Werk in uitvoering, wie de Egyptische monumenten bouwden

Iedereen kent het gouden masker van Toetanchamon en iedereen kent de Grote Piramide van Cheops. Het zijn stuk voor stuk iconen, maar wat veel mensen niet weten is dat het Egypte van de farao's nog eindeloos veel meer heeft te bieden. Deze keer: een kijkje in de architecturale keuken.

De piramides van Gizeh, en dan met name die van Cheops, spreken al sinds de oudheid tot de verbeelding. Hun kolossale afmetingen en aan perfectie grenzende uitvoering roepen bij mensen vragen op over de bouw, de bouwers en over het waarom. Sommige mensen schrijven de piramides bijzondere krachten toe, anderen reppen over "vergeten beschavingen" die voor de bouw verantwoordelijk zouden zijn geweest en er worden verbanden gelegd tussen de piramides en verschillende sterrenbeelden. Het lijkt soms wel alsof men simpelweg niet wil geloven, of niet kán geloven, dat het gewoon de oude Egyptenaren waren die ons dit erfgoed hebben nagelaten.

Een stellingname die misschien nog wel begrijpelijk zou zijn als Cheops' reuzengraf Egyptes enige monument was, een wonderlijk eiland in een zee van verder niets, maar Egypte heeft nog zoveel meer – het land ligt bezaaid met graven, tempels en ander erfgoed, het ene nog groter dan het andere. Neem bijvoorbeeld de tempel van Karnak, het grootste religieuze bouwwerk dat ooit is opgericht, of de graftombe van farao Merenptah in het Dal der Koningen, dat zich 135 meter diep de rotsen inboort en rijkelijk is gedecoreerd met schilderingen en reliëfs.

Schoonheidsfoutjes

Het zijn uitzonderlijke, welhaast bovenmenselijke architectonische en artistieke prestaties die de oude Egyptenaren hebben geleverd, maar hoe groots ook, als je wat verder kijkt, dan schijnt de menselijke kant van het verhaal er soms zichtbaar doorheen. Zo hebben de poorten in het graf van Merenptah een gemiddelde breedte van 2,12 meter, wat opzich nog niks zegt, maar een van de sarcofaagdeksels die uiteindelijk naar binnen moest worden gesleept was 2,13 meter breed, een centimetertje meer dus, en dan heb je toch echt een probleem. Men besloot uiteindelijk de te smalle poorten weg te beitelen, de granieten mummiehulsels naar binnen te slepen en, teneinde het blundertje te camoufleren, de kapotte poorten weer te herstellen met blokken zandsteen. Het laat zien dat ook vermaard werelderfgoed is gebouwd door mensen, die soms menselijke foutjes maken, en niet door superwezens.

Dat blijkt ook elders in de tombe van koning Merenptah, want ergens halverwege worden de schilderingen op de muur ruw ontsierd door een fors stuk rots. Het is geen zacht kalksteen, zoals doorgaans in het Dal der Koningen, maar de uitloper van een vuursteen-ader, een veel hardere steensoort. De oude Egyptenaren hebben nog geprobeerd om die met hun simpele koperen beiteltjes weg te hakken, maar het heeft niet mogen baten en derhalve worden de grafschilderingen op die plek tot op de dag van vandaag onderbroken door een ruw stuk rots.

"Bouw-woede"

Naast te smalle poorten en te harde stenen bevat het Dal der Koningen ook een heuse "graf-botsing". De graven van farao's Ramses III en Amenmesse botsen ergens halverwege op elkaarj. Ook zijn er reliëfs die zijn verlaten nog voor ze waren voltooid, in Horemhebs grafkamer schemert de rode schets-inkt op sommige plekken duidelijk door de definitieve zwarte lijnen heen. Echter, voor hét grote schoolvoorbeeld van de mensenhanden achter Egyptes immense monumenten moeten we hemelsbreed zo'n 190 kilometer ten zuiden van het Koningsdal zijn. Daar, rond het oude Aswan, lag namelijk een van de belangrijkste steengroeves uit de farao-tijd. Het was dé plek waar de oude Egyptenaren hun graniet vandaan haalden. Stille getuigen van de werkzaamheden in de steengroeve zijn een halfuitgehouwen standbeeld en antieke graffiti die verhalen over vroegere expedities.

Grote obelisk

Het verreweg belangrijkste bewijs van Egyptes oude "bouwwoede" echter, is de zogeheten 'onvoltooide obelisk' in de groeve van Aswan. Een enorme liggende obelisk van graniet, aan één van z'n vier zijdes nog vast aan het omliggende gesteente, maar verder al volledig losgebeiteld. Was hij voltooid geweest, dan zou het het zwaarste stuk steen zijn geweest dat de oude Egyptenaren ooit hadden gehanteerd – een obelisk van maar liefst 41,75 meter hoog, met een basis van vier keer 4,2 meter en een gewicht van 1168 ton (dat leest u goed: 1168 tón).

Kijkje in de keuken

Het lot echter beschikte anders. Gedurende het uit de rotsen houwen van de obelisk stuitten de Egyptenaren her en der op scheurtjes in de letterlijk keiharde steen. De beoogde lengte van de obelisk werd daarop meermaals iets aangepast, om die scheuren zodoende te omzeilen, maar toen ook het midden van de obelisk geplaagd bleek door barsten besloot men het werk te staken en werd de boel gelaten voor wat het op dat moment was: een steengroeve met een half voltooid karwei. Voor de steenhouwers was dit destijds ongetwijfeld een enorme domper, maar voor archeologen tegenwoordig een godsgeschenk, want de 'onvoltooide obelisk' biedt ons daardoor een uniek kijkje in de Egyptische architecturale keuken. "A perfect monument teaches us little of their engineering", schreef de Engelse archeoloog Reginald Engelbach er ooit over, "an imperfect or unfinished piece of work may teach us much".

Een stelling die klopt als een bus, want vlakbij de onfortuinlijke obelisk met haar barsten zijn verschillende grote dolerieten ballen gevonden, de "hamers" waarmee de obelisk ooit werd losgehakt, en op het nog ongepolijste steen zelf is het groevenpatroon te zien van het gebeuk met al die loeizware "bal-hamers". Het moet een ongekende berg werk zijn geweest, zo'n obelisk, maar blijkbaar wel een uitvoerbare berg, getuige alle wél gelukte obelisken. Er waren hefbomen zo groot als boomstammen en vele duizenden mannen nodig om ze te verplaatsen, hetgeen op ons hedendaagse verwende luxe-mensen even indrukwekkend als overdreven overkomt, maar in plaats van iets magisch of buitenaards, zo leren de opgevangen glimpen van het menselijke achter de monumenten ons, waren het gewoon de ménsen van destijds die dat alles hebben bewerkstelligd. Iets dat geen scepsis, maar bewondering verdient – en respect.

______________________________________________________________
* F.B. de Vries, Egypte - bereisd, beroofd, bewaard, beschreven, Vooraziatisch-Egyptisch Genootschap Ex Oriente Lux, 1983
* Bob Brier, Egyptomania, Palgrave Macmillan, 2013
* Kent R. Weeks, De schatten van Luxor en de Vallei der Koningen, Kosmos-Z&K Uitgevers BV, 2005
* Nicholas Reeves, Richard H. Wilkinson, Dal der Koningen - graftomben en schatten van de grootste farao's, Bosch & Keuning, 2000
* John Baines, Jaromír Málek, Atlas van het oude Egypte, Uitgeversmaatschappij Agon, 1995
* Labib Habachi, The obelisks of Egypt - skyscrapers of the past, J.M. Dent & Sons LTD, Charles Scribner's Sons, 1977

Afbeelding: Olaf Tausch (Eigen werk) [GFDL of CC BY 3.0], via Wikimedia Commons