Bier en opsmuk in Europa’s ijzertijd

De Kelten hielden wel van een feestmaal met bier en wijn. Archeologen hebben aan de hand van vondsten uit twee 2.600 jaar oude grafheuvels in het zuidwesten van Duitsland kunnen vaststellen welke rol voedsel, drank en kleding speelden in het sociale leven van de Kelten.

De Kelten beoefenden wat archeoloog Bettina Arnold beschrijft als "competitief eten," waarbij mensen die mee wilden dingen naar een sociale of politieke status, anderen probeerden te overtroeven door betere feesten te geven.

Artefacten die gevonden zijn in de twee grafheuvels, waaronder objecten voor persoonlijke versiering en biervaten, leveren informatie op over de manier waarop mensen leefden in de ijzertijd. "Dit was het doel van een tien jaar durend project", aldus Arnold, antropologisch professor aan de Universiteit van Wisconsin-Milwaukee en projectleider van de opgravingen in Heuneburg hillfort in de Duitse provincie Baden-Wurttemberg. Het project werd gesponsord door de National Geographic Society en het Staats Monumenten Bureau in Tübingen, Duitsland.

Archeologen hebben aan de hand van de in graven aangetroffen drankflessen ook kunnen vaststellen dat de centraal Europese Kelten handelden met mediterrane landen.

Bier of wijn?

Bier was de drank van de barbaren, terwijl wijn meer voor de elite was bestemd, zeker als je nabij een handelsroute woonde. Omdat druiven nog niet waren geïntroduceerd in centraal Europa, werd iemand die druivenwijn dronk gezien als iemand met een hoge sociale status. De Kelten maakten zelf honingwijn, op smaak gebracht met kruiden en bloemen, wat duurder was dan bier maar minder kostte dan druivenwijn.

Ook maakten zij pils zonder hop, wat eventueel gemixt kon worden met de honingwijn. Wel moest dit snel na het maken geconsumeerd worden. ‘Keltenbäu’ is hier een voorbeeld van, het moet een donkere pils met een gerookte smaak geweest zijn.

Voor de elite was de kwantiteit van de geconsumeerde alcohol net zo belangrijk als de kwaliteit. Arnold heeft in één van de graven in Heuneburg tenminste één intacte kookpot gevonden waarin alcoholische drank geserveerd werd. Maar dat kan niet tippen aan het graf van een Keltisch stamhoofd wat tijdens opgravingen nabij Hochdorf in de jaren 1970 is opgegraven. Hierin zijn negen drinkhoornen – waaronder één hoorn waarin tien pinten passen – aangetroffen.

Opvallende stijl

Uit Griekse en Romeinse geschriften is ook gebleken dat de Kelten het liefst opvallende kleding droegen. Bijvoorbeeld met drukke versieringen of gestreepte of geblokte stoffen. Dit is echter moeilijk na te trekken, aangezien stof makkelijk vergaat.

Archeologen hebben uit de grafheuvels in Heuneburg, ondanks de hoge zuurgraad van de grond, toch een aantal metalen versiersels kunnen redden. In plaats van het opgraven van de fragiele metalen voorwerpen hebben ze blokken aarde waarin zich metalen voorwerpen bevonden in één stuk ingepakt en meegenomen voor onderzoek. Wat zich in de gebundelde blokken aarde bevond, is ontrafeld door een CT-scan. "We hebben geweldige leren riemen gevonden in een aantal graven van adellijke vrouwen. Deze hadden duizenden kleine bronzen sierknoppen aan het leer vast zitten. Dit moet vele uren hebben gekost om te maken." Aldus Arnold. "Ik heb ze de ‘Harley Davidson bikerchicks van de ijzertijd’ genoemd."

Getrouwde Keltische vrouwen zetten met haarspelden hun sluier vast. De objecten waren zo gedetailleerd dat archeologen denken dat sommige objecten niet alleen voor de sier waren. "Je kon aan de kleding zien of het een man, vrouw of kind was, of de persoon getrouwd was en of ze een bepaalde maatschappelijke rol vervulden." De spelden die een sluier vastpinden op het hoofd van een vrouw gaven bijvoorbeeld aan dat zij getrouwd en misschien zelfs moeder was. Andere versieringen waren geslachtsspecifiek – armbanden die gedragen werden aan de linkerarm werden alleen in mannengraven aangetroffen, maar armbanden aan beide armen en nekringen alleen in vrouwengraven.

Alleen het textiel en de wol waar metaal aan vast zat, hadden de kans geconserveerd te blijven. Stukjes stof wat aan metaal vast zat kunnen onder microscopen worden bestudeerd om de kleuren en patronen te reconstrueren. "Wanneer je de kleding kan construeren," zegt Arnold, " dan komen deze mensen pas echt tot leven – je krijgt een compleet beeld van ze."

 Bron: ScienceDaily