. Psyche zag er nog knapper uit dan voorheen en leek zó gelukkig, terwijl zíj met miserabele kerels gehuwd waren. Om een lang verhaal kort te maken, de zusjes raadden Psyche aan toch haar echtgenoot maar eens te bekijken én te doden, want hij was immers een monster, een draak.

Olielampje

Toen Psyche weer terug was in het paleis van haar onzichtbare echtgenoot, verborg ze een olielampje onder het bed en legde een scherp mes binnen handbereik. Het werd nacht en haar onbekende minnaar kwam geruisloos de slaapkamer binnen. Psyche verkeerde in grote twijfel: ze had haar echtgenoot lief, maar haatte het monster. Haar haat overwon. Toen haar geliefde sliep, pakte zij haar olielampje en het mes. Het licht viel op het gezicht van haar echtgenoot en ze zag ..... het bloedmooie gezicht van de tederste aller monsters: Amor. Ik geef hier geen beschrijving van Amor's schoonheid, dat laat ik graag aan Apuleius over. Lees het in een van de Nederlandse vertalingen! Hoe dan ook, Psyche was onder de indruk, werd opnieuw verliefd, verwondde zich licht aan een van Amor's pijlpunten en raakte doordoor helemaal van de liefdeskaart! Ze bibberde van verlangen, maar vergat het lampje in haar hand. Wat hete olie viel op de schouder van de slapende die daardoor wakker werd. Amor beklaagde zich over de nieuwsgierigheid van zijn vrouw. Nu moest hij voorgoed uit haar leven verdwijnen, want hij had immers de bevelen van zijn moeder Venus niet opgevolgd. Hij had zich aan een eigen pijlpunt verwond en stond daardoor in vuur en vlam voor Psyche. Hij vloog weg, Psyche in radeloos zelfverwijt achterlatend. Pan wist haar af te houden van haar voorgenomen sprong in een afgrond en raadde haar aan Amor te gaan zoeken om opnieuw bij hem in 't gevlij te komen.

Tongzoen

Heel nauwkeurig beschreef Apuleius de wraak van Psyche op haar valse zussen en haar zoektocht. Intussen stelde een praatgrage meeuw Venus op de hoogte van de escapades van haar zoon. Nog nooit was de godin zó woedend geweest. Witheet schold ze haar gewonde zoon de huid vol en zocht hulp bij andere godinnen om die mensenmeid Psyche te vinden. Diplomatiek wimpelden Ceres en Iuno haar verzoek af. Amor was toch oud en wijs genoeg en géén kind meer! Verontwaardigd trok Venus haar eigen plan en sommeerde Mercurius de mensheid te laten weten dat degene die Psyche aangaf bij Venus zeven kussen én een tongzoen van de godin zou krijgen. Een fantastische beloning!
Ook de nog altijd radeloos zoekend Psyche hoorde dit bericht. Ceres en Iuno wilden haar niet helpen, maar Jupiter's echtgenote raadde haar wel aan zichzelf vrijwillig en heel nederig aan te geven bij Venus.

Opnieuw te nieuwsgierig

Dienaressen van Venus lieten Psyche alle hoeken van de kamer zien. Van de godin, die ook haar handen niet thuishield, kreeg zij drie moeilijke opdrachten om uit te voeren. Opdrachten waarvan de echo terug te vinden is in de sprookjes van Grimm. Dankzij de hulp van mieren, het groene riet en Jupiter's adelaar wist zij de opdrachten tot een goed, en voor Venus onverwacht, einde te brengen. De godin verzon nog een vierde taak: "Ga naar de onderwereld en vraag Proserpina een beetje van haar schoonheidszalf in deze doos te doen". Psyche was ten einde raad, maar de toren, waar ze vanaf wilde springen, gaf haar raad hoe te handelen en verbood haar ten strengste de meegegeven doos van Proserpina te openen. Alles verliep zoals de toren had gezegd. Psyche kreeg het zalfje en ging op de terugweg. Maar Psyche zou Psyche niet zijn, als ze niet ging twijfelen. "Goddelijke schoonheidszalf? Waarom zou ik zelf niet een kijkje in de doos nemen?" Ze lichtte het deksel op en .... werd bevangen door een comateuze slaap.

De kus

Intussen genas de schouderwond van Amor voorspoedig en kon hij zijn arm (en vleugels) weer gebruiken. Hij kwam in actie, pleitte bij Jupiter voor zijn huwelijk en vloog naar zijn slapende geliefde. Hij kuste haar wakker. De godenvergadering, bijeengeroepen door Jupiter, stemde voor een huwelijk tussen gelijken. Jupiter gaf Psyche een beker ambrozijn te drinken waarmee zij onsterfelijk werd. Het huwelijksfeest werd door alle goden groots gevierd. Ook Venus had zich nu verzoend met het huwelijk, want haar zoon trouwde een godin!
En Amor & Psyche leefden nog lang en gelukkig!

Prachtig sprookje en veel uitgebeeld, zoals in dit blog van begin tot eind (Canova eind 18e eeuw, Picot 1817, Delaistre eind 18e eeuw & Romeinse kindersarcofaag). Ik zal tijdens mijn studiedag op 12 november ook zeker bij Amor & Psyche stilstaan en nog meer vertellen van dit paar dat in de Romeinse kunst vaak een symbolische functie had!

Annet van Wiechen
beeld & tekst © conens & van wiechen
www.OudWeb.nl

 


 

MOZAÏEK

Weblog van archeologe Annet van Wiechen.